Hoofdstuk I
DIES DOMINI
De viering van het werk van de Schepper
"Alles is door Hem geworden" (Joh 1,3)
8. In de christelijke ervaring is
de zondag allereerst een op Pasen betrokken feest, dat geheel verlicht wordt
door de heerlijkheid van de verrezen Christus. Het is de viering van de 'nieuwe
schepping'. Wanneer dit in al zijn omvang doorzien wordt, is dit kenmerk
onlosmakelijk verbonden met de boodschap die de Schrift ons vanaf de eerste
bladzijden meedeelt over de plannen van God met de schepping van de wereld. Als
het immers waar is, dat de Zoon bij de "volheid van de tijd" (Gal
4,4) mens is geworden, dan is het evenzeer waar, dat Hij, krachtens zijn eigen
mysterie als eeuwige Zoon van de Vader, oorsprong en einde van het heelal is.
Dat wordt door Johannes bevestigd in de inleiding op zijn evangelie:
"alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden" (1,3).
Dat is ook wat Paulus onderstreept, wanneer hij aan de Kolossenzen schrijft:
"Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op aarde, het zichtbare
en het onzichtbare Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem" (Kol
1,16). Deze actieve aanwezigheid van Christus in het scheppingswerk van God
wordt ten volle geopenbaard door het paasmysterie waarin Christus door te
verrijzen als "eersteling van hen die ontslapen zijn" (1Kor 15,20) de
nieuwe schepping begonnen is en de weg heeft geopend tot wat Hij zelf zal
voleinden op het moment van zijn terugkomst in heerlijkheid, "wanneer Hij
het koningschap aan God de Vader zal overdragen opdat God alles in alles
zij" (1Kor 15,24 en 28).
Vanaf de dageraad der schepping sloot het plan van
God dus deze 'kosmische zending' van Christus in. Dit christocentrische
perspectief was, geprojecteerd op de hele loop der tijden, aanwezig in de
welwillende blik van God toen Hij bij het beëindigen van zijn werk
"de zevende dag zegende en hem heilig maakte" (Gn 2,3). Dat was dus
volgens het eerste bijbelse scheppingsverhaal van de priesterlijke auteur de
geboorte van de 'sabbat' die zo sterk het Eerste Verbond kenmerkt en in zekere
zin de gewijde dag van het nieuwe en eeuwige Verbond aankondigt. Het thema van
de "rust van God" (vgl. Gn 2,2) en de rust door Hem verleend aan het
volk van de uittocht bij de binnenkomst in het beloofde land (vgl. Ex 33,14; Dt
3,20 en 12,19; Joz 21,44; Ps 95,11) wordt in het Nieuwe Testament hernomen in
een nieuwe belichting, die van de definitieve "sabbatsrust" (Heb
4,9). Daarin is Christus zelf door zijn verrijzenis binnengegaan. En het volk
van God is geroepen in die rust binnen te gaan door te volharden op zijn weg
van kinderlijke gehoorzaamheid (vgl. Heb 4,3-16). Het is dus noodzakelijk de
grote bladzijde van de schepping te herlezen en de theologie van de 'sabbbat'
te verdiepen om tot een volledig begrip van de zondag te komen.
|