40. Terwijl wij nu, dertig jaar na
het Concilie, onze gedachten laten gaan over de zondagse eucharistie, moeten we
nauwkeurig bekijken hoe het woord van God verkondigd wordt en ook bezien welke
daadwerkelijke vooruitgang er onder het volk Gods is wat betreft de kennis van
en liefde tot de heilige Schrift.65 Beide aspecten, die van de viering en de
doorleefde ervaring, hangen nauw met elkaar samen. Enerzijds moet de door het
Concilie geboden mogelijkheid het woord van God in de taal van de aanwezige
gemeenschap te verkondigen ons ertoe brengen in te zien, dat dat ons een
'nieuwe verantwoordelijkheid' ten opzichte van dit woord oplegt, namelijk om
"ook in de wijze van lezen of zingen het bijzondere karakter van de
gewijde tekst"66 te doen schitteren. Anderzijds is het goed, dat het
luisteren naar de verkondiging van het woord van God in de geest van de
gelovigen goed is voorbereid door een aangepaste kennis van de Schrift en,
indien dat pastoraal gezien mogelijk is door gerichte initiatieven ter
verdieping van de bijbelse teksten, in het bijzonder die van de hoogtijdagen.
Als de lezing van de gewijde teksten, in een geest van gebed en getrouw aan de
kerkelijke interpretatie,67 niet bij wijze van gewoonte het leven van de
gelovige personen en gezinnen inspireert, zal het inderdaad niet te verwachten
zijn, dat alleen de liturgische verkondiging van het Woord de verhoopte
vruchten zal opleveren. Het is dus op zijn plaats de initiatieven toe te
juichen waardoor de parochiegemeenschappen, met inbegrip van allen die aan de
eucharistie deelnemen priester, misdienaars, gelovigen68 al in de loop van
de week de zondagsvieringen voorbereiden door het overwegen van het woord van
God dat verkondigd zal worden. Het doel dat nagestreefd moet worden, is dat
niet alleen de homilie maar de hele viering, gebed, luisteren, gezang, op een
of andere wijze uitdrukking is van de boodschap van de zondagsliturgie. Dan
kunnen allen die aan die liturgie deelnemen er meer van doordrongen raken. Er
zijn natuurlijk heel wat zaken toevertrouwd aan de bedienaars van het Woord.
Zij hebben de plicht de uitleg van het Woord van de Heer met zorg voor te
bereiden door het bestuderen van de gewijde tekst en door gebed. Daarbij dienen
zij de inhoud getrouw weer te geven en deze te vertalen naar de huidige tijd,
afgestemd op de vragen en het leven van de mensen van nu.
|