1-500 | 501-700
Chapter, Paragraph
1 Intro,1| 1. Nu het derde millennium van de
2 Intro,1| van de tijd valt samen met het geheim van de menswording
3 Intro,1| geheim van de menswording van het Woord, de Zoon, één in wezen
4 Intro,1| wezen met de Vader, en met het geheim van de verlossing
5 Intro,1| Daarna gaat hij door: "En het bewijs dat ge zonen zijt:
6 Intro,1| Paulus' uiteenzetting van het geheim van de menswording
7 Intro,1| bevat de openbaring van het geheim der Drieëenheid en
8 Intro,1| laat de volheid zien van het geheim van de verlossende
9 I,2 | en omdat hij behoorde tot het huis en het geslacht van
10 I,2 | behoorde tot het huis en het geslacht van David, ging
11 I,2 | zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder
12 I,2 | Zoon van God" (1,30-32.35). Het antwoord van Maria op de
13 I,3 | heel de diepte samen van het geheim van de menswording.
14 I,3 | menswording. Hij schrijft: "Het Woord is vlees geworden
15 I,3 | de menswording plaats van het eeuwige Woord, een van wezen
16 I,3 | evangelist spreekt over het Woord dat in het begin bij
17 I,3 | spreekt over het Woord dat in het begin bij God was, door
18 I,3 | geworden wat geworden is; het Woord in wie het leven was,
19 I,3 | geworden is; het Woord in wie het leven was, leven dat het
20 I,3 | het leven was, leven dat het licht was van de mensen (
21 I,3 | God schept de wereld door het Woord. Het Woord is de eeuwige
22 I,3 | de wereld door het Woord. Het Woord is de eeuwige Wijsheid,
23 I,3 | Wijsheid, de Gedachte en het Wezensbeeld van God, "de
24 I,3 | van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen" (
25 I,3 | Licht uit Licht, is Hij het beginsel en oerbeeld van
26 I,3 | in de tijd geschapen is.~Het feit dat in de volheid der
27 I,3 | in de volheid der tijden het eeuwige Woord het menselijk
28 I,3 | tijden het eeuwige Woord het menselijk bestaan op zich
29 I,3 | kosmische betekenis aan het gebeuren dat 2000 jaar geleden
30 I,3 | Betlehem plaats vond. Dankzij het Woord verschijnt de geschapen
31 I,3 | universum. En opnieuw is het door mens te worden, dat
32 I,3 | door mens te worden, dat het Woord de kosmische ordening
33 I,3 | de Efeziërs spreekt over het plan dat God van tevoren
34 I,3 | van de volheid der tijden: het heelal in Christus onder
35 I,4 | schepping, en met de mens in het bijzonder. Zoals Vaticanum
36 I,4 | bijzonder. Zoals Vaticanum II het zo indrukwekkend formuleert: "
37 I,4 | zien door de openbaring van het geheim van de Vader en van
38 I,4 | de goddelijke Persoon van het Woord, wordt de natuur waarin
39 I,5 | 5. Het feit dat de Zoon van God "
40 I,5 | nederigheid voltrokken. Het is dus niet verwonderlijk
41 I,5 | 120 werden geschreven. Bij het verslag over de brand van
42 I,5 | snelle verspreiding van het christendom blijkt: het
43 I,5 | het christendom blijkt: het getuigenis van Plinius de
44 I,5 | enkel woord wijden, wordt in het volle licht geplaatst door
45 I,5 | door de geschriften van het Nieuwe Testament, die weliswaar
46 I,5 | God en ware mens, Heer van het heelal, is ook Heer van
47 I,5 | Omega" (Apk 1,8;21, 6), "het Begin en het Einde" (Apk
48 I,5 | 8;21, 6), "het Begin en het Einde" (Apk 21, 6) is. In
49 I,5 | is. In Hem heeft de Vader het laatste woord gesproken
50 I,5 | profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons
51 I,6 | 6. Jezus is in het uitverkoren volk geboren
52 I,6 | en in zijn plaats. Want het heilsplan van het Oude Testament
53 I,6 | Want het heilsplan van het Oude Testament is wezenlijk
54 I,6 | Christus, de Verlosser van het heelal, en van zijn messiaans
55 I,6 | messiaans Rijk. De boeken van het Oude Verbond zijn zo de
56 I,6 | blijvende getuigenissen van het ware opvoedingsplan van
57 I,6 | Hier raken we aan hetgeen het wezenlijk verschil is tussen
58 I,6 | wezenlijk verschil is tussen het christendom en de andere
59 I,6 | godsdiensten, waarin vanaf het begin het zoeken van de
60 I,6 | waarin vanaf het begin het zoeken van de mens naar
61 I,6 | God vorm heeft gekregen. Het uitgangspunt in het christendom
62 I,6 | gekregen. Het uitgangspunt in het christendom is de menswording
63 I,6 | christendom is de menswording van het Woord. Hier zoekt niet alleen
64 I,6 | Dat is wat de proloog van het Johannesevangelie verkondigt: "
65 I,6 | Hem doen kennen" (1,18). Het mensgeworden Woord is dus
66 I,6 | is dus de vervulling van het verlangen dat bij alle godsdiensten
