Hoofdstuk II
DIES CHRISTI
De dag van de verrezen Heer en van de gave van de
Geest
Het wekelijks pasen
19. "Wij vieren de zondag
omwille van de eerbiedwaardige verrijzenis van onze Heer Jezus Christus niet
alleen met Pasen maar ook in het verloop van elke week." In deze woorden
getuigde paus Innocentius I15 van een destijds vast gewortelde praktijk die
zich vanaf de eerste jaren na Christus' verrijzenis ontwikkeld had. Basilius
spreekt van de "heilige zondag, geëerd door de verrijzenis van de
Heer en de eerste onder de dagen".16 En Augustinus noemt de zondag
"het sacrament van Pasen".17 Deze zeer directe band tussen de zondag
en de verrijzenis van de Heer wordt door alle kerken, zowel van het westen als
het oosten, benadrukt. In de oosterse kerken is elke zondag met name de
anastasimos hêmera, de dag van de verrijzenis18 en vanwege deze
wezenstrek is deze dag het middelpunt van alle eredienst.
In het licht van die ononderbroken en universele
overlevering ziet men duidelijk dat, zelfs als de dag des Heren, zoals gezegd
is, zijn wortels heeft in het werk zelf van de schepper en rechtstreekser in
het bijbelse mysterie van de 'rust' van God, men toch specifiek op de
verrijzenis van Christus moet wijzen om de volledige betekenis ervan te vatten.
Dat doet de christelijke zondag, die elke week de paasgebeurtenis, die de bron
is van het heil van de wereld, aan de gelovigen voorhoudt om te overwegen en
een plaats in hun leven te geven.
|