Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,6| samenkomen om het woord van God te aanhoren en aan de eucharistie
2 Intro, 0,6| gedenken en dank te brengen aan God, die hen, 'door de opstanding
3 I, 1,8 | meedeelt over de plannen van God met de schepping van de
4 I, 1,8 | in het scheppingswerk van God wordt ten volle geopenbaard
5 I, 1,8 | Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen
6 I, 1,8 | Vader zal overdragen opdat God alles in alles zij" (1Kor
7 I, 1,8 | schepping sloot het plan van God dus deze 'kosmische zending'
8 I, 1,8 | de welwillende blik van God toen Hij bij het beëindigen
9 I, 1,8 | Het thema van de "rust van God" (vgl. Gn 2,2) en de rust
10 I, 1,8 | binnengegaan. En het volk van God is geroepen in die rust
11 I, 2 | In het begin schiep God de hemel en de aarde" (Gn
12 I, 2,9 | en barmhartige hand van God.~"God zag, dat het goed
13 I, 2,9 | barmhartige hand van God.~"God zag, dat het goed was" (
14 I, 2,10 | voortgekomen uit de hand van God en draagt het merkteken
15 I, 2,10 | voltooiing' van het werk van God stelt de wereld open voor
16 I, 2,10 | Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht
17 I, 2,10 | de kosmos. Het 'werk' van God dient als het ware als voorbeeld
18 I, 2,10 | zo tot 'medewerker' van God te maken. Zoals ik in de
19 I, 2,10 | mens is naar het beeld van God geschapen en heeft de opdracht
20 I, 2,10 | heiligheid te besturen en om, God als Schepper van alles erkennend,
21 I, 2,10 | aan de mens de naam van God over de gehele wereld te
22 I, 2,10 | van de zending waardoor God man en vrouw de taak en
23 I, 2,11 | Genesis is het 'werk' van God een voorbeeld voor de mens.
24 I, 2,11 | betekenis.~De 'rust' van God kan niet simpelweg uitgelegd
25 I, 2,11 | een soort 'ledigheid' van God. De scheppingsdaad die de
26 I, 2,11 | werkelijk blijvend van aard. God houdt nooit op met aan het
27 I, 2,11 | beeld op van een inactieve God, maar onderstreept de volledigheid
28 I, 2,11 | uitdrukking van de pauze die God inlast met het oog op het "
29 I, 2,11 | dynamiek van de band die God wil aanknopen met het schepsel
30 I, 2,12 | geheimnisvolle 'rust' van God na de dagen van scheppingsactiviteit (
31 I, 2,12 | Egypte (vgl. Dt 5,12-15). De God die de zevende dag uitrust
32 I, 2,12 | sabbat', van de 'rust' van God door te dringen, zoals dit
33 I, 2,12 | Testament de betrekking tussen God en zijn volk kenmerkt. Dat
34 I, 3 | God zegende de zevende dag en
35 I, 3,13 | uitdrukking van de betrekking met God die door de bijbelse openbaring
36 I, 3,14 | rustdag, omdat het de door God 'gezegende' dag is, door
37 I, 3,14 | zonder uitzondering, tot God teruggevoerd wordt. Tijd
38 I, 3,14 | geen eendagsgod, maar de God van alle mensendagen. Als
39 I, 3,15 | relatie van de mens met God heeft ook behoefte aan momenten
40 I, 3,15 | waarop de mens zijn zang naar God doet opstijgen en zo de
41 I, 3,15 | van de kosmos tegenover God. Alles is van God. De dag
42 I, 3,15 | tegenover God. Alles is van God. De dag des Heren keert
43 I, 3,15 | kosmos en de geschiedenis aan God toebehoren en dat de mens
44 I, 4,16 | van de decaloog waarmee God het onderhouden van de sabbat
45 I, 4,16 | te wijzen op het werk van God: "In zes dagen immers heeft
46 I, 4,16 | en fundamentele werk van God, de schepping, betreft.
47 I, 4,16 | rusten, niet alleen zoals God rustte, maar om te rusten
48 I, 4,17 | het verlossingswerk van God in de uittocht: "Bedenk
49 I, 4,17 | Egypte en dat de Heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte
50 I, 4,17 | de wonderdaden die door God zijn verricht.~In de mate
51 I, 4,17 | de van dank en lof jegens God vervulde 'herinnering' levendig
52 I, 5,18 | gedachtenis van het heilswerk van God hebben de christenen, die
53 I, 5,18 | voleinding van de wereld. Wat God in de schepping bewerkstelligd
54 I, 5,18 | vindt de vreugde waarmee God op de eerste sabbat van
55 II, 1,19 | mysterie van de 'rust' van God, men toch specifiek op de
56 II, 1,20 | verspreide kinderen van God in eenheid verenigd worden,
