Chapter, Paragraph
1 I,2 | van de instemming van een mens, als toen. 1~
2 I,3 | En opnieuw is het door mens te worden, dat het Woord
3 I,4 | gehele schepping, en met de mens in het bijzonder. Zoals
4 I,4 | formuleert: "Hij maakt de mens voor zichzelf duidelijk
5 I,4 | is Christus de volmaakte mens die aan de kinderen van
6 I,4 | in zekere zin met iedere mens verenigd. Met menselijke
7 I,5 | Christus, ware God en ware mens, Heer van het heelal, is
8 I,5 | woord gesproken over de mens en zijn geschiedenis. Dat
9 I,6 | begin het zoeken van de mens naar God vorm heeft gekregen.
10 I,6 | Hier zoekt niet alleen de mens naar God, maar God komt
11 I,6 | zichzelf spreken tot de mens en hem de weg tonen waarlangs
12 I,6 | God, en gaat alles wat een mens kan verhopen, te boven.
13 I,6 | een antwoord waarbij de mens tot God spreekt als tot
14 I,6 | is geworden door deze éne Mens die tegelijk het Woord is,
15 I,6 | Vader, in wie God tot iedere mens spreekt en in wie iedere
16 I,6 | spreekt en in wie iedere mens de mogelijkheid heeft God
17 I,6 | geven. Sterker nog, in deze Mens geeft de hele schepping
18 I,6 | heerlijkheid. Met name de mens (vivens homo) is een zichtbaar
19 I,7 | spreekt God niet alleen tot de mens, maar zoekt Hij hem op.
20 I,7 | getuigt daarvan: God zoekt de mens. Dit zoeken bedoelt Jezus
21 I,7 | God op zoek gaat naar de mens, die naar zijn beeld en
22 I,7 | aangenomen kind. God zoekt dus de mens, die anders dan welk ander
23 I,7 | bijzonder eigendom is. De mens hoort aan God toe op grond
24 I,7 | uit liefde: God zoekt de mens, daartoe bewogen door zijn
25 I,7 | zoekt Hij hem? Omdat de mens zich van Hem heeft afgekeerd,
26 I,7 | paradijs (vgl. Gn 3,8-10). De mens heeft zich op een dwaalspoor
27 I,7 | vgl. Gn 3,5). Als God de mens door de Zoon zoekt, wil
28 I,7 | van Christus, waardoor de mens de zondeschuld aflost en
29 I,7 | van God is juist daartoe mens geworden door een lichaam
30 I,8 | Abba, Vader!" (Gal 4,6). De mens verheft zijn stem zoals
31 I,8 | 5,7) tot God richtte: de mens roept tot God zoals Christus
32 I,8 | gezonden heeft, bewerkt dat de mens deel heeft aan het eigen
33 I,8 | God. Hij bewerkt dat de mens ook, zoals Christus, zoon
34 II,9 | universum en met name van de mens zich voortdurend zou herhalen.
35 II,9 | voortdurend zou herhalen. De mens keert terug naar de grond
36 II,9 | gegeven. Maar er is in de mens een onweerstaanbaar verlangen
37 II,9 | blijkt ondermeer dat de mens niet wil berusten in het
38 II,9 | een zelfontplooiing die de mens in de loop van één enkel
39 II,9 | is. Het is in God dat de mens volledig wordt tot wat hij
40 II,9 | geopenbaarde waarheid. De mens ontplooit zich in God, die
41 II,16 | vervolgt zij samen met iedere mens haar weg, waarbij ze eenieder
42 III,17| van de geschiedenis van de mens, maar ook van Gods ingrijpen
43 III,19| nieuwe kracht de moderne mens te wijzen op Christus, "
44 III,19| 29), de Verlosser van de mens, de Heer van de geschiedenis.
45 III,26| kracht van de heilige Geest mens geworden en geboren uit
46 IV,40 | werking van de heilige Geest mens geworden. Het uitgesproken
47 IV,43 | haar in het licht van het mens geworden Woord beschouwt,
48 IV,49 | raakt het hart van iedere mens, strekt zich uit tot heel
49 IV,50 | Christus, de Verlosser van de mens, een weg te gaan van waarachtige
50 IV,52 | Vader en diens liefde de mens voor zichzelf duidelijk
51 IV,55 | die twintig eeuwen geleden mens werd in de schoot van Maria,
52 V,59 | verrezen, door zijn Geest de mens licht en kracht kan verschaffen
53 V,59 | om het mysterie van de mens te verduidelijken en om
54 V,59 | ware licht is dat ieder mens verlicht" (Joh 1,9).~Met
|