Chapter, Paragraph
1 I,2 | Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u". (1,28) Deze woorden
2 I,5 | ware God en ware mens, Heer van het heelal, is ook Heer
3 I,5 | Heer van het heelal, is ook Heer van de geschiedenis, waarvan
4 II,10 | uitdrukking dat Christus de Heer van de tijd is, het begin
5 II,10 | van Christus als Koning en Heer van het heelal en van de
6 II,10 | herinnert aan de dag waarop de Heer is verrezen.~
7 II,11 | De geest van Jahwe, mijn Heer, rust op mij, want Jahwe
8 II,11 | Hij 'een genadejaar van de Heer' tot stand; Hij kondigt
9 II,11 | zeggen 'een genadejaar van de Heer', is het kenmerk van al
10 II,14 | genadejaar afkondigen van de Heer". Voor de kerk is het jubileumjaar
11 II,14 | kerk een 'genadejaar van de Heer' af, en zorgt ervoor dat
12 II,16 | richt zij smeekbeden tot de Heer van de geschiedenis en van
13 II,16 | gebeden van de kerk tot de Heer dat onder alle christenen
14 III,19| Verlosser van de mens, de Heer van de geschiedenis. Juist
15 IV,32 | bijzondere genade, 'een door de Heer gezegende dag': zoals reeds
16 IV,35 | weerspiegelen van haar gekruisigde Heer, Hij die op onovertroffen
17 IV,36 | christenen zich voor de Heer nederig afvragen wat voor
18 IV,41 | richten op Christus, de enige Heer, en te streven naar de éÉnheid
19 IV,48 | uitzien van de armen van de Heer is in haar tot volkomenheid
20 IV,49 | is God de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons
21 IV,55 | een speciale genade van de Heer is verbonden voor de kerk
22 V,59 | mensdom te vinden zijn in haar Heer en Meester. Bovendien houdt
23 V,59 | uit, met aandrang tot de Heer te bidden om het inzicht
24 V,59 | veilig zal leiden tot de Heer. Moge de nederige Maagd
|