67 I,6 | leeft: die vervulling is het werk van God, en gaat alles
68 I,6 | kan verhopen, te boven. Het is een geheim van genade.~
69 I,6 | deze éne Mens die tegelijk het Woord is, één in wezen met
70 I,6 | aan God. Jezus Christus is het nieuwe begin van alles:
71 I,6 | Christus de vervulling van het verlangen van alle godsdiensten
72 I,6 | religie van de heerlijkheid; het is een bestaan in de nieuwheid
73 I,6 | leven uit de volheid van het leven in God.~
74 I,7 | bedoelt Jezus als Hij over het terugvinden van het verloren
75 I,7 | over het terugvinden van het verloren schaap spreekt (
76 I,7 | spreekt (vgl. Lc 15,1-7). Het is een zoeken dat begint
77 I,7 | een zoeken dat begint in het hart van God en dat zijn
78 I,7 | bereikt in de menswording van het Woord. Als God op zoek gaat
79 I,7 | van de eeuwigheid af in het Woord liefheeft, en Hij
80 I,7 | verbergend tussen de bomen van het aards paradijs (vgl. Gn
81 I,7 | brengen om de wegen van het kwaad te verlaten die hem
82 I,7 | verlaten" betekent, hem tot het inzicht brengen dat hij
83 I,7 | op de verkeerde weg is; het betekent het kwaad overwinnen
84 I,7 | verkeerde weg is; het betekent het kwaad overwinnen dat overal
85 I,7 | mensengeschiedenis heerst. Het kwaad overwinnen: dat is
86 I,7 | Verlossing. Deze geschiedt door het offer van Christus, waardoor
87 I,7 | schoot van de Maagd: om zelf het volmaakte offer van verlossing
88 I,7 | Verlossing van de wereld door het offer van Christus, dat
89 I,7 | dat de overwinning van het kwaad, van de zonde, ja,
90 I,7 | inhoudt. Door de dood op het kruis te aanvaarden, openbaart
91 I,7 | aanvaarden, openbaart Christus het leven en tegelijkertijd
92 I,7 | tegelijkertijd schenkt Hij het, want Hij verrijst, en de
93 I,8 | 8. De godsdienst die in het geheim van de verlossende
94 I,8 | waardoor men 'verblijft in het hart van God' en deelt in
95 I,8 | name in Gethsemani en op het kruis zich "onder luid geroep
96 I,8 | dat de mens deel heeft aan het eigen leven van God. Hij
97 I,8 | bestaat de godsdienst van 'het verkeren in het hart van
98 I,8 | godsdienst van 'het verkeren in het hart van God', dat begint
99 II | II Het Jubileumjaar 2000~
100 II,9 | waarbij de geschiedenis van het universum en met name van
101 II,9 | mens niet wil berusten in het onherroepelijk karakter
102 II,9 | ontmoeting met God mogelijk is. Het is in God dat de mens volledig
103 II,9 | binnengaan betekent dus het einde van de tijd bereiken
104 II,10 | 10. In het christendom heeft de tijd
105 II,10 | heilsgeschiedenis, waarvan het hoogtepunt de 'volheid van
106 II,10 | terugkeer van Gods Zoon aan het einde der tijden. In Jezus
107 II,10 | dagen" aan (vgl. Heb 1,2), "het laatste uur" (vgl. Joh 2,
108 II,10 | gebeurde in de godsdienst van het Oude Verbond, en zoals dat,
109 II,10 | Verbond, en zoals dat, zij het op een andere wijze, nog
110 II,10 | andere wijze, nog gebeurt in het christendom. Wanneer de
111 II,10 | vigilie van Pasen de kaars, het symbool van de verrezen
112 II,10 | eeuwen der eeuwen." Bij het uitspreken van die woorden
113 II,10 | de kaars de cijfers van het betreffende jaar. De betekenis
114 II,10 | de Heer van de tijd is, het begin en de voltooiing ervan;
115 II,10 | binnen de loop van een jaar. Het zonnejaar wordt zo geheel
116 II,10 | zo geheel doordesemd door het liturgisch jaar, dat in
117 II,10 | dat in zekere zin heel het mysterie van menswording
118 II,10 | de advent en besloten met het feest van Christus als Koning
119 II,10 | Christus als Koning en Heer van het heelal en van de geschiedenis.
120 II,11 | achtergrond kan men gemakkelijk het gebruik van de jubileumjaren
121 II,11 | jubileumjaren begrijpen die in het Oude Testament begon en
122 II,11 | mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen,
123 II,11 | geboeiden de terugkeer naar het licht; om een jaar van Jahwe'
124 II,11 | Jezus voegde eraan toe: "Het Schriftwoord dat gij zojuist
125 II,11 | gekomen was de dag van het heil, de 'volheid van de
126 II,11 | de Vader'. Hij verkondigt het blijde nieuws aan de armen.
127 II,11 | Hij geeft aan de blinden het licht terug van hun ogen (
128 II,11 | tot stand; Hij kondigt het niet alleen af door zijn
129 II,11 | plaats door zijn daden. Het jubileumjaar, dat wil zeggen '
130 II,11 | genadejaar van de Heer', is het kenmerk van al wat Jezus
131 II,12 | traditie der jubileumjaren uit het Oude Testament. Zoals men
