1. De dag des Heren zo wordt al
sinds de apostolische tijden de zondag aangeduid 1 is in de geschiedenis van
de kerk altijd buitengewoon geëerd vanwege de nauwe band met de werkelijke
kern van het christelijk mysterie. In het ritme van week na week roept de
zondag steeds de herinnering op aan de dag van de verrijzenis van Christus.
Het is het wekelijks pasen, de dag waarop de
overwinning van Christus op de zonde en op de dood gevierd wordt, de voleinding
in zijn persoon van de eerste schepping, en het begin van de "nieuwe
schepping" (vgl. 2Kor 5,17). Het is de dag waarop men in aanbidding en
dankbaarheid terugdenkt aan de eerste dag van de wereld. Het is de dag die men
tegelijkertijd, in de hoop die doet leven, beschouwt als de voorafbeelding van
de 'laatste dag' waarop Christus in heerlijkheid zal komen (vgl. Hnd 1,11; 1Tes
4, 13-17) en die de verwezenlijking van de 'nieuwe wereld' zal zien (vgl. Apk
21,5).
Op de zondag is dan ook heel goed van toepassing
de uitroep van de psalmist: "Zie deze dag schept de Heer, laat ons hem
vieren met vreugde" (Ps 118,24). Deze oproep tot vreugde die in de
paasliturgie hernomen wordt, wordt getekend door de ontsteltenis van de vrouwen
die aanwezig waren bij de kruisiging van Christus en die, toen zij in de vroege
morgen van de eerste dag van de week (vgl. Mc 16,2) naar het graf gingen, dit
leeg aantroffen. Het is een oproep om op de een of andere wijze de ervaring van
de twee Emmausgangers opnieuw te beleven, die voelden hoe hun hart in hen
brandde, toen de Verrezene hen op hun weg begeleidde en de Schriften ontsloot,
en zich openbaarde door het breken van het brood (vgl. Lc 24, 35 en 32). Het is
de weerklank van de aanvankelijk aarzelende en vervolgens onweerstaanbare
vreugde die de apostelen op de avond van diezelfde dag ervoeren toen de
verrezen Jezus hen bezocht en zij van Hem de gave van zijn vrede en zijn Geest
ontvingen (vgl. Joh 20,19-23).
|