41. We moeten overigens niet
vergeten, dat de liturgische verkondiging van het woord van God, met name in
het kader van de eucharistische samenkomst, minder een moment van overweging of
catechese is, dan de dialoog van God met zijn volk. In deze dialoog worden de
wonderen van het heil verkondigd en de eisen van het Verbond telkens weer naar
voren gebracht. Het volk van God voelt zich van zijn kant geroepen te
antwoorden op deze liefdesdialoog door dankzegging en lofzang. En
tegelijkertijd betoont het volk zijn trouw door een blijvende 'bekering'. De
zondagse samenkomst verbindt zich op deze wijze tot een innerlijke vernieuwing
van de doopbeloften die op een min of meer impliciete wijze in het credo vervat
zijn. De liturgie voorziet uitdrukkelijk in deze vernieuwing tijdens de
paaswake en wanneer het doopsel wordt toegediend tijdens de mis. In dat kader
krijgt de verkondiging van het Woord tijdens de zondagse eucharistieviering de
plechtige klank die het Oude Testament al voorzag voor de tijd van vernieuwing
van het Verbond, wanneer men de Wet verkondigde en de gemeenschap van Israël,
net als het volk in de woestijn aan de voet van de Sinaï (vgl. Ex
19,7-8;24, 3,7), opgeroepen werd het 'ja' te herhalen bij het hernieuwen van
hun keuze trouw te zijn aan God en zijn voorschriften aan te hangen. Bij het
doorgeven van zijn woord verwacht God inderdaad ons antwoord, het antwoord dat
Christus al voor ons gegeven heeft door zijn "amen" (vgl. 2Kor
1,20-22) en dat de heilige Geest op zodanige wijze in ons doet weerklinken, dat
wat wij horen, ons hele leven diepgaand bepaalt.69
|