Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,8 | auteur de geboorte van de 'sabbat' die zo sterk het Eerste
2 I, 2,10 | Gods wet onderhoudend.~De 'sabbat', vreugdevolle rust van
3 I, 2,12 | gebod met betrekking tot de sabbat in verband brengt niet alleen
4 I, 2,12 | tot in het hart van de 'sabbat', van de 'rust' van God
5 I, 3,13 | Het voorschrift van de sabbat, die onder het Oude Verbond
6 I, 3,14 | deze 'heiliging' van de sabbat in het eerste bijbelse scheppingsverhaal
7 I, 3,15 | weekritme af te kondigen. De 'sabbat' is dus op suggestieve wijze
8 I, 4,16 | God het onderhouden van de sabbat verplicht stelt, wordt in
9 I, 4,16 | geformuleerd: "Denk aan de sabbat: die moet heilig voor u
10 I, 4,16 | heeft Hij gerust en zo de sabbat gezegend en tot een heilige
11 I, 4,17 | Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden" (Dt 5,15).~
12 I, 5 | Van de sabbat naar de zondag~
13 I, 5,18 | doorzagen, de dag na de sabbat als hun feestdag genomen,
14 I, 5,18 | geestelijke' zin van de sabbat ten volle verwerkelijkt,
15 I, 5,18 | Jezus Christus als de echte sabbat."14 Daarom vindt de vreugde
16 I, 5,18 | waarmee God op de eerste sabbat van de mensheid de schepping
17 I, 5,18 | Christus (2Kor 4,6). Van de 'sabbat' gaat men over naar de "
18 I, 5,18 | naar de "eerste dag na de sabbat"; van de zevende dag naar
19 II, 1,20| op de "eerste dag na de sabbat" (Mc 16,2-9; Lc 24,1; Joh
20 II, 2,21| tijden de 'eerste dag na de sabbat', de eerste dag van de week,
21 II, 2,21| Op de 'eerste dag na de sabbat' waren ook de gelovigen
22 II, 3 | Groeiend onderscheid met de sabbat~
23 II, 3,23| zondag tegenover de joodse sabbat nader in te vullen. Op de
24 II, 3,23| vullen. Op de dag van de sabbat gold voor de joden de plicht
25 II, 3,23| van de profeten, die elke sabbat worden voorgelezen" (vgl.
26 II, 3,23| dat het onderhouden van de sabbat en de zondagsviering naast
27 II, 3,23| zijn gekomen, niet meer de sabbat vieren maar hun leven richten
28 II, 3,23| zevende, dat wil zeggen na de sabbat, en de eerste van de week."
29 II, 3,23| tussen de zondag en de joodse sabbat wordt in het bewustzijn
30 II, 3,23| christelijke streken worden de sabbat en de zondag beschouwd als "
31 II, 4,24| christelijke zondag en het begrip sabbat dat eigen is aan het Oude
32 II, 4,24| op de eerste dag na de sabbat" verbonden met de eerste
33 II, 5,26| Anderzijds doet het feit, dat de sabbat nu eenmaal de zevende dag
34 II, 5,26| voorloperssymboliek van de sabbat zal verwerkelijken, besluit
35 IV, 2 | De vervulling van de sabbat~
36 IV, 2,59| dan de vervanging van de sabbat, is de zondag de vervollediging
37 IV, 2,60| bijbelse theologie van de 'sabbat' volledig overgenomen worden,
38 IV, 2,60| telkens terugkomen van de 'sabbat' behoedt de tijd voor het
39 IV, 2,61| hele scheppingswerk, de 'sabbat', de zevende door God gezegende
40 IV, 2,61| God luidt: "Denk aan de sabbat; die moet heilig voor u
41 IV, 2,61| hierin tot uitdrukking dat de sabbat de tijd zelf vervult en
42 IV, 2,62| de regels van de joodse sabbat voor hem niet meer gelden
43 IV, 2,62| de zondag: "Onderhoud de sabbat: die moet heilig voor u
44 IV, 2,62| maar de zevende dag is een sabbat voor de Heer uw God. Dan
45 IV, 2,62| Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden" (Dt 5,12-
46 IV, 2,62| Het onderhouden van de sabbat blijkt hier innig verbonden
47 IV, 2,63| heel wat genezingen op de sabbat (vgl. Mt 12,9-14 en parallelteksten)
48 IV, 2,63| betekenis te geven: "De sabbat is gemaakt om de mens, maar
49 IV, 2,63| maar niet de mens om de sabbat" (Mc 2,27). Door zich tegen
50 IV, 2,63| betekenis van de bijbelse sabbat te ontvouwen geeft Jezus,
51 IV, 2,63| geeft Jezus, de 'Heer van de sabbat', het naleven van deze dag,
52 IV, 2,63| gerechtigd voelden de zin van de sabbat te verleggen naar de dag
|