Chapter, Paragraph
1 Intro,1| de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept:
2 I,2 | zijn evangelie heeft Lucas ons een beknopte beschrijving
3 I,3 | geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn
4 I,4 | zijn genade. Die heeft Hij ons meegedeeld als een overvloed
5 I,4 | wijsheid en inzicht. Hij heeft ons zijn geheim raadsbesluit
6 I,4 | onzen geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde." 3~
7 I,5 | Ook Suetonius deelt ons in zijn rond 121 geschreven
8 I,5 | het einde der tijden, tot ons gesproken door de Zoon" (
9 I,8 | de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept:
10 I,8 | vgl. 1 Kor 2,10), leidt ons, mensen daarin binnen uit
11 II,16 | op de vele terreinen die ons verbinden; deze zijn veel
12 II,16 | talrijker dan die welke ons scheiden. Wat zou het daarom
13 III,20 | De advent immers bereidt ons voor op de komst van Hem
14 III,23 | er geen sprake van dat we ons zouden lenen voor een nieuw
15 III,25 | In dit licht gezien lijkt ons heel de christelijke geschiedenis
16 III,25 | vloeien. Het jaar 2000 nodigt ons uit, elkaar met hernieuwde
17 III,26 | afkondigde, ligt nog vers in ons geheugen. In dezelfde lijn
18 IV,30 | Slechts enkele jaren scheiden ons nog van het jaar 2000; men
19 IV,33 | oprechtheid en moed, die ons geloof helpt versterken,
20 IV,33 | geloof helpt versterken, die ons de bekoringen en moeilijkheden
21 IV,33 | tijd doet opmerken, en die ons erop voorbereidt daaraan
22 IV,34 | gave van heilige Geest. Van ons wordt gevraagd dat wij het
23 IV,34 | gave bevorderen, zonder ons te laten verleiden tot oppervlakkigheden
24 IV,34 | tweede millennium nodigt ons allen uit tot een gewetensonderzoek
25 IV,34 | mogen zij ook één zijn in ons" (Joh 17,21).~
26 IV,36 | geldig en betekenen voor ons een uitnodiging tot nog
27 IV,37 | deze levensstaat, voelen we ons gedrongen, naar de meest
28 IV,40 | De hemelse Vader komt ons immers zelf in de geopenbaarde
29 IV,40 | tegemoet en verwijlt met ons, waarbij Hij ons de natuur
30 IV,40 | verwijlt met ons, waarbij Hij ons de natuur doet kennen van
31 IV,46 | ontvangen, ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog
32 IV,46 | wachten op de verlossing van ons lichaam. In deze hoop zijn
33 IV,49 | Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen heeft gezegend
34 IV,49 | zegening. In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging
35 IV,50 | te zijn naar de Vader', ons allen ertoe moeten brengen
36 IV,51 | dit perspectief, als we ons het feit herinneren dat
|