|
Van mis naar 'missie'
45. Door het ontvangen van het Levensbrood
kwamen de leerlingen van Christus in de juiste gesteldheid om, met de kracht
van de Verrezene en van diens Geest, de taken die hun in hun gewone leven
wachtten, aan te pakken. De gelovige tot wie de betekenis van wat hij gedaan
heeft doorgedrongen is, kan inderdaad de volledige betekenis van de
eucharistieviering niet laten ophouden bij de kerkdeur. De christenen die elke
zondag bijeengeroepen worden om de aanwezigheid van de Verrezene te beleven en
te verkondigen, zijn, zoals de eerste getuigen van de verrijzenis, geroepen in
hun gewone dagelijkse leven te evangeliseren en te getuigen. In die zin moeten
het gebed na de communie, de slotriten, de zegening en wegzending van de
gelovigen herontdekt en meer gewaardeerd worden, opdat degenen die aan de
eucharistie hebben deelgenomen dieper de verantwoordelijkheid voelen die hun is
toevertrouwd. Na het uiteengaan van de verzamelde schare keert de leerling van
Christus in zijn gewone leefomgeving terug met de plicht van heel zijn leven
een geschenk te maken, een geestelijke offergave die God welgevallig is (vgl.
Rom 12,1). Hij voelt zich bij zijn broeders in het krijt staan vanwege dat wat
hij tijdens de viering ontvangen heeft, precies zoals de leerlingen uit Emmaus
die de verrezen Christus herkenden aan "het breken van het brood" (Lc
24,30-32) en onmiddellijk de behoefte voelden hun vreugde om de ontmoeting met
de Heer te gaan delen met hun broeders (vgl. Lc 24,33-35).
|