Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,3| nogmaals onderstreept, toen hij zijn goedkeuring hechtte
2 Intro, 0,4| is feest te vieren, omdat hij opgesloten blijft binnen
3 Intro, 0,4| zo beperkte horizon, dat hij de hemel niet meer kan zien.
4 Intro, 0,7| openstellen voor Christus, opdat Hij er licht en richting aan
5 Intro, 0,7| richting aan kan geven. Hij juist kent het geheim van
6 Intro, 0,7| en ook van de eeuwigheid. Hij vertrouwt ons 'Zijn dag'
7 I, 1,8 | is het evenzeer waar, dat Hij, krachtens zijn eigen mysterie
8 I, 1,8 | Paulus onderstreept, wanneer hij aan de Kolossenzen schrijft: "
9 I, 1,8 | weg heeft geopend tot wat Hij zelf zal voleinden op het
10 I, 1,8 | in heerlijkheid, "wanneer Hij het koningschap aan God
11 I, 1,8 | welwillende blik van God toen Hij bij het beëindigen van zijn
12 I, 2,9 | gevoel van aanbidding dat hij ervaart voor Diegene die
13 I, 2,9 | de menselijke wezens die Hij de onvergelijkelijke gave
14 I, 2,10 | bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing" (
15 I, 2,11 | rust' is dat eveneens: "Hij rustte op de zevende dag
16 I, 2,11 | dag van al het werk dat Hij verricht had" (Gn 2,2).
17 I, 2,11 | kan waarnemen. Dat is wat Hij meer en meer zal verwezenlijken
18 I, 2,11 | door het heilsverbond dat Hij met Israël gesloten heeft
19 I, 2,12 | zijn heerlijkheid toont als Hij zijn kinderen van de onderdrukking
20 I, 2,12 | dierbaar is, kunnen zeggen dat Hij zich laat zien als de bruidegom
21 I, 3,14 | ruimte behoren Hem toe. Hij is geen eendagsgod, maar
22 I, 3,14 | van alle mensendagen. Als Hij dan de zevende dag 'heiligt'
23 I, 4,16 | Maar de zevende dag heeft Hij gerust en zo de sabbat gezegend
24 I, 4,17 | heeft geleid. Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden" (
25 I, 4,17 | rust' van de Heer en neemt hij er intensief aan deel. Hij
26 I, 4,17 | hij er intensief aan deel. Hij krijgt zo de mogelijkheid
27 I, 4,17 | de schepping ervoer, toen Hij zag dat alles wat Hij gemaakt
28 I, 4,17 | toen Hij zag dat alles wat Hij gemaakt had "heel goed"
29 I, 5,18 | bewerkstelligd heeft en wat Hij voor zijn volk bij de uittocht
30 II, 1,20 | Lc 24,13-35) en verscheen Hij aan de elf apostelen die
31 II, 1,20 | aan Thomas liet zien wie Hij was door hem de tekenen
32 II, 2,21 | wonder verrichtte, toen hij de jonge man Eutuchus tot
33 II, 2,21 | stadhouder van Bithynia, toen hij vaststelde, dat de christenen
34 II, 3,23 | achtdaagse cyclus echter is hij de achtste na de zevende,
35 II, 4,24 | eerstelingen vormt, daar Hij zelf de "Eerstgeborene van
36 II, 6,27 | Justinus gebruikt, als hij aan de heidenen schrijft,
37 II, 6,27 | gebruikelijke terminologie toen hij opmerkte dat de christenen
38 II, 6,27 | Zacharias tot de hare, wanneer hij zijn blik opslaat naar Christus
39 II, 6,27 | opslaat naar Christus die hij aankondigt als "de Opgaande
40 II, 6,27 | vreugde die Simeon ervoer toen hij het goddelijk Kind in zijn
41 II, 7,28 | christelijke zondag.33 Toen Hij op de avond van het paasfeest
42 II, 7,28 | apostelen verscheen, blies Hij over hen zei: "Ontvang de
43 II, 8,29 | Heer te ontvangen overweegt hij de verrezen Jezus die onder '
44 II, 8,29 | tekenen' aanwezig is, en hij belijdt met de apostel Thomas: "
45 III, 1,31 | heeft willen weergeven, toen hij schreef dat de eerste gedoopten "
46 III, 2,33 | zelf zich voegde, terwijl Hij hen leidde tot inzicht in
47 III, 2,33 | Zij herkenden Hem, toen Hij "het brood nam, de zegen
48 III, 3,34 | de Vader te smeken, dat Hij "denkt aan zijn kerk verspreid
49 III, 3,34 | over de hele wereld", dat Hij haar doet groeien in de
50 III, 7,39 | zelf heeft binnengeleid. Hij zelf spreekt, want Hij is
51 III, 7,39 | Hij zelf spreekt, want Hij is aanwezig in zijn Woord "
52 III, 8,43 | waardigheid ontdaan, waardoor Hij "zich heeft vernederd, gehoorzaam
53 III, 8,43 | dezelfde offerhandeling waarmee Hij zich offerde aan het kruis. "
54 III, 8,43 | offerde aanwezig en wordt Hij op onbloedige wijze geofferd."
55 III, 0,45 | wie de betekenis van wat hij gedaan heeft doorgedrongen
56 III, 0,45 | welgevallig is (vgl. Rom 12,1). Hij voelt zich bij zijn broeders
57 III, 0,45 | krijt staan vanwege dat wat hij tijdens de viering ontvangen
58 III, 1,48 | evangelie. De gelovige moet, als hij er niet onderdoor wil gaan,
59 III, 1,48 | is dus noodzakelijk, dat hij inziet dat het van doorslaggevend
60 IV, 1,55 | 55. "Gezegend zij Hij die de grote zondag boven
61 IV, 1,56 | verkeren" (Joh 16,20). Had Hij niet zelf gebeden, dat de
62 IV, 1,58 | Heer op de avond van Pasen. Hij spoorde de zielenherders
63 IV, 2,60 | werkte na "al het werk dat Hij scheppend tot stand had
64 IV, 2,60 | gekeerd te raken, aangezien hij door God en zijn kairoi,
65 IV, 2,61 | aan de Heer onze God dat Hij een dusdanig werk verrichtte,
66 IV, 2,61 | dusdanig werk verrichtte, dat Hij er rust kon vinden. Hij
67 IV, 2,61 | Hij er rust kon vinden. Hij maakte de hemel, maar ik
68 IV, 2,61 | maar ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte
69 IV, 2,61 | nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte de aarde, maar ik
70 IV, 2,61 | maar ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte
71 IV, 2,61 | nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte de zon, de maan en
72 IV, 2,61 | dan lees ik nergens dat Hij toen rustte. Dan lees ik
73 IV, 2,61 | rustte. Dan lees ik dat Hij de mens maakte en dat Hij
74 IV, 2,61 | Hij de mens maakte en dat Hij zich daarna te rusten legde,
75 IV, 2,61 | daarna te rusten legde, omdat Hij toen iemand had aan wie
76 IV, 2,61 | toen iemand had aan wie Hij diens zonden vergeven kon."
77 IV, 2,62 | heeft geleid. Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden" (
78 IV, 2,63 | de vrijheid te brengen. Hij heeft heel wat genezingen
|