Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
val 3
valselijk 1
valt 2
van 933
vanaf 3
vandaag 6
vandaar 3
Frequency    [«  »]
-----
-----
1491 de
933 van
700 het
468 en
459 in
Ioannes Paulus PP. II
Tertio Millennio Adveniente

IntraText - Concordances

van

1-500 | 501-933

    Chapter, Paragraph
1 Intro,1 | Nu het derde millennium van de nieuwe tijd nadert, komt 2 Intro,1 | gedachte op aan de woorden van de apostel Paulus: "Toen 3 Intro,1 | Paulus: "Toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft 4 Intro,1 | vrouw" (Gal 4,4). De volheid van de tijd valt samen met het 5 Intro,1 | valt samen met het geheim van de menswording van het Woord, 6 Intro,1 | geheim van de menswording van het Woord, de Zoon, één 7 Intro,1 | Vader, en met het geheim van de verlossing van de wereld.~ 8 Intro,1 | geheim van de verlossing van de wereld.~Paulus wijst 9 Intro,1 | bevrijden opdat zij de rang van zonen en dochters zouden 10 Intro,1 | zijt: Hij heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, 11 Intro,1 | erfgenaam, door toedoen van God" (Gal 4,6-7).~Paulus' 12 Intro,1 | Paulus' uiteenzetting van het geheim van de menswording 13 Intro,1 | uiteenzetting van het geheim van de menswording bevat de 14 Intro,1 | menswording bevat de openbaring van het geheim der Drieëenheid 15 Intro,1 | geheim der Drieëenheid en van de voortzetting van de zending 16 Intro,1 | Drieëenheid en van de voortzetting van de zending van de Zoon door 17 Intro,1 | voortzetting van de zending van de Zoon door de zending 18 Intro,1 | de Zoon door de zending van de heilige Geest. De menswording 19 Intro,1 | heilige Geest. De menswording van Gods Zoon, zijn ontvangenis, 20 Intro,1 | geboorte, zijn de premissen van de zending van de heilige 21 Intro,1 | premissen van de zending van de heilige Geest. De tekst 22 Intro,1 | heilige Geest. De tekst van Paulus laat de volheid zien 23 Intro,1 | Paulus laat de volheid zien van het geheim van de verlossende 24 Intro,1 | volheid zien van het geheim van de verlossende menswording.~ 25 I,2 | beknopte beschrijving gegeven van de omstandigheden rond Jezus' 26 I,2 | dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er 27 I,2 | het huis en het geslacht van David, ging hij van Galilea 28 I,2 | geslacht van David, ging hij van Galilea uit de stad Nazaret, 29 I,2 | stad Nazaret, naar de stad van David, Betlehem geheten, 30 I,2 | aankondiging, toen hij tot de maagd van Nazaret deze woorden sprak: " 31 I,2 | daarom had de boodschapper van God er onmiddellijk aan 32 I,2 | Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd 33 I,2 | over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; 34 I,2 | heilig genoemd worden, Zoon van God" (1,30-32.35). Het antwoord 35 I,2 | 30-32.35). Het antwoord van Maria op de boodschap van 36 I,2 | van Maria op de boodschap van de engel was duidelijk: " 37 I,2 | In heel de geschiedenis van de mensheid heeft nooit 38 I,2 | nooit zoveel afgehangen van de instemming van een mens, 39 I,2 | afgehangen van de instemming van een mens, als toen. 1~ 40 I,3 | 3. In de proloog van zijn evangelie vat Johannes 41 I,3 | zin heel de diepte samen van het geheim van de menswording. 42 I,3 | diepte samen van het geheim van de menswording. Hij schrijft: " 43 I,3 | heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade 44 I,3 | Johannes de menswording plaats van het eeuwige Woord, een van 45 I,3 | van het eeuwige Woord, een van wezen met de Vader. De evangelist 46 I,3 | leven dat het licht was van de mensen (vgl. 1,1-5). 47 I,3 | Hij was "de eerstgeborene van heel de schepping" (Kol 48 I,3 | Gedachte en het Wezensbeeld van God, "de afstraling van 49 I,3 | van God, "de afstraling van Gods heerlijkheid en het 50 I,3 | heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen" (Heb 1,3). Van 51 I,3 | van zijn wezen" (Heb 1,3). Van eeuwigheid verwekt en van 52 I,3 | Van eeuwigheid verwekt en van eeuwigheid bemind door de 53 I,3 | het beginsel en oerbeeld van alles wat door God in de 54 I,3 | Woord de kosmische ordening van de schepping hernieuwt. 55 I,3 | spreekt over het plan dat God van tevoren in Christus had 56 I,3 | vastgesteld "ter verwezenlijking van de volheid der tijden: het 57 I,4 | Christus, de Verlosser van de wereld, is de enige middelaar 58 I,4 | zijn bloed, de vergeving van de zonden, dankzij de rijkdom 59 I,4 | zonden, dankzij de rijkdom van zijn genade. Die heeft Hij 60 I,4 | meegedeeld als een overvloed van wijsheid en inzicht. Hij 61 I,4 | genomen ter verwezenlijking van de volheid der tijden" ( 62 I,4 | Christus, de Zoon die een van wezen is met de Vader, openbaart 63 I,4 | zien door de openbaring van het geheim van de Vader 64 I,4 | openbaring van het geheim van de Vader en van zijn liefde. 