Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,2| volle doorschouwd wordt, maar historisch gestaafd wordt
2 Intro, 0,2| boven de mensengeschiedenis, maar zich tevens in het middelpunt
3 Intro, 0,2| alleen een keer per jaar maar elke zondag te gedenken
4 Intro, 0,2| die wekelijkse dag alleen maar doorzien met de huivering
5 Intro, 0,2| van de tijd te markeren, maar ook om er de diepere betekenis
6 Intro, 0,4| de noodzaak tot rusten, maar ook aan de behoefte tot '
7 Intro, 0,4| gereduceerd wordt tot alleen nog maar het 'einde van de week',
8 Intro, 0,4| 1Pe 3,15). Dat kan alleen maar tevens een dieper begrip
9 Intro, 0,5| eucharistie te verminderen, maar ook die van de plicht de
10 Intro, 0,7| geloof stelt te voldoen, maar ook om concreet aan de meest
11 Intro, 0,7| is nooit verloren tijd, maar eerder tijd die gewonnen
12 I, 2,9 | levenloze dingen of de dieren, maar op de menselijke wezens
13 I, 2,10 | waaraan vreugde beleefd wordt, maar die ook bestemd is om bewerkt
14 I, 2,10 | en de geschapen wereld, maar werpt ook een licht op de
15 I, 2,10 | geroepen de wereld te bewonen, maar ook om deze 'op te bouwen'
16 I, 2,11 | op van een inactieve God, maar onderstreept de volledigheid
17 I, 2,11 | is op nieuwe projecten, maar eerder op het genieten van
18 I, 2,11 | die rust op alle dingen maar in het bijzonder op de mens,
19 I, 2,12 | Schepper is er een onderscheid maar ook een zeer nauwe band
20 I, 2,12 | scheppingsactiviteit (vgl. Ex 20,8-11), maar ook met het heil dat door
21 I, 3,13 | zoveel andere voorschriften, maar binnen in de decaloog, de '
22 I, 3,13 | gemeenschap beschouwen, maar als een wezenlijke en onvermijdelijke
23 I, 3,14 | Hij is geen eendagsgod, maar de God van alle mensendagen.
24 I, 3,15 | dankzegging aan de Schepper. Maar de relatie van de mens met
25 I, 4,16 | al wat er in is gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij
26 I, 4,16 | alleen zoals God rustte, maar om te rusten in de Heer
27 I, 4,17 | wordt in het scheppingswerk, maar meer in het verlossingswerk
28 I, 4,17 | onderbreking van het werk, maar het vieren van de wonderdaden
29 II, 1,19 | Christus niet alleen met Pasen maar ook in het verloop van elke
30 II, 3,23 | oude zeden geleefd hebben, maar tot de nieuwe hoop zijn
31 II, 3,23 | niet meer de sabbat vieren maar hun leven richten naar de
32 II, 3,23 | van de kerk steeds groter, maar in sommige periodes in de
33 II, 4,25 | zijt gij met Hem begraven, maar ook met Hem verrezen, door
34 II, 4,25 | de paasnacht te vieren, maar ook op deze dag van de week,
35 II, 5,26 | de tijd in zich draagt, maar meer nog de voltooiing ervan
36 II, 6,27 | op "de dag van de zon".30 Maar de verwijzing naar die uitdrukking
37 II, 7,28 | het ontstaan van de kerk, maar ook een mysterie dat de
38 II, 7,28 | zondag"35 wordt afgesloten, maar Pinksteren blijft, juist
39 II, 8,29 | wees niet langer ongelovig, maar gelovig" (Joh 20,27). Ja,
40 III, 1,31 | gebeurtenis uit het verleden, maar vooral viering van de levende
41 III, 1,31 | alleen als individu verlost, maar ook als lidmaat van het
42 III, 2,32 | bijzonder intense uitdrukking maar, in een bepaald opzicht,
43 III, 4,36 | beroofd zouden worden, maar ook om ervoor te zorgen
44 III, 6,38 | gemeenschap samengevoegd, maar die van geheel de mensheid.
45 III, 7,40 | dat niet alleen de homilie maar de hele viering, gebed,
46 III, 1,47 | de vorm van aansporingen, maar soms heeft zij haar toevlucht
47 III, 1,47 | wordt van de zondagsplicht, maar van de strafgevolgen van
48 III, 4,52 | naar elkaar te luisteren, maar ook om zich gezamenlijk
49 IV, 1,56 | kunnen variëren, alleen maar gekenmerkt worden door de
50 IV, 1,56 | Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefenis zal in vreugde
51 IV, 1,57 | alleen één dag van de week, maar gezien zijn betekenis als
52 IV, 1,57 | kort ogenblik bedwelmen, maar daarna het hart onbevredigd
53 IV, 2,59 | is geenszins afgeschaft, maar met een christocentrisch
54 IV, 2,60 | niet alleen vaste bakens, maar ook, bij wijze van spreken,
55 IV, 2,61 | vinden. Hij maakte de hemel, maar ik lees nergens dat Hij
56 IV, 2,61 | rustte. Hij maakte de aarde, maar ik lees nergens dat Hij
57 IV, 2,61 | de maan en de sterren, maar ook dan lees ik nergens
58 IV, 2,61 | verplichting voor de mens, maar eerder een hulp die hem
59 IV, 2,62 | vastgelegd in de tien geboden, maar moeten nu gelezen worden
60 IV, 2,62 | al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een sabbat
61 IV, 2,63 | dag des Heren te schenden, maar om hem zijn volle betekenis
62 IV, 2,63 | sabbat is gemaakt om de mens, maar niet de mens om de sabbat" (
|