57 II, 2,21 | Christus te zingen als voor een god".19 En wanneer de christenen
58 II, 2,21 | Oude Testament als naam aan God gaf, jhwh, welke naam niet
59 II, 4,25 | geloof in de kracht van God die Hem uit de dood deed
60 II, 8,29 | Thomas: "Mijn Heer en mijn God" (Joh 20,28).~ ~
61 III, 1,31 | uitmaakt van het volk van God.38 Het is dan ook van belang,
62 III, 1,31 | verstrooide kinderen van God samen te brengen" (Joh 11,
63 III, 2,33 | bepaalde wijze het volk van God van alle tijden aanwezig.
64 III, 3,34 | van het heilige volk van God aan dezelfde liturgische
65 III, 5,37 | Jeruzalem uit de hemel, van bij God zal neerdalen, "gereed als
66 III, 6,38 | de innige vereniging met God en van de eenheid van heel
67 III, 7,39 | tafel van het woord van God voor de gelovigen rijker
68 III, 7,39 | honger naar het woord van God' (vgl. Am 8,11) meer en
69 III, 7,40 | bekijken hoe het woord van God verkondigd wordt en ook
70 III, 7,40 | mogelijkheid het woord van God in de taal van de aanwezige
71 III, 7,40 | verkondiging van het woord van God in de geest van de gelovigen
72 III, 7,40 | overwegen van het woord van God dat verkondigd zal worden.
73 III, 7,41 | verkondiging van het woord van God, met name in het kader van
74 III, 7,41 | catechese is, dan de dialoog van God met zijn volk. In deze dialoog
75 III, 7,41 | voren gebracht. Het volk van God voelt zich van zijn kant
76 III, 7,41 | keuze trouw te zijn aan God en zijn voorschriften aan
77 III, 7,41 | van zijn woord verwacht God inderdaad ons antwoord,
78 III, 8,42 | interpreteren in het licht van God. Het is een oproep God dank
79 III, 8,42 | van God. Het is een oproep God dank te zeggen voor zijn
80 III, 8,42 | opgedragen te worden aan God de Vader, aan Wie alles
81 III, 8,42 | slotte richt het volk van God door zich met zijn 'amen'
82 III, 8,42 | koningschap zal overdragen aan God de Vader opdat God zij alles
83 III, 8,42 | overdragen aan God de Vader opdat God zij alles in alles" (1Kor
84 III, 8,43 | afdalende beweging' die God naar ons tot stand heeft
85 III, 9,44 | instemming die het volk van God betoont met alles wat zich
86 III, 0,45 | geestelijke offergave die God welgevallig is (vgl. Rom
87 III, 1,46 | want dat is uw lof aan God. Wat voor excuus zouden
88 III, 1,46 | trouwens diegenen tegenover God hebben, die op de dag des
89 III, 1,48 | luisteren naar het woord van God, door het opdragen van het
90 III, 3,51 | naam van het hele volk aan God aan te bieden.91 Daarin
91 III, 3,51 | zichzelf met Hem op aan God. Al moet er onderscheid
92 III, 4,52 | gedachtenis van de wonderdaden van God. Daarom is iedere leerling
93 IV, 1,58 | de mens naar het plan van God. Zoals mijn vereerde voorganger
94 IV, 1,58 | het liefdesverbond tussen God en zijn volk; teken en bron
95 IV, 1,58 | authentiek 'feest', een door God aan de mens gegeven dag
96 IV, 2,60 | toen het eeuwige woord van God de wereld met een vrije
97 IV, 2,60 | heiliging van de dag waarop God niet werkte na "al het werk
98 IV, 2,60 | De dag van de rust van God geeft de tijd heel zijn
99 IV, 2,60 | raken, aangezien hij door God en zijn kairoi, dat wil
100 IV, 2,61 | sabbat', de zevende door God gezegende en geheiligde
101 IV, 2,61 | zesde dag, de dag waarop God de mens maakte "naar zijn
102 IV, 2,61 | band tussen de 'dag van God' en de 'dag van de mens'
103 IV, 2,61 | breng dank aan de Heer onze God dat Hij een dusdanig werk
104 IV, 2,61 | 106 Zo zal de 'dag van God' voor altijd rechtstreeks
105 IV, 2,61 | Wanneer nu het gebod van God luidt: "Denk aan de sabbat;
106 IV, 2,61 | ontvangen. Door de 'rust' van God te eren herontdekt de mens
107 IV, 2,62 | u zijn, zoals de Heer uw God u heeft geboden. Zes dagen
108 IV, 2,62 | een sabbat voor de Heer uw God. Dan moogt ge geen enkele
109 IV, 2,62 | Egypte en dat de Heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte
110 IV, 2,62 | het bevrijdingswerk dat God voor zijn volk verrichtte.~ ~
111 IV, 2,63 | tegelijkertijd de rechten van God en die van de mens te eerbiedigen,
112 IV, 2,63 | die de mens verwijdert van God, verwijdert de mens van
|