65 I,4 | het geheim van de Vader en van zijn liefde. Als beeld van 66 I,4 | van zijn liefde. Als beeld van de onzichtbare God is Christus 67 I,4 | mens die aan de kinderen van Adam de door de zonde misvormde 68 I,4 | menselijke natuur, die vrij was van alle zonde en die opgenomen 69 I,4 | in de goddelijke Persoon van het Woord, wordt de natuur 70 I,4 | menswording heeft de Zoon van God zich in zekere zin met 71 I,4 | Maria, is Hij werkelijk één van de onzen geworden, in alles 72 I,4(2) | over de kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et spes, 73 I,5 | 5. Het feit dat de Zoon van God "één van de onzen" is 74 I,5 | dat de Zoon van God "één van de onzen" is geworden, heeft 75 I,5 | en vooral in de Annalen van Tacitus die tussen 115 en 76 I,5 | het verslag over de brand van Rome in 64, waarvan Nero 77 I,5 | 121 geschreven biografie van keizer Claudius mee dat 78 I,5 | omdat "zij op aanstichting van een zekere Chrestos veelvuldig 79 I,5 | blijken er in hun uitleg van overtuigd te zijn dat deze 80 I,5 | kringen in Rome een bron van onderlinge strijd was geworden. 81 I,5 | waaruit de snelle verspreiding van het christendom blijkt: 82 I,5 | christendom blijkt: het getuigenis van Plinius de Jongere, gouverneur 83 I,5 | Plinius de Jongere, gouverneur van Bithynia, die aan keizer 84 I,5 | geplaatst door de geschriften van het Nieuwe Testament, die 85 I,5 | ware God en ware mens, Heer van het heelal, is ook Heer 86 I,5 | het heelal, is ook Heer van de geschiedenis, waarvan 87 I,6 | volk geboren als vervulling van de belofte die aan Abraham 88 I,6 | plaats. Want het heilsplan van het Oude Testament is wezenlijk 89 I,6 | voorbereiding en aankondiging van de komst van Christus, de 90 I,6 | aankondiging van de komst van Christus, de Verlosser van 91 I,6 | van Christus, de Verlosser van het heelal, en van zijn 92 I,6 | Verlosser van het heelal, en van zijn messiaans Rijk. De 93 I,6 | messiaans Rijk. De boeken van het Oude Verbond zijn zo 94 I,6 | blijvende getuigenissen van het ware opvoedingsplan 95 I,6 | het ware opvoedingsplan van God. 8 Deze pedagogie bereikt 96 I,6 | immers niet alleen 'in naam van God' zoals de profeten, 97 I,6 | vanaf het begin het zoeken van de mens naar God vorm heeft 98 I,6 | christendom is de menswording van het Woord. Hier zoekt niet 99 I,6 | bereiken. Dat is wat de proloog van het Johannesevangelie verkondigt: " 100 I,6 | Woord is dus de vervulling van het verlangen dat bij alle 101 I,6 | dat bij alle godsdiensten van de mensheid leeft: die vervulling 102 I,6 | die vervulling is het werk van God, en gaat alles wat een 103 I,6 | boven. Het is een geheim van genade.~In Christus is godsdienst 104 I,6 | Christus is het nieuwe begin van alles: in Hem komen alle 105 I,6 | teruggegeven aan de Schepper, van wie ze zijn voortgekomen. 106 I,6 | is Christus de vervulling van het verlangen van alle godsdiensten 107 I,6 | vervulling van het verlangen van alle godsdiensten ter wereld, 108 I,6 | tegelijk is Hij de voltooiing van alle dingen in God, een 109 I,6 | voltooiing die de glorie is van God. De godsdienst die op 110 I,6 | gefundeerd is de religie van de heerlijkheid; het is 111 I,6 | bestaan in de nieuwheid van leven tot lof van Gods heerlijkheid ( 112 I,6 | nieuwheid van leven tot lof van Gods heerlijkheid (vgl. 113 I,6 | werkelijkheid een openbaring van zijn heerlijkheid. Met name 114 I,6 | is een zichtbaar worden van Gods heerlijkheid en is 115 I,6 | te leven uit de volheid van het leven in God.~ 116 I,7 | Hij hem op. De menswording van Gods Zoon getuigt daarvan: 117 I,7 | Hij over het terugvinden van het verloren schaap spreekt ( 118 I,7 | zoeken dat begint in het hart van God en dat zijn hoogtepunt 119 I,7 | bereikt in de menswording van het Woord. Als God op zoek 120 I,7 | doet Hij dat omdat Hij hem van de eeuwigheid af in het 121 I,7 | verheffen tot de waardigheid van aangenomen kind. God zoekt 122 I,7 | hoort aan God toe op grond van een uitverkiezing uit liefde: 123 I,7 | hem? Omdat de mens zich van Hem heeft afgekeerd, zich 124 I,7 | verbergend tussen de bomen van het aards paradijs (vgl. 125 I,7 | laten leiden door de vijand van God (vgl. Gn 3,13). Satan 