Chapter, Paragraph
1 I,2 | op reis, ieder naar zijn eigen stad om zich te laten inschrijven.
2 I,3 | genomen, geeft een heel eigen kosmische betekenis aan
3 I,6 | naar God, maar God komt in eigen persoon over zichzelf spreken
4 I,7 | zou kunnen inrichten naar eigen believen zonder rekening
5 I,8 | van God' en deelt in zijn eigen leven. Paulus spreekt daarover
6 I,8 | mens deel heeft aan het eigen leven van God. Hij bewerkt
7 II,12 | wetgeving, die zo op deze heel eigen wijze wordt gekarakteriseerd.
8 III,19| Concilie de vraag naar haar eigen wezen gesteld, en opnieuw
9 III,19| godsdiensten, over de heel eigen betekenis van het Oude Verbond
10 III,21| leken, waarvan zij de heel eigen verantwoordelijkheid in
11 III,25| afzonderlijke kerken een eigen rol toe: met hun eigen jubilea
12 III,25| een eigen rol toe: met hun eigen jubilea vieren ze belangrijke
13 III,25| als de oorsprong van hun eigen apostoliciteit, herinneren
14 III,28| van de menswording en de eigen geschiedenis van de mensheid.
15 IV,33 | kerk omvat zondaars in haar eigen schoot en, terzelfder tijd
16 IV,38 | thuishoren en die op heel eigen wijze herinneren aan bepaalde
17 IV,46 | ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten
18 IV,46 | waartoe zij behoren, in hun eigen maatschappelijke situatie,
19 IV,53 | monotheïstische godsdiensten een eigen betekenis hebben.~Om het
|