|
De eerste dag van de week
21. Daarom is sinds apostolische
tijden de 'eerste dag na de sabbat', de eerste dag van de week, het eigen ritme
van het leven van de leerlingen van Christus gaan kenmerken (1Kor 16,2). Op de
'eerste dag na de sabbat' waren ook de gelovigen van Troas bijeengekomen
"voor het breken van het brood", toen Paulus tot hen zijn
afscheidsrede richtte en een wonder verrichtte, toen hij de jonge man Eutuchus
tot leven wekte. Het boek van de Openbaring laat ons het wijd verbreide gebruik
om de eerste dag van de week "dag des Heren" te noemen zien (1,10).
Vanaf die tijd zou het een van de kenmerken zijn waardoor de christenen van de
hen omringende wereld onderscheiden werden. Dat werd al in het begin van de
tweede eeuw geschreven door Plinius de Jonge, stadhouder van Bithynia, toen hij
vaststelde, dat de christenen de gewoonte hadden "op een vaste dag van de
week voor het opgaan van de zon bijeen te komen en samen een lofzang voor
Christus te zingen als voor een god".19 En wanneer de christenen spraken
over de "dag des Heren", gaven ze die term inderdaad de volle
betekenis die uit de paasboodschap voortvloeit: "Jezus Christus is de
Heer" (Fil 2,11; vgl. Hnd 2,36; 1Kor 12,3). Zo kenden ze aan Christus
dezelfde titel toe die de septuagint in de openbaring van het Oude Testament
als naam aan God gaf, jhwh, welke naam niet uitgesproken mocht worden.
|