126 I,7 | ertoe brengen om de wegen van het kwaad te verlaten die 127 I,7 | overwinnen: dat is de betekenis van de Verlossing. Deze geschiedt 128 I,7 | geschiedt door het offer van Christus, waardoor de mens 129 I,7 | wordt verzoend. De Zoon van God is juist daartoe mens 130 I,7 | aan te nemen in de schoot van de Maagd: om zelf het volmaakte 131 I,7 | zelf het volmaakte offer van verlossing te worden. De 132 I,7 | te worden. De godsdienst van de menswording is de godsdienst 133 I,7 | menswording is de godsdienst van de Verlossing van de wereld 134 I,7 | godsdienst van de Verlossing van de wereld door het offer 135 I,7 | de wereld door het offer van Christus, dat de overwinning 136 I,7 | Christus, dat de overwinning van het kwaad, van de zonde, 137 I,7 | overwinning van het kwaad, van de zonde, ja, van de dood 138 I,7 | kwaad, van de zonde, ja, van de dood zelf inhoudt. Door 139 I,8 | godsdienst die in het geheim van de verlossende menswording 140 I,8 | men 'verblijft in het hart van God' en deelt in zijn eigen 141 I,8 | geciteerd: "God heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, 142 I,8 | Geest die de Vader in naam van de Zoon gezonden heeft, 143 I,8 | heeft aan het eigen leven van God. Hij bewerkt dat de 144 I,8 | Christus, zoon is en erfgenaam van al hetgeen de Zoon toebehoort ( 145 I,8 | Hierin bestaat de godsdienst van 'het verkeren in het hart 146 I,8 | het verkeren in het hart van God', dat begint met de 147 I,8 | begint met de menswording van Gods Zoon. De heilige Geest 148 I,8 | die de diepste geheimen van God doorgrondt (vgl. 1 Kor 149 I,8 | daarin binnen uit kracht van Christus' offer.~ 150 II,9 | Paulus over de geboorte van Gods Zoon spreekt, plaatst 151 II,9 | gebeuren in de "volheid van de tijd" (vgl. Gal 4,4). 152 II,9 | waarbij de geschiedenis van het universum en met name 153 II,9 | het universum en met name van de mens zich voortdurend 154 II,9 | aan verschillende vormen van reïncarnatie: afhankelijk 155 II,9 | reïncarnatie: afhankelijk van iemands vorige bestaan zal 156 II,9 | onherroepelijk karakter van de dood. Hij is overtuigd 157 II,9 | de dood. Hij is overtuigd van zijn wezenlijk geestelijke 158 II,9 | zelfontplooiing die de mens in de loop van één enkel aards bestaan 159 II,9 | streven. De ontplooiing van zijn lotsbestemming voltrekt 160 II,9 | door de belangeloze gave van zichzelf, een gave die alleen 161 II,9 | bereikt. Immers: 'de volheid van de tijd', dat is alleen 162 II,9 | zeggen God. In de 'volheid van de tijd' binnengaan betekent 163 II,9 | binnengaan betekent dus het einde van de tijd bereiken en de grenzen 164 II,9 | vinden in de eeuwigheid van God.~ 165 II,10 | betekenis. In de dimensie van de tijd werd de wereld geschapen, 166 II,10 | het hoogtepunt de 'volheid van de tijd' van de menswording 167 II,10 | de 'volheid van de tijd' van de menswording is, en die 168 II,10 | de glorievolle terugkeer van Gods Zoon aan het einde 169 II,10 | wordt de tijd een dimensie van God, die in zichzelf eeuwig 170 II,10 | eeuwig is. Met de komst van Christus breken de "laatste 171 II,10 | zijn komst begint de tijd van de kerk die duren zal tot 172 II,10 | wederkomst.~Uit de relatie van God met de tijd vloeit de 173 II,10 | gebeurde in de godsdienst van het Oude Verbond, en zoals 174 II,10 | voorganger in de liturgie van de vigilie van Pasen de 175 II,10 | liturgie van de vigilie van Pasen de kaars, het symbool 176 II,10 | Pasen de kaars, het symbool van de verrezen Christus, zegent, 177 II,10 | eeuwen." Bij het uitspreken van die woorden grift hij op 178 II,10 | hij op de kaars de cijfers van het betreffende jaar. De 179 II,10 | betreffende jaar. De betekenis van deze rite is duidelijk: 180 II,10 | uitdrukking dat Christus de Heer van de tijd is, het begin en 181 II,10 | Verrijzenis, en wordt zo deel van de 'volheid van de tijd'. 182 II,10 | zo deel van de 'volheid van de tijd'. Daarom ook beleeft 183 II,10 | liturgie binnen de loop van een jaar. Het zonnejaar 184 II,10 | zekere zin heel het mysterie van menswording en Verlossing 185 II,10 | beginnend bij de eerste zondag van de advent en besloten met 186 II,10 | en besloten met het feest van Christus als Koning en Heer 187 II,10 | Christus als Koning en Heer van het heelal en van de geschiedenis. 