36. De zondagsbijeenkomst is een
bevoorrechte plaats van eenheid: men viert er daadwerkelijk het sacramentum
unitatis, het sacrament van de eenheid, dat op diepgaande wijze de kerk
kenmerkt, het volk bijeengebracht "door" en "in" de eenheid
van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.49 Daarin beleven de katholieke
gezinnen een van de beste uitingen van hun identiteit en hun
"dienstwerk" als "huiskerken", wanneer de ouders met hun
kinderen deelhebben aan de ene tafel van het Woord en het Brood des Levens.50
Het is goed er in dit verband op te wijzen, dat het in de eerste plaats de taak
van de ouders is hun kinderen te leren deel te nemen aan de zondagsmis. De
ouders worden daarbij geholpen door catecheten die zich erop moeten toeleggen
de inleiding op de mis in te passen in het vormingsplan van de kinderen die aan
hun zorg zijn toevertrouwd, door hun de zwaarwegende redenen voor het
verplichtend karakter van het voorschrift aan te reiken. Wanneer de
omstandigheden daar aanleiding toe geven, zal de viering van de mis voor
kinderen bijdragen aan die vorming, daarbij rekening houdend met de
verschillende mogelijkheden waarin door de liturgische voorschriften voorzien
is.51
Het is normaal, dat groepen, bewegingen,
verenigingen en ook kleine religieuze gemeenschappen die in de parochie gevestigd
zijn, in de zondagsmis van de parochie, als "eucharistische
gemeenschap",52 ook aanwezig zijn. Dat geeft hun de gelegenheid te ervaren
wat zij in grote mate gemeen hebben, naast de eigenheden van hun geestelijke
wegen die er een legitiem kenmerk van zijn, in gehoorzaamheid aan het oordeel
van de kerkelijke overheid.53 Daarom dienen missen voor kleine groepen op de
zondag, de dag van de samenkomst, niet aangemoedigd te worden: niet alleen om
dat de parochiebijeenkomsten van hun bedienaar, de priester, beroofd zouden
worden, maar ook om ervoor te zorgen dat het leven en eenheid van de kerkelijke
gemeenschap beschermd en gesteund worden.54 Het komt aan het wijze oordeel van
de herders van de particuliere kerken toe eventueel toestemming te geven voor duidelijk
omschreven afwijkingen van deze nauwkeurige richtlijn met het oog op de
specifieke eisen van vorming en pastoraal, waarbij rekening wordt gehouden met
het welzijn van personen of groepen en in het bijzonder met de vruchten die er
voor de hele christengemeenschap het gevolg van kunnen zijn.
|