Chapter, Paragraph
1 I,2 | moest gehouden worden in heel zijn rijk ... Allen gingen
2 I,2 | naar uw woord" (1,38). In heel de geschiedenis van de mensheid
3 I,3 | vat Johannes in één zin heel de diepte samen van het
4 I,3 | was "de eerstgeborene van heel de schepping" (Kol 1,15).
5 I,3 | heeft genomen, geeft een heel eigen kosmische betekenis
6 I,6 | tot de mensheid, spreken heel de mensheid en heel de schepping
7 I,6 | spreken heel de mensheid en heel de schepping in Christus
8 I,6 | heerlijkheid (vgl. Ef 1,12). Heel de schepping is in werkelijkheid
9 II,10 | jaar, dat in zekere zin heel het mysterie van menswording
10 II,12 | wijze de vervulling van heel de traditie der jubileumjaren
11 II,12 | met andere woorden in heel de bijbelse wetgeving, die
12 II,12 | wetgeving, die zo op deze heel eigen wijze wordt gekarakteriseerd.
13 II,13 | zeggen de heerschappij over heel de schepping en over de
14 III,18| voorafgaande was het toch heel anders. Het was een Concilie
15 III,19| niet-christelijke godsdiensten, over de heel eigen betekenis van het
16 III,21| de leken, waarvan zij de heel eigen verantwoordelijkheid
17 III,21| kracht die Christus aan heel het Godsvolk heeft geschonken,
18 III,22| van Paulus VI. Zelf ben ik heel vaak op dit onderwerp teruggekomen:
19 III,22| opnieuw en systematisch heel de sociale leer van de kerk
20 III,23| Vervolgens is dit onderwerp heel vaak opnieuw aan de orde
21 III,25| of regionale jubilea zijn heel bijzonder belangrijk geweest:
22 III,25| gemeenschappelijk erfgoed van heel de christenheid behoort.
23 III,25| dit licht gezien lijkt ons heel de christelijke geschiedenis
24 III,26| het Jubileum; het bevatte heel veel elementen die in het
25 IV,32 | God en van de eenheid van heel het menselijk geslacht". 14
26 IV,32 | vreugde van ieder jubileum is heel in het bijzonder een vreugde
27 IV,34 | smartelijke scheuringen gekend die heel duidelijk in strijd zijn
28 IV,34 | men mag wel zeggen dat heel het doen en laten van de
29 IV,36 | theologie en de inspiratie voor heel het christelijk leven, zoals
30 IV,37 | Christus hebben beleefd. Heel speciaal zal men ervoor
31 IV,38 | oudsher thuishoren en die op heel eigen wijze herinneren aan
32 IV,40 | God, heilsmysterie voor heel de mensheid. Het door veel
33 IV,46 | het laatste doel, dat aan heel zijn leven zin en betekenis
34 IV,49 | Jezus Christus" (Joh 17, 3). Heel het leven van de christen
35 IV,49 | mens, strekt zich uit tot heel de gelovige gemeenschap,
36 IV,55 | heilig Jubileumjaar zal heel geschikt vorm kunnen worden
37 V,56 | Ecclesiam suam uiteen dat heel de mensheid betrokken is
38 V,57 | die het christendom over heel het Europese continent hebben
39 V,59 | centrum en de voltooiing van heel de geschiedenis van het
|