132 II,12 | Testament. Zoals men weet was het jubileumjaar een tijd die
133 II,12 | jaar zo'n jubileumjaar: het was het 'sabbatjaar', waarin
134 II,12 | n jubileumjaar: het was het 'sabbatjaar', waarin men
135 II,12 | wordt gekarakteriseerd. Voor het sabbatjaar voorzag de Wet
136 II,12 | God. Wat betrekking had op het sabbatjaar gold ook voor
137 II,12 | sabbatjaar gold ook voor het 'jubeljaar' ('jobeljaar')
138 II,12 | de vijftig jaar. Maar in het jubeljaar werden de gebruiken
139 II,12 | werden de gebruiken van het sabbatjaar uitgebreid en
140 II,12 | voor u zijn: dan moet ge in het land afkondigen dat alle
141 II,12 | bewoners hun slaven vrijlaten. Het moet een jobeljaar voor
142 II,12 | opmerkelijke gevolgen van het jubeljaar was de algemene '
143 II,13 | 13. De voorschriften van het jubeljaar zijn voor een
144 II,13 | bij een ideaal gebleven - het was meer iets wat gehoopt
145 II,13 | daarna, te beginnen met het Nieuwe Testament, verder
146 II,13 | ontwikkeling zou komen. Het jubeljaar moest de gelijkheid
147 II,13 | verloren. Anderzijds herinnerde het jubeljaar de rijken eraan
148 II,13 | de Wet van Israël vooral het beschermen van de zwakken,
149 II,13 | in deernis bewaart hij het leven der schamelen" (Ps
150 II,13 | alleen komt als Schepper het 'dominium altum' toe, dat
151 II,13 | schepping en over de aarde in het bijzonder (vgl. Lev 25,23).
152 II,13 | wijze ten dienste staan. Het jubeljaar was juist bedoeld
153 II,13 | herstellen. In de traditie van het jubeljaar ligt zo een van
154 II,13 | altijd een onderdeel was van het kerkelijk onderricht en
155 II,14 | de Heer". Voor de kerk is het jubileumjaar precies dat
156 II,14 | jubileumjaren is verbonden met het op ruimere schaal dan in
157 II,14 | vijfentwintig jaar herinneren aan het geheim van de menswording,
158 II,14 | menswording, gedenken andere jaren het Verlossingsgebeuren: het
159 II,14 | het Verlossingsgebeuren: het kruis van Christus, zijn
160 II,14 | gebeurde volgens de traditie in het jaar dat op de viering in
161 II,15 | 15. In het leven van een individu zijn
162 II,15 | gedenkdagen zoals die van het doopsel, het vormsel, de
163 II,15 | zoals die van het doopsel, het vormsel, de eerste communie,
164 II,15 | tot priester of bisschop, het huwelijkssacrament. Sommige
165 II,15 | oogpunt is ieder jubileum - het vijfentwintigjarige of '
166 II,15 | huwelijks- of priesterfeest, het vijftigjarige of 'gouden'
167 II,15 | vijftigjarige of 'gouden' feest, het zestigjarige of 'diamanten'
168 II,15 | belangrijke en duidelijke rol in het leven van mensen en gemeenschappen.~
169 II,15 | Tegen deze achtergrond is het tweeduizendste jaar na de
170 II,15 | gezien de prominente rol van het christendom in de loop van
171 II,15 | ook voor de hele mensheid. Het is opmerkelijk dat de tijdrekening
172 II,15 | bijna overal uitgaat van het jaar van Christus' komst
173 II,15 | deze komst wordt dus ook het uitgangspunt van de jaartelling
174 II,15 | jaartelling die tegenwoordig het meest gebruikt wordt. Is
175 II,16 | 16. Het woord 'jubileum' doet denken
176 II,16 | Johannes zegt (1 Joh 1,1). Het is dus goed dat van deze
177 II,16 | kerk zich verheugt over het heil. Ze wekt iedereen op
178 II,16 | heeft aan de kracht van het heil. Vandaar dat het jaar
179 II,16 | van het heil. Vandaar dat het jaar 2000 gevierd zal worden
180 II,16 | 2000 gevierd zal worden als het grote Jubileumjaar.~Wat
181 II,16 | Wat de inhoud betreft zal het grote Jubileumjaar in zekere
182 II,16 | verschillen. Maar tegelijk zal het anders zijn, groter dan
183 II,16 | van de geschiedenis en van het geweten der mensen.~Op dit
184 II,16 | gemeenschap worden. Ik bid dat het Jubileumjaar een goede gelegenheid
185 II,16 | welke ons scheiden. Wat zou het daarom goed zijn als men,
186 II,16 | oecumenische plannen om het Jubileumjaar voor te bereiden
187 III | III Voorbereiding van het grote Jubileumjaar~
188 III,17 | voorbereid. Dat geldt ook voor het grote Jubileumjaar 2000.
189 III,17 | kijken wij met de ogen van het geloof naar onze eeuw en
190 III,18 | betreft kan men zeggen dat het Tweede Vaticaans Concilie
191 III,18 | onmiddellijke voorbereiding begon op het Jubileum van het tweede
192 III,18 | begon op het Jubileum van het tweede millennium. Immers:
193 III,18 | millennium. Immers: hoewel het een Concilie was als de
194 III,18 | daaraan voorafgaande was het toch heel anders. Het was
