Chapter, Paragraph
1 I,2 | eerstgeborene, wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer
2 I,2 | wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat
3 I,3 | alle wezens op aarde, in Hem" (1,10).~
4 I,4 | de Efeziërs lezen we: Ò" Hem hebben wij de verlossing
5 I,4 | zichzelf duidelijk en geeft hem inzicht in zijn zeer hoge
6 I,4 | hoge roeping". 2 Hij laat hem die roeping zien door de
7 I,5 | persoonlijkheden, aanvankelijk op Hem slechts korte hoewel duidelijke
8 I,5 | Einde" (Apk 21, 6) is. In Hem heeft de Vader het laatste
9 I,6 | zichzelf spreken tot de mens en hem de weg tonen waarlangs hij
10 I,6 | weg tonen waarlangs hij Hem kan bereiken. Dat is wat
11 I,6 | des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen" (1,18). Het
12 I,6 | nieuwe begin van alles: in Hem komen alle dingen tot zichzelf,
13 I,7 | de mens, maar zoekt Hij hem op. De menswording van Gods
14 I,7 | doet Hij dat omdat Hij hem van de eeuwigheid af in
15 I,7 | Woord liefheeft, en Hij wil hem in Christus verheffen tot
16 I,7 | Vaderhart.~Waarom zoekt Hij hem? Omdat de mens zich van
17 I,7 | Omdat de mens zich van Hem heeft afgekeerd, zich zoals
18 I,7 | vgl. Gn 3,13). Satan heeft hem bedrogen door hem ervan
19 I,7 | heeft hem bedrogen door hem ervan te overtuigen dat
20 I,7 | door de Zoon zoekt, wil Hij hem ertoe brengen om de wegen
21 I,7 | het kwaad te verlaten die hem steeds verder wegvoeren. "
22 I,7 | steeds verder wegvoeren. "Hem ertoe brengen die wegen
23 I,7 | wegen te verlaten" betekent, hem tot het inzicht brengen
24 I,7 | heeft niet langer macht over Hem.~
25 II,9 | ontplooit zich in God, die hem tegemoet is gekomen door
26 II,10 | de wereld geschapen, in hem ontvouwt zich de heilsgeschiedenis,
27 II,10 | en Einde. Alfa en Omega. Hem behoren tijd en eeuwigheid,
28 II,11 | Lc 4,16-30). Men reikte Hem de boekrol van de profeet
29 II,11 | zo lang was uitgezien in Hem was aangebroken: gekomen
30 II,12 | voorouders terug, als hij hem had verkocht of was kwijt
31 III,20| ons voor op de komst van Hem die was en die is en die
32 III,24| apostolische reizen, die hem in directe aanraking brachten
33 IV,32 | Gods Zoon en van de door Hem bewerkte Verlossing. Tijdens
34 IV,32 | gegeven "opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat
35 IV,40 | de noodzaak van geloof in Hem voor het heil. Om Christus
36 IV,41 | streven naar de éÉnheid in Hem overeenkomstig zijn gebed
37 IV,42 | door de bezwaren tegen Hem en tegen de kerk op te helderen.~
38 IV,44 | Geest, kan nu alleen door Hem oprijzen uit het geheugen
39 IV,45 | en bedieningen die door Hem voor het welzijn van de
40 IV,46 | en anderzijds biedt zij hem hecht gefundeerde redenen
41 IV,49 | kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus
42 IV,49 | geestelijke zegening. In Hem heeft Hij ons uitverkoren
43 IV,52 | zichzelf duidelijk en geeft hem inzicht in zijn zeer hoge
44 V,56 | De toekomst hoort aan Hem toe: "Jezus Christus is
45 V,58 | had van de jonge man die Hem vroeg: "Wat moet ik doen
46 V,58 | prachtige antwoord dat Jezus hem gaf ben ik ingegaan in de
47 V,58 | vragen stellen: Zij ontmoeten Hem en zoeken Hem om Hem nog
48 V,58 | ontmoeten Hem en zoeken Hem om Hem nog verder te ondervragen.
49 V,58 | ontmoeten Hem en zoeken Hem om Hem nog verder te ondervragen.
50 V,59 | nieuwe millennium leiden naar Hem die "het ware licht is dat
|