Chapter, Paragraph
1 I,3 | schrijft: "Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
2 I,3 | God was, door wie alles is geworden wat geworden is; het Woord
3 I,3 | wie alles is geworden wat geworden is; het Woord in wie het
4 I,4 | werkelijk één van de onzen geworden, in alles aan ons gelijk,
5 I,5 | God "één van de onzen" is geworden, heeft zich in alle nederigheid
6 I,5 | van onderlinge strijd was geworden. Er is nog een ander belangrijk
7 I,6 | antwoord dat mogelijk is geworden door deze éne Mens die tegelijk
8 I,7 | God is juist daartoe mens geworden door een lichaam en een
9 II,12 | geraakt doordat hij slaaf was geworden. Hij kon de grond niet voorgoed
10 III,23| een hermeneutische sleutel geworden voor mijn pontificaat. Natuurlijk
11 III,24| een belangrijk onderdeel geworden van het streven om het Tweede
12 III,26| van de heilige Geest mens geworden en geboren uit de onbevlekte
13 IV,34 | van de voornaamste centra geworden van waaruit de beweging
14 IV,34 | bidden om de eenheid intenser geworden, maar er moet met nog meer
15 IV,36 | Gods geheel en al de ziel geworden van de theologie en de inspiratie
16 IV,37 | een kerk van martelaren geworden. De vervolging van gelovigen -
17 IV,37 | gemeenschappelijk erfdeel geworden voor katholieken, orthodoxen,
18 IV,40 | van de heilige Geest mens geworden. Het uitgesproken christologisch
19 IV,43 | schoot is het Woord vlees geworden! Als er gesteld wordt dat
20 IV,43 | in het licht van het mens geworden Woord beschouwt, dringt
|