Chapter, Paragraph
1 I,6 | profeten, maar Hij is God zelf die in zijn mensgeworden
2 I,7 | schoot van de Maagd: om zelf het volmaakte offer van
3 I,7 | de zonde, ja, van de dood zelf inhoudt. Door de dood op
4 III,21| gepubliceerd. Die Synoden maken zelf deel uit van de nieuwe evangelisatie:
5 III,22| adveniens van Paulus VI. Zelf ben ik heel vaak op dit
6 IV,35 | de kracht van de waarheid zelf, die zacht en sterk tegelijk
7 IV,36 | van de kerk dienen zich zelf af te vragen in hoeverre
8 IV,36 | te vragen in hoeverre zij zelf niet besmet zijn door het
9 IV,37 | vereren bewees de kerk aan God zelf de hoogste eer; in de martelaren
10 IV,40 | hemelse Vader komt ons immers zelf in de geopenbaarde tekst
11 IV,45 | gezag onderwerpt de Geest zelf ook de charismatisch begaafden (
12 IV,46 | niet alleen zij, ook wij zelf, die toch reeds de eerstelingen
13 IV,49 | zullen zien zoals Christus zelf ze zag: in het perspectief
14 IV,50 | men vaak de grondslagen zelf van een ethisch juiste opvatting
15 IV,54 | de naaste. Zoals zij het zelf in de lofzang van het Magnificat
16 IV,55 | de viering~55. De viering zelf van het grote Jubileum vormt
17 V,56 | Geest, het werk van Christus zelf voort te zetten, die in
|