195 III,18 | was het toch heel anders. Het was een Concilie dat geconcentreerd
196 III,18 | dat geconcentreerd was op het geheim van Christus en zijn
197 III,18 | II een nieuw tijdperk in het leven van de kerk heeft
198 III,18 | gemaakt van de ervaringen en het denken uit de eraan voorafgaande
199 III,18 | voorafgaande tijd, met name van het gedachtengoed van Pius XII.
200 III,18 | geschiedenis van de kerk zijn het 'oude' en het 'nieuwe' steeds
201 III,18 | kerk zijn het 'oude' en het 'nieuwe' steeds innig met
202 III,18 | innig met elkaar verweven. Het 'nieuwe' komt voort uit
203 III,18 | nieuwe' komt voort uit het 'oude', het 'oude' vindt
204 III,18 | komt voort uit het 'oude', het 'oude' vindt in het 'nieuwe'
205 III,18 | oude', het 'oude' vindt in het 'nieuwe' een volkomener
206 III,18 | volkomener vorm. Hetzelfde is het geval met het Tweede Vaticaans
207 III,18 | Hetzelfde is het geval met het Tweede Vaticaans Concilie
208 III,18 | tenslotte de huidige paus. Het werk dat zij tijdens en
209 III,18 | werk dat zij tijdens en na het Concilie verricht hebben '
210 III,18 | Concilie verricht hebben ' in het leerambt evenzeer als in
211 III,18 | voorbereiding op een nieuwe lente in het christelijk leven die door
212 III,18 | christelijk leven die door het grote Jubileumjaar zichtbaar
213 III,18 | willen laten leiden door het werken van de heilige Geest.~
214 III,19 | 19. Het Concilie heeft weliswaar
215 III,19 | bekering (vgl. Lc 3,1-17), maar het heeft in zich iets van de
216 III,19 | te wijzen op Christus, "het Lam Gods dat wegneemt de
217 III,19 | geschiedenis. Juist vanuit het verlangen volledig trouw
218 III,19 | Meester heeft de kerk tijdens het Concilie de vraag naar haar
219 III,19 | Aandachtig luisterend naar het Woord van God, heeft zij
220 III,19 | heeft zich ingezet voor het bevorderen van de verschillende
221 III,19 | die van de religieus, van het ambt van diaken en dat van
222 III,19 | opvolger verrichten. In het kader van deze diep ingrijpende
223 III,19 | ingrijpende vernieuwing heeft het Concilie zich gewend tot
224 III,19 | van de christenen, over het gesprek met de niet-christelijke
225 III,19 | heel eigen betekenis van het Oude Verbond en van Israël,
226 III,19 | over de waardigheid van het persoonlijk geweten, over
227 III,19 | persoonlijk geweten, over het beginsel van religieuze
228 III,20 | waarin de vraagstukken door het Concilie naar voren werden
229 III,20 | werden gebracht, zijn als het ware de aankondiging van
230 III,20 | hebben de taal gesproken van het evangelie, van de Bergrede
231 III,20 | Zaligsprekingen. In de boodschap van het Concilie wordt God getoond
232 III,20 | vorm van voorbereiding op het nieuwe millennium zal dus
233 III,20 | persoonlijk leven en op het leven van de gehele kerk.
234 III,20 | van de gehele kerk. Met het Concilie is in de ruimste
235 III,20 | is in de ruimste zin van het woord de onmiddellijke voorbereiding
236 III,20 | voorbereiding begonnen op het grote Jubileumjaar 2000.
237 III,20 | die de geest van Concilie het meest benadert. De advent
238 III,21 | Tot de voorbereiding op het komende jaar 2000 behoort
239 III,21 | nationaal en diocesaan vlak. Het centrale thema daarvan is
240 III,21 | vloeien voort uit de visie van het Tweede Vaticaans Concilie
241 III,21 | kracht die Christus aan heel het Godsvolk heeft geschonken,
242 III,21 | geschonken, waarbij Hij het liet delen in zijn zending
243 III,21 | priester en koning. In het tweede hoofdstuk van de
244 III,21 | uitspraken. De voorbereiding op het Jubileumjaar 2000 geschiedt
245 III,21 | Jubileumjaar 2000 geschiedt zo op het vlak van de gehele kerk
246 III,21 | priesters, de katechese, het gezin, de betekenis van
247 III,21 | boetedoening en verzoening in het leven van kerk en mensheid,
248 III,21 | exhortatie die binnenkort aan het godgewijde leven zal worden
249 III,22 | 22. Met betrekking tot het grote Jubileumjaar 2000
250 III,22 | Jubileumjaar 2000 heeft het ambt van de bisschop van
251 III,22 | internationale situatie van het begin van deze eeuw. De
252 III,22 | hebben de pausen uit de aan het Concilie voorafgaande tijd
253 III,22 | werd geconfronteerd met het drama van de Eerste Wereldoorlog;
254 III,22 | Mexico. Pius XII kwam in het geweer tegen het grote onrecht
255 III,22 | kwam in het geweer tegen het grote onrecht van totale