188 II,10 | en Heer van het heelal en van de geschiedenis. Iedere 189 II,11 | gemakkelijk het gebruik van de jubileumjaren begrijpen 190 II,11 | doorgaat in de geschiedenis van de kerk. Toen Jezus van 191 II,11 | van de kerk. Toen Jezus van Nazaret op een dag naar 192 II,11 | een dag naar de synagoge van zijn stad was gegaan, stond 193 II,11 | Men reikte Hem de boekrol van de profeet Jesaja toe, en 194 II,11 | 61,1-2) voor: "De geest van Jahwe, mijn Heer, rust op 195 II,11 | naar het licht; om een jaar van Jahwe's genade te melden." ( 196 II,11 | aangebroken: gekomen was de dag van het heil, de 'volheid van 197 II,11 | van het heil, de 'volheid van de tijd'. Alle jubileumjaren 198 II,11 | betreffen de messiaanse zending van Christus, die kwam als ' 199 II,11 | blinden het licht terug van hun ogen (vgl. Mt 11,4-5; 200 II,11 | brengt Hij 'een genadejaar van de Heer' tot stand; Hij 201 II,11 | wil zeggen 'een genadejaar van de Heer', is het kenmerk 202 II,11 | de Heer', is het kenmerk van al wat Jezus doet, en niet 203 II,12 | 12. De woorden en daden van Jezus vormen op die wijze 204 II,12 | die wijze de vervulling van heel de traditie der jubileumjaren 205 II,12 | was gewijd. Volgens de wet van Mozes was ieder zevende 206 II,12 | alleen in de vrijlating van de slaven, maar ook in de 207 II,12 | ook in de kwijtschelding van alle schulden overeenkomstig 208 II,12 | alles moest gebeuren ter ere van God. Wat betrekking had 209 II,12 | jubeljaar werden de gebruiken van het sabbatjaar uitgebreid 210 II,12 | zijn familie" (25,10). Een van de meest opmerkelijke gevolgen 211 II,12 | meest opmerkelijke gevolgen van het jubeljaar was de algemene ' 212 II,12 | de algemene 'emancipatie' van alle inwoners die naar bevrijding 213 II,12 | iedere Israëliet de grond van zijn voorouders terug, als 214 II,13 | 13. De voorschriften van het jubeljaar zijn voor 215 II,13 | werkelijk gebeurde. Maar van de andere kant werden ze 216 II,13 | futuri, de aankondiging van de ware bevrijding die de 217 II,13 | geval begon zich op basis van de juridische normen die 218 II,13 | gelijkheid onder alle kinderen van Israël herstellen door nieuwe 219 II,13 | hulp komen. Dat was een eis van rechtvaardig bestuur. Gerechtigheid 220 II,13 | betekende volgens de Wet van Israël vooral het beschermen 221 II,13 | Israël vooral het beschermen van de zwakken, en een koning 222 II,13 | nooddruftige die jammert, de arme van helper verstoken? met wie 223 II,13 | plaats samen met de theologie van de schepping en van de goddelijke 224 II,13 | theologie van de schepping en van de goddelijke Voorzienigheid. 225 II,13 | Daarom moesten de rijkdommen van de schepping beschouwd worden 226 II,13 | gemeenschappelijk bezit van de hele mensheid. Degene 227 II,13 | die verplicht was in naam van God, de enige ware eigenaar, 228 II,13 | herstellen. In de traditie van het jubeljaar ligt zo een 229 II,13 | het jubeljaar ligt zo een van de wortels van de kerkelijke 230 II,13 | ligt zo een van de wortels van de kerkelijke sociale leer, 231 II,13 | altijd een onderdeel was van het kerkelijk onderricht 232 II,14 | een genadejaar afkondigen van de Heer". Voor de kerk is 233 II,14 | dat ÔgenadejaarÕ, een jaar van kwijtschelding van zonden 234 II,14 | jaar van kwijtschelding van zonden en van de straffen 235 II,14 | kwijtschelding van zonden en van de straffen voor die zonden, 236 II,14 | voor die zonden, een jaar van verzoening tussen tegenstanders, 237 II,14 | tegenstanders, een jaar van talrijke bekeringen en van 238 II,14 | van talrijke bekeringen en van sacramentele en buiten-sacramentele 239 II,14 | boetedoening. De traditie van de jubileumjaren is verbonden 240 II,14 | in andere jaren verlenen van aflaten. Naast de jubileumjaren 241 II,14 | herinneren aan het geheim van de menswording, gedenken 242 II,14 | Verlossingsgebeuren: het kruis van Christus, zijn dood op Golgotha 243 II,14 | de kerk een 'genadejaar van de Heer' af, en zorgt ervoor 244 II,15 | 15. In het leven van een individu zijn jubilea 245 II,15 | andere gedenkdagen zoals die van het doopsel, het vormsel, 246 II,15 | huwelijkssacrament. Sommige van die gedenkdagen hebben een 247 II,15 | hebben gezegd over de jubilea van de individu, kan ook worden 248 II,15 | kerk vieren we de jubilea van parochies en diocesen. Al 249 II,15 | diocesen. Al deze jubilea van een individu of een gemeenschap 250 II,15 | duidelijke rol in het leven van mensen en gemeenschappen.