20. Volgens het overeenstemmend
getuigenis van de evangelies had de verrijzenis van Jezus Christus uit de doden
plaats op de "eerste dag na de sabbat" (Mc 16,2-9; Lc 24,1; Joh
20,1). Op diezelfde dag maakte de verrezen Heer zich aan de twee leerlingen uit
Emmaus bekend (vgl. Lc 24,13-35) en verscheen Hij aan de elf apostelen die
bijeen waren (vgl. Lc 24,36; Joh 20,19). Zoals het evangelie van Johannes
getuigt (Joh 20,26), waren de leerlingen acht dagen later weer bijeen, toen
Jezus hun verscheen en aan Thomas liet zien wie Hij was door hem de tekenen van
zijn lijden te tonen. De dag van Pinksteren was een zondag, de eerste dag van
de achtste week van het joodse Paasfeest (vgl. Hnd 2,1), toen door de
uitstorting van de heilige Geest de belofte die Jezus na zijn verrijzenis
gedaan had (vgl. Lc 24,49; Hnd 1,4-5), vervuld werd. Het was de dag van de
eerste verkondiging en van de eerste doopsels. Petrus kondigde de verzamelde
menigte aan, dat Jezus verrezen was en zij "die zijn woord aannamen lieten
zich dopen" (Hnd 2,41). Het was de epifanie, de openbaring, van de kerk
die naar buiten trad als het volk waarbinnen de verspreide kinderen van God in
eenheid verenigd worden, ondanks alle verschillen.
|