Chapter, Paragraph
1 I,5 | geleerden blijken er in hun uitleg van overtuigd te
2 I,6 | wereld, en juist daardoor hun enige en definitieve eindpunt.
3 II,11 | blinden het licht terug van hun ogen (vgl. Mt 11,4-5; Lc
4 II,12 | afkondigen dat alle bewoners hun slaven vrijlaten. Het moet
5 II,13 | bieden aan families die hun bezittingen en zelfs hun
6 II,13 | hun bezittingen en zelfs hun persoonlijke vrijheid hadden
7 II,13 | Israëlitische slaven weer hun gelijken zouden worden en
8 II,13 | gelijken zouden worden en hun rechten zouden kunnen opeisen.
9 III,22| voorafgaande tijd vastberaden hun krachten gewijd aan de bijzondere
10 III,24| 1962). Onder Paulus VI is hun aantal sterk toegenomen:
11 III,25| kerken een eigen rol toe: met hun eigen jubilea vieren ze
12 III,25| honderd jaar geleden op hun grondgebied aankwamen. Andere
13 III,25| erkennen als de oorsprong van hun eigen apostoliciteit, herinneren
14 III,25| waar talrijke zijrivieren hun wateren naartoe doen vloeien.
15 III,27| Europese staten ernstig hun geweten te onderzoeken,
16 IV,31 | deze tijd te bevestigen in hun geloof in God die zich in
17 IV,31 | geopenbaard, hen te sterken in hun hoop die hen het eeuwige
18 IV,31 | eeuwige leven doet verwachten, hun liefde te verlevendigen
19 IV,31 | edelmoedig inzetten voor hun broeders en zusters.~Tijdens
20 IV,36 | vage godsdienstigheid die hun niet helpt om het probleem
21 IV,36 | alleen van invloed is op hun zedelijk leven maar ook
22 IV,36 | zedelijk leven maar ook op hun bidden en zelfs op de theologische
23 IV,36 | theologische juistheid van hun geloof. Dit geloof, dat
24 IV,36 | tot gelding komen door de hun toekomende ruimte te schenken
25 IV,37 | alleen zij opgenomen die hun bloed hebben vergoten voor
26 IV,37 | moet voorkomen worden dat hun getuigenis in de kerk verloren
27 IV,37 | plaatselijke kerken doen wat in hun vermogen ligt om de herinnering
28 IV,37 | Christus die de oorsprong van hun martelaarschap en heiligheid
29 IV,37 | van mannen en vrouwen die hun christelijke roeping in
30 IV,38 | evangelisatie in de beide door hun oorsprong en geschiedenis
31 IV,38 | gekenmerkt worden door hun monotheïstische karakter.~
32 IV,45 | apostelen de voornaamste: aan hun gezag onderwerpt de Geest
33 IV,46 | millennium voor te bereiden door hun hoop te verlevendigen op
34 IV,46 | tot dag voorbereiden in hun inwendig leven, in de gemeenschap
35 IV,46 | waartoe zij behoren, in hun eigen maatschappelijke situatie,
36 IV,47 | een rijper bewustzijn van hun verantwoordelijkheden en
37 IV,48 | allen die van ganser harte hun vertrouwen stellen op de
38 IV,55 | christen en de kerk vinden hun doel en voltooiing in de
39 V,58 | weg weten te gaan die Hij hun toont, zullen zij tot hun
40 V,58 | hun toont, zullen zij tot hun vreugde kunnen bijdragen
41 V,59 | het bisschopsambt en de hun toevertrouwde kerkelijke
42 V,59 | kerkelijke gemeenschappen aan, hun hart open te stellen voor
43 V,59 | stellen voor wat de Geest hun ingeeft. Hij zal zeer zeker
44 V,59 | millennium, de Sterre zijn die hun schreden veilig zal leiden
|