|
Paasmaal en broederlijke ontmoeting
44. Deze gemeenschapshoedanigheid
komt ook bijzonder duidelijk naar voren in het paasmaalkarakter dat eigen is
aan de mis, waarin Christus zichzelf tot voedsel maakt. "En Christus heeft
dit offer aan de kerk toevertrouwd met de bedoeling dat de gelovigen er deel
aan zouden hebben, zowel geestelijk, door het geloof en de liefde, als
sacramenteel door de maaltijd van de heilige communie. De deelname nu aan de
maaltijd des Heren is altijd een gemeenschap met Christus die zich voor ons als
offer aan de Vader aanbiedt."72 Daarom beveelt de kerk de gelovigen aan,
wanneer zij aan de eucharistie deelnemen, te communie te gaan, mits zij in de
gewenste gesteldheid verkeren en zij, als zij zich bewust zijn van een zware
zonde, vergeving hebben ontvangen in het sacrament van de verzoening,73 in de
geest van de heilige Paulus in zijn vermaan aan de gemeenschap van Korinte
(vgl. 1Kor 11,27-32). De uitnodiging voor de eucharistische communie klinkt
natuurlijk bij gelegenheid van de mis op zon- en feestdagen wel heel dringend.
Verder is het van belang dat men zich er goed van
bewust is dat de communio met Christus diepgaand verbonden is met de
broederlijke communio. De eucharistische zondagssamenkomst is een broederlijke
gebeurtenis. Dat moet, zonder de eigen stijl van de liturgische handeling
geweld aan te doen, in de viering duidelijk naar voren komen. De begroeting bij
de openingsritus en de toon van het gebed dat ingaat op de behoeften van de
gehele gemeenschap, leveren daaraan een bijdrage. De uitwisseling van het teken
van vrede, in de Romeinse liturgie veelzeggend voor de eucharistische communie
geplaatst, is een buitengewoon sterk gebaar. De gelovigen worden hiertoe
uitgenodigd om uitdrukking te geven aan de instemming die het volk van God
betoont met alles wat zich in de viering voltrekt,74 en aan het engagement tot
wederzijdse liefde dat men aangaat door deel te hebben aan het ene brood met in
gedachte het nadrukkelijke Woord van Christus: "Als gij uw gave komt
brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u
heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder
verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden" (Mt 5,23-24).
|