~ 251 II,15 | tweeduizendste jaar na de geboorte van Christus (waarbij men de 252 II,15 | waarbij men de kwestie van de precieze tijdsbepaling 253 II,15 | gezien de prominente rol van het christendom in de loop 254 II,15 | het christendom in de loop van deze twee millennia, indirect 255 II,15 | tijdrekening bijna overal uitgaat van het jaar van Christus' komst 256 II,15 | overal uitgaat van het jaar van Christus' komst in de wereld: 257 II,15 | dus ook het uitgangspunt van de jaartelling die tegenwoordig 258 II,15 | Is ook dat niet een teken van de ongeëvenaarde invloed 259 II,15 | invloed die de geboorte van Jezus van Nazaret op de 260 II,15 | die de geboorte van Jezus van Nazaret op de hele geschiedenis 261 II,16 | zichtbaar wordt, want de komst van God is een ook uitwendig, 262 II,16 | 1). Het is dus goed dat van deze blijdschap over zijn 263 II,16 | deel heeft aan de kracht van het heil. Vandaar dat het 264 II,16 | Jubileumjaar in zekere zin niet van alle andere verschillen. 265 II,16 | kerk respecteert de maten van de tijd: uren, dagen, jaren, 266 II,16 | ervan bewust maakt dat elk van deze afgebakende periodes 267 II,16 | afgebakende periodes vervuld is van Gods tegenwoordigheid en 268 II,16 | Gods tegenwoordigheid en van zijn heilbrengend handelen. 269 II,16 | zij smeekbeden tot de Heer van de geschiedenis en van het 270 II,16 | Heer van de geschiedenis en van het geweten der mensen.~ 271 II,16 | moment, aan de vooravond van een nieuw millennium, is 272 II,16 | nieuw millennium, is een van de vurigste gebeden van 273 II,16 | van de vurigste gebeden van de kerk tot de Heer dat 274 II,16 | dat onder alle christenen van de verschillende belijdenissen 275 II,16 | respect voor de programmaÕs van de verschillende kerken 276 II,16 | blijken dat alle volgelingen van Christus vastbesloten zijn 277 III | III Voorbereiding van het grote Jubileumjaar~ 278 III,17 | 17. In de geschiedenis van de kerk wordt ieder jubileum 279 III,17 | dankbaar en met een gevoel van verantwoordelijkheid naar 280 III,17 | zich in de geschiedenis van de mensheid heeft afgespeeld 281 III,17 | wijze kijken wij met de ogen van het geloof naar onze eeuw 282 III,17 | alleen een getuigenis is van de geschiedenis van de mens, 283 III,17 | getuigenis is van de geschiedenis van de mens, maar ook van Gods 284 III,17 | geschiedenis van de mens, maar ook van Gods ingrijpen in wat de 285 III,18 | voorbereiding begon op het Jubileum van het tweede millennium. Immers: 286 III,18 | geconcentreerd was op het geheim van Christus en zijn kerk, en 287 III,18 | beproevingen moest doormaken van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, 288 III,18 | en Tweede Wereldoorlog, van de ervaringen van de concentratiekampen 289 III,18 | Wereldoorlog, van de ervaringen van de concentratiekampen en 290 III,18 | nieuw tijdperk in het leven van de kerk heeft ingeluid. 291 III,18 | mate gebruik heeft gemaakt van de ervaringen en het denken 292 III,18 | voorafgaande tijd, met name van het gedachtengoed van Pius 293 III,18 | name van het gedachtengoed van Pius XII. In de geschiedenis 294 III,18 | XII. In de geschiedenis van de kerk zijn het 'oude' 295 III,18 | de pastorale activiteit van ieder van hen ' heeft een 296 III,18 | pastorale activiteit van ieder van hen ' heeft een duidelijke 297 III,18 | laten leiden door het werken van de heilige Geest.~ 298 III,19 | Johannes de Doper aan de oever van de Jordaan opriep tot boete 299 III,19 | maar het heeft in zich iets van de oude profeet laten blijken 300 III,19 | Joh 1,29), de Verlosser van de mens, de Heer van de 301 III,19 | Verlosser van de mens, de Heer van de geschiedenis. Juist vanuit 302 III,19 | opnieuw de diepte ontdekt van haar geheim als lichaam 303 III,19 | geheim als lichaam en bruid van Christus. Aandachtig luisterend 304 III,19 | luisterend naar het Woord van God, heeft zij opnieuw bevestigd 305 III,19 | ze heeft de hervorming van de liturgie, 'bron en hoogtepunt 306 III,19 | liturgie, 'bron en hoogtepunt van haar leven', ter hand genomen; 307 III,19 | de aanzet tot vernieuwing van talrijke aspecten van haar 308 III,19 | vernieuwing van talrijke aspecten van haar leven zowel op universeel 309 III,19 | ingezet voor het bevorderen van de verschillende soorten 310 III,19 | de verschillende soorten van christelijke roeping, de 311 III,19 | christelijke roeping, de roeping van de leek en die van de religieus, 312 III,19 | roeping van de leek en die van de religieus, van het ambt 313 III,19 | en die van de religieus, van het ambt van diaken en dat 314 III,19 | religieus, van het ambt van diaken en dat van priester 315 III,19 | het ambt van diaken