Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| van Christus en die, toen zij in de vroege morgen van
2 Intro, 0,1| verrezen Jezus hen bezocht en zij van Hem de gave van zijn
3 Intro, 0,2| heer van de dagen" is.2 Zij die de genade ontvangen
4 Intro, 0,4| zijn minst verwacht, dat zij de zondagsviering die een
5 I, 1,8 | opdat God alles in alles zij" (1Kor 15,24 en 28).~Vanaf
6 I, 2,9 | is goed in de mate waarin zij verankerd blijft aan haar
7 I, 2,9 | haar oorsprong. En nadat zij besmeurd is door de zonde,
8 I, 2,9 | is door de zonde, wordt zij opnieuw goed, als zij zich
9 I, 2,9 | wordt zij opnieuw goed, als zij zich met behulp van de genade
10 I, 2,10 | door de aarde met alles wat zij in zich bevat aan zich te
11 I, 3,13 | later de kerk zien, dat zij dit niet slechts als een
12 II, 1,20 | dat Jezus verrezen was en zij "die zijn woord aannamen
13 II, 3,23 | eeuwen de nadruk wanneer zij haar best doet om de zondag
14 II, 3,23 | synagoge bijeen te komen en zij moesten de door de Wet voorgeschreven
15 II, 3,23 | Antiochië schrijft: "Indien nu zij die volgens de oude zeden
16 II, 6,27 | vergoddelijkte en richtte zij de viering van deze dag
17 II, 9,30 | ieder van haar kinderen. Zij voelt zich in het bijzonder
18 III, 1,31 | te brengen" (Joh 11,52). Zij zijn één geworden in Christus (
19 III, 1,31 | christenen bijeenkomen: zo worden zij zich levendig bewust het
20 III, 1,31 | en natie" (Apk 5,9), en zij getuigen ervan tegenover
21 III, 2,32 | eucharistie wordt telkens wanneer zij gevierd wordt, verwerkelijkt.
22 III, 2,32 | gevierd wordt, verwerkelijkt. Zij vindt echter, met meer recht
23 III, 2,33 | de apostelen opdeden toen zij op de avond van Pasen bijeen
24 III, 2,33 | geschonken werd: "Vrede zij u." In de terugkomst van
25 III, 2,33 | uiteindelijk bij hen bleef eten. Zij herkenden Hem, toen Hij "
26 III, 3,34 | andere dag gevierd wordt. Zij kan niet losgemaakt worden
27 III, 3,34 | leven. Door haar wezen is zij een epiphanie, een openbaring
28 III, 3,34 | herders van alle kerken, opdat zij de volmaaktheid van de liefde
29 III, 4,36 | gelegenheid te ervaren wat zij in grote mate gemeen hebben,
30 III, 5,37 | van verlangen",56 waarin zij al vooraf de vreugde van
31 III, 6,38 | tegenover de wereld, dat zij "vreugde en hoop, verdriet
32 III, 6,38 | overtuigende wijze zien, dat zij "als het ware het sacrament,
33 III, 7,39 | elkaar verbonden zijn, dat zij een enkele daad van eredienst
34 III, 7,40 | bedienaars van het Woord. Zij hebben de plicht de uitleg
35 III, 7,40 | door gebed. Daarbij dienen zij de inhoud getrouw weer te
36 III, 8,42 | aan God de Vader opdat God zij alles in alles" (1Kor 15,
37 III, 8,43 | met zijn totale offerande. Zij krijgen op deze wijze een
38 III, 9,44 | de gelovigen aan, wanneer zij aan de eucharistie deelnemen,
39 III, 9,44 | te communie te gaan, mits zij in de gewenste gesteldheid
40 III, 9,44 | gesteldheid verkeren en zij, als zij zich bewust zijn
41 III, 9,44 | gesteldheid verkeren en zij, als zij zich bewust zijn van een
42 III, 1,47 | bevestigen ook al heeft zij het niet nodig geacht er
43 III, 1,47 | te maken. Pas later heeft zij vanwege de lauwheid of nalatigheid
44 III, 1,47 | aansporingen, maar soms heeft zij haar toevlucht moeten nemen
45 III, 1,47 | kerkrechtelijke bepalingen. Dat heeft zij vanaf de vierde eeuw gedaan
46 III, 1,49 | gelovigen er voorts op dat zij, als ze 's zondags niet
47 III, 1,49 | wonen in de plaats waar zij zich bevinden, waardoor
48 III, 1,49 | zich bevinden, waardoor zij de plaatselijke gemeenschap
49 III, 3,51 | zich ervan bewust zijn, dat zij krachtens het bij het doopsel
50 III, 3,51 | heilige communie spelen zij aldus een actieve rol in
51 III, 3,51 | liturgische handeling",94 zij putten er licht en kracht
52 III, 4,52 | in alle rust bij elkaar. Zij kunnen de gelegenheid te
53 III, 4,52 | ooit, te laten zien dat zij geen genoegen neemt met
54 III, 4,52 | het gaat om het geloof, zij wil haar kinderen helpen
55 III, 6,54 | rijke vrucht voort en kunnen zij de zondag beleven als de
56 IV, 1,55 | 55. "Gezegend zij Hij die de grote zondag
57 IV, 1,56 | vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen" (Joh 20,20).
58 IV, 1,58 | eucharistie. Hoe zouden zij deze ontmoeting, deze maaltijd
59 IV, 2,60 | opeenvolging der weken krijgt zij daardoor niet alleen vaste
60 IV, 2,62 | heiligen van kracht blijven; zij zijn plechtig vastgelegd
61 IV, 2,63 | verkondigden, gelijk hadden, toen zij zich gerechtigd voelden
62 IV, 2,63 | en van de anderen doordat zij in de geschiedenis telkens
|