256 III,22 | rechtvaardig systeem op het gebied van de verhoudingen
257 III,22 | encycliek Laborem exercens in het bijzonder gewijd aan het
258 III,22 | het bijzonder gewijd aan het belang van de menselijke
259 III,22 | de tegenstelling tussen het West- en Oostblok en van
260 III,22 | West- en Oostblok en van het gevaar van een kernoorlog,
261 III,22 | waardigheid en rechten in het kader van een juiste verhouding
262 III,22 | Nieuwjaarsboodschappen, waarmee in 1968 onder het pontificaat van Paulus VI
263 III,23 | Reeds bij de publikatie van het allereerste document van
264 III,23 | pontificaat heb ik expliciet over het grote Jubileumjaar gesproken,
265 III,23 | feite is de voorbereiding op het jaar 2000 als het ware een
266 III,23 | voorbereiding op het jaar 2000 als het ware een hermeneutische
267 III,23 | millennarisme zoals dat op het einde van het eerste millennium
268 III,23 | zoals dat op het einde van het eerste millennium hier en
269 III,23 | kleinste gemeenschap, zoals het gezin, tot de grootste toe,
270 III,23 | moeder in barensweeën, om het zo sterke beeld te gebruiken
271 III,24 | belangrijk onderdeel geworden van het streven om het Tweede Vaticaans
272 III,24 | geworden van het streven om het Tweede Vaticaans Concilie
273 III,24 | hij op de vooravond van het Concilie een veelzeggende
274 III,24 | sterk toegenomen: na eerst het Heilig Land te hebben bezocht (
275 III,24 | verschillende werelddelen.~Onder het huidige pontificaat is dat
276 III,24 | bisschop en martelaar.~Het is bekend naar welke plaatsen
277 III,24 | karakter gekregen, en hebben het mogelijk gemaakt in contact
278 III,24 | aandacht werd besteed aan het ontwikkelen van oecumenische
279 III,24 | Baltische staten (1993).~Op het ogenblik verlang ik er vurig
280 III,24 | Bosnië-Herzegovina te bezoeken, alsmede het Nabije Oosten: Libanon,
281 III,24 | Oosten: Libanon, Jeruzalem en het Heilig Land. Het zou van
282 III,24 | Jeruzalem en het Heilig Land. Het zou van grote betekenis
283 III,24 | grote betekenis zijn als het in het jaar 2000 mogelijk
284 III,24 | betekenis zijn als het in het jaar 2000 mogelijk zou zijn
285 III,24 | bezoeken langs de weg die het Volk van God uit het Oude
286 III,24 | die het Volk van God uit het Oude Verbond is gegaan,
287 III,25 | Bij de voorbereiding van het jaar 2000 komt ook aan de
288 III,25 | bijzonder belangrijk geweest: het millennium van het doopsel
289 III,25 | geweest: het millennium van het doopsel van Rus in 1988, 11
290 III,25 | vijfhonderdste verjaardag van het begin van de evangelisatie
291 III,25 | van de evangelisatie op het Amerikaanse continent (1492).
292 III,25 | belangrijk waren: bijvoorbeeld het millennium van de christianisering
293 III,25 | van Hongarije in 1968, en het 600-jarig jubileum van de
294 III,25 | in Canterbury (597) wat het begin betekende van de evangelieprediking
295 III,25 | wereld.~Wat Azië betreft zal het jublileum onze gedachten
296 III,25 | de overlevering reeds in het begin van de christelijke
297 III,25 | christelijke jaartelling het evangelie verkondigde in
298 III,25 | zouden arriveren. Dit jaar is het zevende eeuwfeest van de
299 III,25 | dat de verspreiding van het missiewerk op de Filippijnen
300 III,25 | apostelen. Naast de viering van het 1650-jarig jubileum van
301 III,25 | van de Ethiopiërs, en van het feit dat 500 jaar geleden
302 III,25 | evangelisering van Angola in het voormalige koninkrijk Kongo
303 III,25 | enorme rijkdom vormen die tot het gemeenschappelijk erfgoed
304 III,25 | en monden eveneens uit in het grote Jubileum aan het einde
305 III,25 | in het grote Jubileum aan het einde van het tweede millennium.~
306 III,25 | Jubileum aan het einde van het tweede millennium.~In dit
307 III,25 | wateren naartoe doen vloeien. Het jaar 2000 nodigt ons uit,
308 III,25 | rivier van de Openbaring, van het christendom en van de kerk
309 III,25 | spreken: dit is werkelijk het "vlietend water" dat "de
310 III,26 | 26. De vieringen van het Heilig Jaar in het laatste
311 III,26 | vieringen van het Heilig Jaar in het laatste deel van deze eeuw
312 III,26 | eveneens worden gezien in het licht van de voorbereiding
313 III,26 | van de voorbereiding op het jaar 2000. Het Heilig Jaar
314 III,26 | voorbereiding op het jaar 2000. Het Heilig Jaar dat Paulus VI
315 III,26 | dezelfde lijn werd 1983 als het Jaar van de Verlossing gevierd.
