Chapter, Paragraph
1 I,2(1) | Vgl. Bernardus, In laudibus
2 I,3 | licht was van de mensen (vgl. 1,1-5). Over de eengeboren
3 I,4 | wij gered kunnen worden (vgl. Hnd 4,12). In de brief
4 I,5(4) | Vgl. Ant, Iud. 20,200, en de
5 I,6 | tastend zoeken naar God" (vgl. Hnd 17,27), maar een antwoord
6 I,6 | onder éÉn hoofd gebracht (vgl. Ef 1,10); tegelijk is Hij
7 I,6 | lof van Gods heerlijkheid (vgl. Ef 1,12). Heel de schepping
8 I,7 | verloren schaap spreekt (vgl. Lc 15,1-7). Het is een
9 I,7 | van het aards paradijs (vgl. Gn 3,8-10). De mens heeft
10 I,7 | door de vijand van God (vgl. Gn 3,13). Satan heeft hem
11 I,7 | hoeven houden met Gods wil (vgl. Gn 3,5). Als God de mens
12 I,8 | hetgeen de Zoon toebehoort (vgl. Gal 4,7). Hierin bestaat
13 I,8 | geheimen van God doorgrondt (vgl. 1 Kor 2,10), leidt ons,
14 II,9 | de "volheid van de tijd" (vgl. Gal 4,4). Inderdaad is
15 II,9 | waaruit hij is genomen (vgl. Gn 3,19): dat is een onmiddellijk
16 II,10 | de "laatste dagen" aan (vgl. Heb 1,2), "het laatste
17 II,10 | 1,2), "het laatste uur" (vgl. Joh 2,18); met zijn komst
18 II,11 | Hij op om voor te lezen (vgl. Lc 4,16-30). Men reikte
19 II,11 | licht terug van hun ogen (vgl. Mt 11,4-5; Lc 7,22). Op
20 II,13 | aarde in het bijzonder (vgl. Lev 25,23). Dat God in
21 III,19 | opriep tot boete en bekering (vgl. Lc 3,1-17), maar het heeft
22 III,23(9) | Vgl. Encycliek Redemptor hominis (
23 III,23 | Paulus in zijn Romeinenbrief (vgl. 8,19-22).~
24 III,23(10)| Vgl. Encycliek Dominum et vivificantem (
25 III,25(11)| Vgl. Apostolische brief Euntus
26 III,27(12)| Vgl. Encycliek Centesimus annus (
27 III,28(13)| Vgl. Gaudium et spes, 47-52.~
28 IV,32(15) | Vgl. Apostolische exhortatie
29 IV,34(18) | Vgl. a.w., 1.~
30 IV,38(23) | Vgl. Tweede Vaticaans Concilie,
31 IV,40 | vandaag en in eeuwigheid" (vgl. Heb 13,8).~Onder de door
32 IV,40(25) | Vgl. a.w., 2.~
33 IV,45 | uitdeelt ten bate van de kerk (vgl. 1 Kor 12,1-11). Tussen
34 IV,45 | charismatisch begaafden (vgl. 1 Kor 14). Door zichzelf
35 IV,47 | door onderlinge liefde (vgl. 1 Kor 13,1-8). Door deze
36 IV,47(33) | Vgl. a.w., 37.~
37 IV,49 | Vader die in de hemel is" (vgl. Mt 5,45), door Wie Hij
38 IV,49 | Wie Hij is teruggekeerd (vgl. Joh 16,28).~"Dit is het
39 IV,49 | voor de 'verloren zoon' (vgl. Lc 15,11-32) wij iedere
40 IV,54 | Christus u zal zeggen" (vgl. Joh 2,5).~
41 V,56 | gehele mensheid bedekken kan (vgl. Mt 13,31-32). Sprekend
42 V,56 | van het gist in het deeg (vgl. Mt 13,33) nog beter te
43 V,56(36) | Vgl. Paulus VI, Encycliek Ecclesiam
44 V,56(37) | Vgl. a.w., 2~
45 V,57(39) | Vgl. Bijzondere Bisschoppensynode
46 V,57(40) | Vgl. Encycliek Redemptoris missio (
|