Chapter, Paragraph
1 I,6 | Jezus spreekt immers niet alleen 'in naam van God' zoals
2 I,6 | het Woord. Hier zoekt niet alleen de mens naar God, maar God
3 I,7 | Christus spreekt God niet alleen tot de mens, maar zoekt
4 II,9 | van zichzelf, een gave die alleen in de ontmoeting met God
5 II,9 | volheid van de tijd', dat is alleen de eeuwigheid, sterker nog
6 II,11 | stand; Hij kondigt het niet alleen af door zijn woord maar
7 II,12 | sabbatjaar voorzag de Wet niet alleen in de vrijlating van de
8 II,12 | Egypte voor zichzelf als alleen Hèm toebehorend eigendom '
9 II,13 | gedeelde overtuiging: aan God alleen komt als Schepper het 'dominium
10 II,13 | bezat, was in werkelijkheid alleen de beheerder ervan, anders
11 II,14 | worden de jubileumjaren niet alleen 'in Urbe' gevierd, maar
12 II,15 | belangrijk jubileum, niet alleen voor de christenen maar,
13 II,16 | denken aan blijdschap, niet alleen inwendige blijdschap, maar
14 III,17| speuren naar hetgeen niet alleen een getuigenis is van de
15 IV,34 | bereiken van dit doel niet alleen het resultaat kan zijn van
16 IV,35 | onverdraagzaamheid en hevige emoties; alleen waarlijk vrije en van God
17 IV,36 | onzekerheid heerst, hetgeen niet alleen van invloed is op hun zedelijk
18 IV,37 | zaligen uit de kerk zijn niet alleen zij opgenomen die hun bloed
19 IV,44 | de heilige Geest, kan nu alleen door Hem oprijzen uit het
20 IV,46 | lijdt, altijd door. En niet alleen zij, ook wij zelf, die toch
|