316 III,26 | weerklank kreeg wellicht het Mariajaar 1987-1988: er
317 III,26 | verlangen naar uitgezien en het werd intens beleefd in de
318 III,26 | heeft duidelijk de leer van het Concilie uiteengezet over
319 III,26 | aanwezigheid van de Moeder Gods in het geheim van Christus en van
320 III,26 | onbevlekte maagd Maria. Het Mariajaar was als het ware
321 III,26 | Maria. Het Mariajaar was als het ware een vooruitgrijpen
322 III,26 | ware een vooruitgrijpen op het Jubileum; het bevatte heel
323 III,26 | vooruitgrijpen op het Jubileum; het bevatte heel veel elementen
324 III,26 | heel veel elementen die in het jaar 2000 volledig tot gelding
325 III,27 | omheen, op te merken dat het Mariajaar onmiddellijk voorafging
326 III,27 | tengevolge van de 'koude oorlog'; het jaar 1989 heeft een vreedzame
327 III,27 | oplossing gebracht, die als het ware de vorm van een 'organische'
328 III,27 | ontwikkeling aannam. In het licht van deze oplossing
329 III,27 | wat Leo XIII daarin over het communisme schrijft, werd
330 III,27 | met moederlijke zorg aan het werk was: "Zal een vrouw
331 III,27 | dreigingen. Na de val van het communisme is er in de landen
332 III,27 | communisme is er in de landen van het voormalige Oostblok het
333 III,27 | het voormalige Oostblok het ernstige gevaar opgedoemd
334 III,28 | 28. Als vervolg op het Mariajaar beleven we thans
335 III,28 | in hetzelfde perspectief het Jaar van het Gezin; inhoudelijk
336 III,28 | perspectief het Jaar van het Gezin; inhoudelijk hangt
337 III,28 | Gezin; inhoudelijk hangt het nauw samen met het geheim
338 III,28 | hangt het nauw samen met het geheim van de menswording
339 III,28 | dus de hoop koesteren dat het in Nazaret begonnen Jaar
340 III,28 | Nazaret begonnen Jaar van het Gezin evenzeer als het Mariajaar
341 III,28 | van het Gezin evenzeer als het Mariajaar een nieuwe en
342 III,28 | worden in de voorbereiding op het grote Jubileum.~Met deze
343 III,28 | van wat de kerk leert over het gezin, en waarmee ik die
344 III,28 | waarmee ik die leer als het ware heb willen binnenbrengen
345 III,28 | naar voren te brengen. 13 Het Jaar van het Gezin wil ertoe
346 III,28 | brengen. 13 Het Jaar van het Gezin wil ertoe bijdragen,
347 III,28 | Gezin wil ertoe bijdragen, het Concilie op dit punt in
348 III,28 | bij de voorbereiding op het grote Jubileum in zekere
349 III,28 | niet juist door een gezin, het gezin van Nazaret, in de
350 IV,29 | nu de volgende vraag: is het mogelijk een duidelijk omschreven
351 IV,29 | onmiddellijke voorbereiding op het grote Jubileum? In feite
352 IV,29 | een dergelijk programma.~Het opstellen van meer gedetailleerde '
353 IV,29 | Bisschoppenconferenties en in het bijzonder de kardinalen
354 IV,29 | geconsulteerd.~Ik ben de leden van het College van Kardinalen,
355 IV,29 | dank ook mijn broeders in het episcopaat, die op verschillende
356 IV,29 | hebben doen toekomen: bij het schrijven van deze apostolische
357 IV,30 | jaren scheiden ons nog van het jaar 2000; men meende daarom
358 IV,30 | 2000; men meende daarom dat het goed zou zijn deze periode
359 IV,30 | uiteindelijk afbreuk zou doen aan het spirituele gehalte.~Men
360 IV,30 | Men oordeelde daarom dat het beste was, naar de historische
361 IV,30 | zou zijn op de viering van het geheim van Christus de Verlosser.~
362 IV,31 | vóór-voorbereidend karakter hebben: het doel ervan zal zijn, bij
363 IV,31 | zal zijn, bij de gelovigen het besef te verlevendigen van
364 IV,31 | verlevendigen van de betekenis die het Jubileum van het jaar 2000
365 IV,31 | betekenis die het Jubileum van het jaar 2000 heeft in de menselijke
366 IV,31 | menselijke geschiedenis. Omdat het herinnert aan de geboorte
367 IV,31 | geboorte van Christus heeft het mede een wezenlijk christologische
368 IV,31 | christologische betekenis.~Omdat in het christelijk geloof woord
369 IV,31 | sacrament samengaan, schijnt het ook bij dit speciale Jubileum
370 IV,31 | gebeurtenissen, maar waarbij ook het heilskarakter tastbaar wordt
371 IV,31 | sterken in hun hoop die hen het eeuwige leven doet verwachten,
372 IV,31 | daartoe opgericht comité, voor het denken en doen enige meer
373 IV,31 | gebracht. In zekere zin gaat het erom dat hetgeen gedaan
374 IV,31 | karakteristieke trekken van het jubileumgebeuren.~
375 IV,32 | reeds werd opgemerkt, heeft het als zodanig een vreugdevol
376 IV,32 | een vreugdevol karakter. Het Jubileum van het jaar 2000