en dat van priester en bisschop; op 316 III,19 | verrichten. In het kader van deze diep ingrijpende vernieuwing 317 III,19 | gewend tot de christenen van de andere confessies, naar 318 III,19 | confessies, naar de leden van de andere godsdiensten, 319 III,19 | godsdiensten, naar alle mensen van onze tijd. In geen ander 320 III,19 | gesproken over de eenheid van de christenen, over het 321 III,19 | de heel eigen betekenis van het Oude Verbond en van 322 III,19 | van het Oude Verbond en van Israël, over de waardigheid 323 III,19 | Israël, over de waardigheid van het persoonlijk geweten, 324 III,19 | geweten, over het beginsel van religieuze vrijheid, over 325 III,20 | het ware de aankondiging van nieuwe tijden. De Concilievaders 326 III,20 | hebben de taal gesproken van het evangelie, van de Bergrede 327 III,20 | gesproken van het evangelie, van de Bergrede en van de Zaligsprekingen. 328 III,20 | evangelie, van de Bergrede en van de Zaligsprekingen. In de 329 III,20 | Zaligsprekingen. In de boodschap van het Concilie wordt God getoond 330 III,20 | de waarachtige autonomie van de aardse werkelijkheid.~ 331 III,20 | werkelijkheid.~De beste vorm van voorbereiding op het nieuwe 332 III,20 | dat met nieuw elan de leer van Vaticanum II zo getrouw 333 III,20 | persoonlijk leven en op het leven van de gehele kerk. Met het 334 III,20 | Concilie is in de ruimste zin van het woord de onmiddellijke 335 III,20 | de tijd is die de geest van Concilie het meest benadert. 336 III,20 | bereidt ons voor op de komst van Hem die was en die is en 337 III,21 | derde Algemene Vergadering van de Bisschoppensynode werd 338 III,21 | Synoden maken zelf deel uit van de nieuwe evangelisatie: 339 III,21 | vloeien voort uit de visie van het Tweede Vaticaans Concilie 340 III,21 | plaats in voor de deelname van de leken, waarvan zij de 341 III,21 | vaststellen. Zij zijn een uiting van de kracht die Christus aan 342 III,21 | In het tweede hoofdstuk van de Dogmatische Constitutie 343 III,21 | geschiedt zo op het vlak van de gehele kerk en van de 344 III,21 | vlak van de gehele kerk en van de plaatselijke kerk, en 345 III,21 | bezield door een nieuw besef van de heilbrengende zending 346 III,21 | heilbrengende zending die zij van Christus heeft ontvangen. 347 III,21 | gewijd zijn aan de zending van de leken, de vorming van 348 III,21 | van de leken, de vorming van de priesters, de katechese, 349 III,21 | het gezin, de betekenis van boetedoening en verzoening 350 III,21 | verzoening in het leven van kerk en mensheid, en in 351 III,22 | Jubileumjaar 2000 heeft het ambt van de bisschop van Rome bijzondere 352 III,22 | het ambt van de bisschop van Rome bijzondere taken en 353 III,22 | internationale situatie van het begin van deze eeuw. 354 III,22 | internationale situatie van het begin van deze eeuw. De kerk was zich 355 III,22 | De kerk was zich bewust van haar plicht, vastberaden 356 III,22 | de fundamentele waarden van vrede en gerechtigheid te 357 III,22 | tendenzen die zich in de wereld van die tijd steeds sterker 358 III,22 | geconfronteerd met het drama van de Eerste Wereldoorlog; 359 III,22 | aanbinden met de dreiging van totalitaire systemen of 360 III,22 | totalitaire systemen of van systemen die de menselijke 361 III,22 | tegen het grote onrecht van totale minachting voor de 362 III,22 | menselijke waardigheid ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. 363 III,22 | nieuwe wereldorde na de val van de voorafgaande politieke 364 III,22 | deze eeuw, in navolging van Leo XIII, zich regelmatig 365 III,22 | uiteengezet wat de kenmerken zijn van een rechtvaardig systeem 366 III,22 | rechtvaardig systeem op het gebied van de verhoudingen tussen arbeid 367 III,22 | encycliek Quadragesimo anno van Pius XI, aan de talrijke 368 III,22 | aan de talrijke toespraken van Pius XII, aan de encyclieken 369 III,22 | magistra en Pacem in terris van Johannes XXIII, aan Populorum 370 III,22 | brief Octogesima adveniens van Paulus VI. Zelf ben ik heel 371 III,22 | bijzonder gewijd aan het belang van de menselijke arbeid, terwijl 372 III,22 | heb willen bekrachtigen van de leer van Rerum novarum. 