10. De wereld is voortgekomen uit
de hand van God en draagt het merkteken van zijn goedheid. Het is een mooie
wereld, waard om bewonderd te worden. Een wereld waaraan vreugde beleefd wordt,
maar die ook bestemd is om bewerkt en ontwikkeld te worden. De 'voltooiing' van
het werk van God stelt de wereld open voor het werk van de mens open. "Op
de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing"
(Gn 2,2). Via deze antropomorfe weergave van het goddelijk 'werk' geeft de
bijbel ons niet alleen een blik op de geheimnisvolle betrekking tussen de
Schepper en de geschapen wereld, maar werpt ook een licht op de zending van de
mens ten opzichte van de kosmos. Het 'werk' van God dient als het ware als
voorbeeld voor de mens. Deze is immers niet alleen geroepen de wereld te
bewonen, maar ook om deze 'op te bouwen' en zich zo tot 'medewerker' van God te
maken. Zoals ik in de encycliek Laborem exercens schreef, vormen de eerste
hoofdstukken van Genesis in zekere zin het "evangelie van het
werk".10 Het is een waarheid die eveneens door het Tweede Vaticaans
Concilie onderstreept wordt: "De mens is naar het beeld van God geschapen
en heeft de opdracht gekregen om, door de aarde met alles wat zij in zich bevat
aan zich te onderwerpen, de wereld in rechtvaardigheid en heiligheid te
besturen en om, God als Schepper van alles erkennend, zichzelf en de totaliteit
van de dingen naar Hem terug te voeren, zodat na de onderwerping van alles aan
de mens de naam van God over de gehele wereld te bewonderen zal zijn."
De opwindende geschiedenis van de ontwikkeling van
wetenschap, techniek en cultuur in al hun uiteenlopende verschijningsvormen
een steeds snellere en nu zelfs duizelingwekkend snelle ontwikkeling is, in
de wereldgeschiedenis, de vrucht van de zending waardoor God man en vrouw de
taak en de verantwoordelijkheid toevertrouwde de aarde te bevolken, haar te
onderwerpen door te werken, daarbij Gods wet onderhoudend.
De 'sabbat', vreugdevolle rust van de Schepper
|