|
Het pelgrimerende volk
37. In het perspectief van de tocht
van de kerk in de loop der tijden zijn de herinnering aan de verrijzenis van
Christus en het wekelijkse ritme van deze plechtige gedachtenis een hulp om te
laten zien, dat het godsvolk pelgrimerend onderweg is en dat het een
eschatologische dimensie heeft. De kerk is inderdaad van zondag naar zondag
onderweg naar de laatste "dag des Heren", de eeuwige zondag. In feite
is de verwachting van de komst van de Heer een onlosmakelijk deel van het echte
mysterie van de kerk,55 en dit komt tot uitdrukking in elke eucharistieviering.
De dag des Heren echter met de specifieke gedachtenis die men dan houdt van de
glorie van de verrezen Christus, verwijst ook en met meer kracht naar de glorie
van zijn toekomstige 'wederkomst'. Dat maakt van de zondag de dag waarop de
kerk, door duidelijk haar 'bruids'-karakter te tonen, in zekere zin op de
eschatologische werkelijkheid van het hemels Jeruzalem vooruitloopt. Door haar
kinderen in de eucharistische samenkomst bijeen te brengen en door hen te leren
de "goddelijke Bruidegom" te verwachten, doet de kerk een soort
"oefening van verlangen",56 waarin zij al vooraf de vreugde van de
nieuwe hemel en de nieuwe aarde kent, wanneer de heilige stad, het nieuwe
Jeruzalem uit de hemel, van bij God zal neerdalen, "gereed als een bruid
die zich voor haar man heeft getooid" (Apk 21,2).
|