373 III,22 | bekrachtigen van de leer van Rerum novarum. Daaraan voorafgaand 374 III,22 | ik, tegen de achtergrond van de tegenstelling tussen 375 III,22 | het West- en Oostblok en van het gevaar van een kernoorlog, 376 III,22 | Oostblok en van het gevaar van een kernoorlog, in de encycliek 377 III,22 | systematisch heel de sociale leer van de kerk uiteengezet. In 378 III,22 | tekst zijn de twee elementen van de kerkelijke sociale leer - 379 III,22 | sociale leer - de bescherming van menselijke waardigheid en 380 III,22 | en rechten in het kader van een juiste verhouding tussen 381 III,22 | arbeid, en de bevordering van de vrede - terug te vinden 382 III,22 | 1968 onder het pontificaat van Paulus VI begonnen werd, 383 III,23 | Reeds bij de publikatie van het allereerste document 384 III,23 | het allereerste document van mijn pontificaat heb ik 385 III,23 | Natuurlijk is er geen sprake van dat we ons zouden lenen 386 III,23 | millennarisme zoals dat op het einde van het eerste millennium hier 387 III,23 | s die ten dienste staan van de gehele gemeenschap. Bedoeld 388 III,23 | de verschillende soorten van gemeenschap ingeeft, vanaf 389 III,23 | organisaties, met inbegrip ook van de verschillende soorten 390 III,23 | de verschillende soorten van cultuur, beschaving en gezonde 391 III,23 | uitzien naar de openbaring van de kinderen van God, en 392 III,23 | openbaring van de kinderen van God, en leeft zij uit die 393 III,23 | sterke beeld te gebruiken van Paulus in zijn Romeinenbrief ( 394 III,24 | 24. De reizen van de paus zijn een belangrijk 395 III,24 | belangrijk onderdeel geworden van het streven om het Tweede 396 III,24 | toen hij op de vooravond van het Concilie een veelzeggende 397 III,24 | brachten met de bevolking van de verschillende werelddelen.~ 398 III,24 | met Mexico bij gelegenheid van de derde Algemene Vergadering 399 III,24 | derde Algemene Vergadering van de Latijnsamerikaans Bisschoppen 400 III,24 | Polen tijdens de viering van negenhonderdste gedenkdag 401 III,24 | negenhonderdste gedenkdag van de dood van de heilige Stanislaus, 402 III,24 | negenhonderdste gedenkdag van de dood van de heilige Stanislaus, bisschop 403 III,24 | besteed aan het ontwikkelen van oecumenische betrekkingen 404 III,24 | betrekkingen met de christenen van de verschillende confessies. 405 III,24 | dit laatste betreft waren van bijzonder belang de reizen 406 III,24 | het Heilig Land. Het zou van grote betekenis zijn als 407 III,24 | langs de weg die het Volk van God uit het Oude Verbond 408 III,24 | de stad die getuige was van Paulus' bekering.~ 409 III,25 | 25. Bij de voorbereiding van het jaar 2000 komt ook aan 410 III,25 | in de heilsgeschiedenis van de verschillende volkeren. 411 III,25 | verschillende volkeren. Enkele van deze plaatselijke of regionale 412 III,25 | geweest: het millennium van het doopsel van Rus in 1988, 11 413 III,25 | millennium van het doopsel van Rus in 1988, 11 en ook de 414 III,25 | vijfhonderdste verjaardag van het begin van de evangelisatie 415 III,25 | verjaardag van het begin van de evangelisatie op het 416 III,25 | bijvoorbeeld het millennium van de christianisering van 417 III,25 | van de christianisering van Polen in 1966 en van Hongarije 418 III,25 | christianisering van Polen in 1966 en van Hongarije in 1968, en het 419 III,25 | en het 600-jarig jubileum van de christianisering van 420 III,25 | van de christianisering van Litouwen in 1987. Daarnaast 421 III,25 | wat het begin betekende van de evangelieprediking in 422 III,25 | overlevering reeds in het begin van de christelijke jaartelling 423 III,25 | is het zevende eeuwfeest van de evangelisering van China ( 424 III,25 | eeuwfeest van de evangelisering van China (1294), en de voorbereidingen 425 III,25 | gedenken dat de verspreiding van het missiewerk op de Filippijnen 426 III,25 | begon met de oprichting van de Metropolitane Zetel van 427 III,25 | van de Metropolitane Zetel van Manilla (1595). Ook zullen 428 III,25 | eerste Japanse martelaars van vierhonderd jaar geleden ( 429 III,25 | apostelen. Naast de viering van het 1650-jarig jubileum 430 III,25 | het 1650-jarig jubileum van de bisschopswijding van 431 III,25 | van de bisschopswijding van de heilige Frumentius (rond 432 III,25 | 340), de eerste bisschop van de Ethiopiërs, en van het 433 III,25 | bisschop van de Ethiopiërs, en van het feit dat 500 jaar geleden 434 III,25 | geleden de evangelisering van Angola in het voormalige 435 III,25 | verbonden zijn met de erfenis van de apostelen, en waarvan 436 III,25 | gemeenschappelijk erfgoed van heel de christenheid behoort. 437 III,25 | erkennen als de oorsprong van hun eigen apostoliciteit, 438 III,25 | grote Jubileum aan het einde van het tweede millennium.