377 IV,32 | karakter. Het Jubileum van het jaar 2000 moet een groot
378 IV,32 | dank zijn, met name voor het geschenk van de menswording
379 IV,32 | bewerkte Verlossing. Tijdens het Jubileumjaar zullen de christenen
380 IV,32 | niet verloren gaat maar het eeuwige leven heeft" (Joh
381 IV,32 | overtuiging dank brengen voor het geschenk van de kerk, die
382 IV,32 | Christus gesticht is als "het sacrament, dat wil zeggen
383 IV,32 | sacrament, dat wil zeggen het teken en het instrument,
384 IV,32 | wil zeggen het teken en het instrument, van de innige
385 IV,32 | van de eenheid van heel het menselijk geslacht". 14
386 IV,32 | heiligheid die gerijpt zijn in het leven van zoveel mannen
387 IV,32 | ieder jubileum is heel in het bijzonder een vreugde die
388 IV,32 | gelegd te moeten worden op het thema van de Bisschoppensynode
389 IV,33 | 33. Het is dus goed dat, bij het
390 IV,33 | Het is dus goed dat, bij het naderend einde van het tweede
391 IV,33 | bij het naderend einde van het tweede millennium van het
392 IV,33 | het tweede millennium van het christendom, de kerk zich
393 IV,33 | getuigenis te geven van een door het geloof geïnspireerd leven,
394 IV,33 | De Heilige Deur van het Jubileumjaar 2000 zou symbolisch
395 IV,33 | millennium achter zich laten. Het is passend dat de kerk deze
396 IV,33 | kerk deze overgang maakt in het heldere besef hoe haar gang
397 IV,33 | Zij kan de drempel van het nieuwe millennium niet overgaan
398 IV,33 | incoherentie en traagheid. Het erkennen van zwakheden uit
399 IV,33 | erkennen van zwakheden uit het verleden is een daad van
400 IV,33 | erop voorbereidt daaraan het hoofd te bieden.~
401 IV,34 | Meer nog dan gedurende het eerste millennium heeft
402 IV,34 | last van deze zonden uit het verleden doet zich ook nu
403 IV,34 | zijn ook in onze tijd als het ware blijvende bekoringen.
404 IV,34 | In deze laatste jaren van het millennium moet de kerk
405 IV,34 | van de christenen. Voor het evangelisch getuigenis in
406 IV,34 | doorslaggevende betekenis. Vooral na het Tweede Vaticaans Concilie
407 IV,34 | mag wel zeggen dat heel het doen en laten van de lokale
408 IV,34 | Maar wij weten allemaal dat het bereiken van dit doel niet
409 IV,34 | van dit doel niet alleen het resultaat kan zijn van menselijke
410 IV,34 | ons wordt gevraagd dat wij het schenken van die gave bevorderen,
411 IV,34 | tot bepaalde reserves bij het getuigen van de waarheid.
412 IV,34 | Gevraagd wordt dat we de door het Concilie gegeven richtlijnen
413 IV,34 | edelmoedig in praktijk brengen. Het zijn richtlijnen die ook
414 IV,34 | de christenen op weg naar het jaar 2000. Het naderbijkomende
415 IV,34 | weg naar het jaar 2000. Het naderbijkomende einde van
416 IV,34 | naderbijkomende einde van het tweede millennium nodigt
417 IV,34 | initiatieven, zodat wij bij het grote Jubileum misschien
418 IV,34 | zijn gekomen, maar dat toch het overwinnen van de verdeeldheden
419 IV,34 | van de verdeeldheden uit het tweede millennium veel dichterbij
420 IV,34 | zich vooral meer wijden aan het gebed om de eenheid van
421 IV,34 | van de christenen. Sinds het Concilie is het bidden om
422 IV,34 | christenen. Sinds het Concilie is het bidden om de eenheid intenser
423 IV,35 | berouwvol hart kunnen terugzien: het feit dat er, met name in
424 IV,35 | de mening van een ander het zwijgen dienden op te leggen
425 IV,35 | wijze te onttrekken. Maar het beschouwen van de verzachtende
426 IV,35 | verhinderd, geheel en al het beeld te weerspiegelen van
427 IV,35 | betreurenswaardige momenten uit het verleden kan een les getrokken
428 IV,35 | geheel te houden aan de door het Concilie vastgestelde gulden
429 IV,36 | kardinalen en bisschoppen hebben het verlangen geuit naar een
430 IV,36 | vandaag. Aan de vooravond van het nieuwe millennium moeten
431 IV,36 | godsdienstigheid die hun niet helpt om het probleem van de waarheid
432 IV,36 | komt dat men vrij algemeen het besef heeft verloren voor
433 IV,36 | transcendente betekenis van het menselijk bestaan, en dat
434 IV,36 | waarden van eerbied voor het leven en voor het gezin
435 IV,36 | eerbied voor het leven en voor het gezin betreft. De zonen
436 IV,36 | zelf niet besmet zijn door het klimaat van secularisme
437 IV,36 | ongodsdienstigheid, doordat zij het ware gezicht van God niet
438 IV,36 | moreel en sociaal leven". 20~Het valt niet te ontkennen dat
