Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
heel 25
heelal 5
heen 1
heer 57
heerlijkheid 9
heidenen 2
heil 7
Frequency    [«  »]
64 heeft
62 maar
62 zij
57 heer
56 kerk
52 sabbat
51 bij
Ioannes Paulus PP. II
Dies Domini

IntraText - Concordances

heer

   Chapter,  Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| Zie deze dag schept de Heer, laat ons hem vieren met 2 Intro, 0,2| voorrecht hadden de verrezen Heer te zien. Het is een wonderbare 3 Intro, 0,2| dat de "dag des Heren" de "heer van de dagen" is.2 Zij die 4 Intro, 0,2| te geloven in de verrezen Heer, kunnen de betekenis van 5 Intro, 0,5| ook die van de plicht de Heer dank te brengen door samen 6 Intro, 0,6| en de heerlijkheid van de Heer Jezus te gedenken en dank 7 I, 2,9 | voorbestemd is de enige Heer te zijn tegenover de telkens 8 I, 2,12 | onverbrekelijke trouw: dan zult gij de Heer leren kennen" (Hos 2,20- 9 I, 4,16 | zes dagen immers heeft de Heer de hemel, de aarde, de zee 10 I, 4,16 | maar om te rusten in de Heer door Hem heel de schepping 11 I, 4,17 | aan de wonderdaden die de Heer verricht heeft in relatie 12 I, 4,17 | geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke hand 13 I, 4,17 | van de mens, de dag van de Heer, zijn volle betekenis. Daarmee 14 I, 4,17 | dimensie van de 'rust' van de Heer en neemt hij er intensief 15 I, 5,18 | dag de verrijzenis van de Heer had plaatsgevonden. Het 16 I, 5,18 | van onze Verlosser, onze Heer Jezus Christus als de echte 17 I, 5,18 | voorschrift over de dag van de Heer hernomen, ingepast en volledig 18 I, 5,18 | dies Christi, de dag van de Heer wordt de dag van Christus!~ ~ 19 II | De dag van de verrezen Heer en van de gave van de Geest~ ~ 20 II, 1,19 | eerbiedwaardige verrijzenis van onze Heer Jezus Christus niet alleen 21 II, 1,19 | door de verrijzenis van de Heer en de eerste onder de dagen". 22 II, 1,19 | en de verrijzenis van de Heer wordt door alle kerken, 23 II, 1,20 | diezelfde dag maakte de verrezen Heer zich aan de twee leerlingen 24 II, 2,21 | voortvloeit: "Jezus Christus is de Heer" (Fil 2,11; vgl. Hnd 2,36; 25 II, 3,23 | En juist daarom heeft de Heer zijn zegel aan zijn dag 26 II, 4,25 | kerk de verrijzenis van de Heer herdenkt",24 en eveneens 27 II, 5,26 | week is, ons de dag van de Heer bezien in het licht van 28 II, 6,27 | praktijk aan de dag van de Heer is toegekend. Een verstandige 29 II, 8,29 | woord en het Lichaam van de Heer te ontvangen overweegt hij 30 II, 8,29 | de apostel Thomas: "Mijn Heer en mijn God" (Joh 20,28).~ ~ 31 III, 1 | aanwezigheid van de verrezen Heer~ 32 III, 1,31 | samenkomst die door de verrezen Heer is bijeengeroepen, door 33 III, 2,32 | lichaam en bloed van de Heer, vooral in de eucharistie 34 III, 2,32 | om de verrijzenis van de Heer te gedenken. Op veelbetekenende 35 III, 2,32 | van de eucharistie van de Heer staan in het centrum van 36 III, 5,37 | verwachting van de komst van de Heer een onlosmakelijk deel van 37 III, 7,39 | aanwezigheid van de verrezen Heer voltrokken door de gedachtenis 38 III, 7,40 | uitleg van het Woord van de Heer met zorg voor te bereiden 39 III, 8,42 | gemeenschap op de 'dag van de Heer' komt de eucharistie op 40 III, 0,45 | om de ontmoeting met de Heer te gaan delen met hun broeders ( 41 III, 1,46 | vrees de Maaltijd van de Heer gevierd, want daar kan men 42 III, 1,46 | Zonder de Maaltijd van de Heer kunnen wij niet leven". 43 III, 1,46 | broeders de Maaltijd van de Heer gevierd, omdat ik christin 44 III, 1,48 | sterven en verrijzen van de Heer te vieren in het sacrament 45 III, 1,48 | opdragen van het offer van de Heer, door de heiliging van de 46 III, 2,50 | men de verrijzenis van de Heer gedenkt. Met het oog daarop 47 III, 4,52 | is en aangenamer voor de Heer. Voor het overige zijn er 48 III, 5,53 | sterven en verrijzen van de Heer, de enige volledige verwerkelijking 49 IV, 1,55 | wekelijkse dag van de verrezen Heer, zelfs voordat deze volgens 50 IV, 1,56 | van vreugde toen zij de Heer zagen" (Joh 20,20). Het 51 IV, 1,57 | als dag van de verrezen Heer, waarop men het goddelijk 52 IV, 1,58 | ervoeren bij het zien van de Heer op de avond van Pasen. Hij 53 IV, 2,61 | hierover: "Ik breng dank aan de Heer onze God dat Hij een dusdanig 54 IV, 2,62 | heilig voor u zijn, zoals de Heer uw God u heeft geboden. 55 IV, 2,62 | dag is een sabbat voor de Heer uw God. Dan moogt ge geen 56 IV, 2,62 | geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke hand 57 IV, 2,63 | ontvouwen geeft Jezus, de 'Heer van de sabbat', het naleven


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License