~In 439 III,25 | verbondenheid aan de oevers van deze grote rivier te ontmoeten: 440 III,25 | te ontmoeten: de rivier van de Openbaring, van het christendom 441 III,25 | rivier van de Openbaring, van het christendom en van de 442 III,25 | van het christendom en van de kerk die haar weg vervolgt 443 III,26 | 26. De vieringen van het Heilig Jaar in het laatste 444 III,26 | Jaar in het laatste deel van deze eeuw moeten eveneens 445 III,26 | worden gezien in het licht van de voorbereiding op het 446 III,26 | lijn werd 1983 als het Jaar van de Verlossing gevierd. Nog 447 III,26 | in de Maria-heiligdommen van de gehele wereld. De encycliek 448 III,26 | heeft duidelijk de leer van het Concilie uiteengezet 449 III,26 | uiteengezet over de aanwezigheid van de Moeder Gods in het geheim 450 III,26 | Moeder Gods in het geheim van Christus en van de kerk: 451 III,26 | het geheim van Christus en van de kerk: tweeduizend jaar 452 III,26 | is Gods Zoon uit kracht van de heilige Geest mens geworden 453 III,27 | voorafging aan de gebeurtenissen van 1989. Uiterst verrassend 454 III,27 | groeiende dreiging tengevolge van de 'koude oorlog'; het jaar 455 III,27 | die als het ware de vorm van een 'organische' ontwikkeling 456 III,27 | ontwikkeling aannam. In het licht van deze oplossing krijgt men 457 III,27 | is, de onzichtbare hand van de Voorzienigheid reeds 458 III,27 | en dreigingen. Na de val van het communisme is er in 459 III,27 | communisme is er in de landen van het voormalige Oostblok 460 III,27 | ernstige gevaar opgedoemd van overdreven nationalisme, 461 III,28 | hetzelfde perspectief het Jaar van het Gezin; inhoudelijk hangt 462 III,28 | nauw samen met het geheim van de menswording en de eigen 463 III,28 | en de eigen geschiedenis van de mensheid. Men mag dus 464 III,28 | in Nazaret begonnen Jaar van het Gezin evenzeer als het 465 III,28 | uiteen heb willen zetten van wat de kerk leert over het 466 III,28 | heeft de kerk erkend dat een van haar opdrachten was, duidelijk 467 III,28 | duidelijk de waardigheid van huwelijk en gezin naar voren 468 III,28 | te brengen. 13 Het Jaar van het Gezin wil ertoe bijdragen, 469 III,28 | door een gezin, het gezin van Nazaret, in de geschiedenis 470 III,28 | Nazaret, in de geschiedenis van de mensheid willen binnentreden?~ 471 IV,29 | 29. Tegen de achtergrond van dit weidse vergezicht rijst 472 IV,29 | programma op te stellen van initiatieven tot de onmiddellijke 473 IV,29 | is reeds enige elementen van een dergelijk programma.~ 474 IV,29 | programma.~Het opstellen van meer gedetailleerde 'ad 475 IV,29 | hierover de voorzitters van de Bisschoppenconferenties 476 IV,29 | geconsulteerd.~Ik ben de leden van het College van Kardinalen, 477 IV,29 | de leden van het College van Kardinalen, die op 13 en 478 IV,29 | toekomen: bij het schrijven van deze apostolische brief 479 IV,30 | heeft betrekking op de tijd van voorbereiding. Slechts enkele 480 IV,30 | enkele jaren scheiden ons nog van het jaar 2000; men meende 481 IV,30 | blijft. Men was namelijk van oordeel dat de opstapeling 482 IV,30 | oordeel dat de opstapeling van allerlei activiteiten over 483 IV,30 | fase, waarin onderwerpen van meer algemene aard bij de 484 IV,30 | worden in een tweede fase van drie jaar die geheel gericht 485 IV,30 | gericht zou zijn op de viering van het geheim van Christus 486 IV,30 | de viering van het geheim van Christus de Verlosser.~ 487 IV,31 | het besef te verlevendigen van de betekenis die het Jubileum 488 IV,31 | betekenis die het Jubileum van het jaar 2000 heeft in de 489 IV,31 | herinnert aan de geboorte van Christus heeft het mede 490 IV,31 | bij dit speciale Jubileum van belang, herinnering en viering 491 IV,31 | verstandelijk herdenken van de gebeurtenissen, maar 492 IV,31 | tastbaar wordt door de viering van de sacramenten. De jubileumviering 493 IV,31 | jubileumviering dient de christenen van deze tijd te bevestigen 494 IV,31 | Heilige Stoel, met behulp van een daartoe opgericht comité, 495 IV,31 | karakteristieke trekken van het jubileumgebeuren.~ 496 IV,32 | jubileum is altijd een tijd van bijzondere genade, 'een 497 IV,32 | vreugdevol karakter. Het Jubileum van het jaar 2000 moet een groot 498 IV,32 | 2000 moet een groot gebed van lof en dank zijn, met name 499 IV,32 | met name voor het geschenk van de menswording van Gods 500 IV,32 | geschenk van de menswording van Gods Zoon en van de door


1-500 | 501-933

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License