439 IV,36 | niet te ontkennen dat in het geestelijk leven van veel
440 IV,36 | gehoorzaamheidscrisis ten opzichte van het leergezag van de kerk verspreid
441 IV,36 | kerk verspreid worden.~Wat het getuigenis van de kerk in
442 IV,36 | in onze tijd betreft: is het niet bitter te zien hoe
443 IV,36 | werkelijk mee instemmen? En is het ook niet een van de duistere
444 IV,36 | in praktijk brengen.~In het gewetensonderzoek moet het
445 IV,36 | het gewetensonderzoek moet het ook gaan over de doorwerking
446 IV,36 | over de doorwerking van het Concilie, die grote gave
447 IV,36 | Geest aan de kerk tegen het einde van het tweede millennium
448 IV,36 | kerk tegen het einde van het tweede millennium schonk.
449 IV,36 | schonk. In welke mate is het Woord Gods geheel en al
450 IV,36 | de inspiratie voor heel het christelijk leven, zoals
451 IV,36 | bron en hoogtepunt' van het kerkelijk leven, zoals Sacrosanctum
452 IV,36 | vormen van deelname van het Volk van God, zonder daarmee
453 IV,36 | kerk en de ware geest van het Tweede Vaticaans Concilie?
454 IV,36 | gegeven richtlijnen van het Concilie voor een open,
455 IV,37 | 37. De kerk van het eerste millennium werd geboren
456 IV,37 | millennium werd geboren uit het bloed van de martelaren: "
457 IV,37 | van de kerk zoals die in het eerste millennium plaats
458 IV,37 | plaats vond, wanneer er niet het door de martelaren uitgezaaide
459 IV,37 | christengeneraties gekenmerkt werden. Aan het einde van het tweede millennium
460 IV,37 | werden. Aan het einde van het tweede millennium is de
461 IV,37 | zaad aan martelaren geleid. Het met zijn bloed getuigen
462 IV,37 | gezorgd in de martyrologia het getuigenis van de martelaren
463 IV,37 | maar ook voorgangers in het geloof, missionarissen,
464 IV,37 | verloren gaat. Zoals bij het Consistorie werd aangegeven,
465 IV,37 | herinnering aan hen die het martelaarschap hebben ondergaan
466 IV,37 | verdeeldheid veroorzaakt. Het martyrologium van de eerste
467 IV,37 | in de orthodoxe kerken. Het aantal heilig- en zaligverklaringen
468 IV,37 | in de eerste eeuwen en in het eerste millennium. Geen
469 IV,37 | kerken aan de vooravond van het derde millennium aan Christus
470 IV,37 | tot taak hebben om, met het oog op het derde millennium,
471 IV,37 | hebben om, met het oog op het derde millennium, de martyrologia
472 IV,37 | christelijke roeping in het huwelijk hebben beleefd:
473 IV,38 | heeft met instemming van het episcopaat van Noord-Amerika
474 IV,38 | episcopaat van Noord-Amerika het voorstel aanvaard, een Synode
475 IV,38 | dient te worden gehouden met het enorme verschil tussen Noord
476 IV,38 | waar de ontmoeting van het christendom met zeer oude
477 IV,38 | culturen en godsdiensten het meest dringende vraagstuk
478 IV,38 | duidelijke verlossingsleer. Het is dringend noodzakelijk,
479 IV,38 | noodzakelijk, bij gelegenheid van het grote Jubileum een Synode
480 IV,38 | deze waarheid moet in het jaar 2000 met nieuwe kracht
481 IV,38 | continent is er onder andere het vraagstuk van de volkeren
482 IV,38 | dit continent zou zeker het thema aan de orde moeten
483 IV,38 | komen van de ontmoeting van het christendom met die zeer
484 IV,39 | mensgeworden Zoon van God, als het centrale thema, zal noodzakelijkerwijze
485 IV,40 | jaar: Jezus Christus~40. Het eerste jaar, 1997, zal dus
486 IV,40 | zal dus gewijd zijn aan het nadenken over Christus,
487 IV,40 | heilige Geest mens geworden. Het uitgesproken christologisch
488 IV,40 | christologisch karakter van het Jubileum dient immers duidelijk
489 IV,40 | te worden gebracht, want het wil de menswording vieren
490 IV,40 | heilsmysterie voor heel de mensheid. Het door veel kardinalen en
491 IV,40 | Heb 13,8).~Onder de door het Consistorie genoemde christologische
492 IV,40 | Evangelieverkondiger, waarbij in het bijzonder verwezen wordt
493 IV,40 | bijzonder verwezen wordt naar het vierde hoofdstuk van het
494 IV,40 | het vierde hoofdstuk van het Lucas-evangelie: hierin
495 IV,40 | Lucas-evangelie: hierin is het thema van Christus, gezonden
496 IV,40 | nauw verweven met dat van het Jubileum, een dieper verstaan
497 IV,40 | een dieper verstaan van het mysterie van zijn menswording
498 IV,40 | noodzaak van geloof in Hem voor het heil. Om Christus werkelijk
499 IV,40 | nemen, "ofwel door de aan het woord van God zo rijke heilige
500 IV,41 | 41. Het eerder vermelde streven,
1-500 | 501-700 |