Chapter, Paragraph
1 Intro,1| wijst er in deze passage op dat Gods Zoon geboren is uit
2 Intro,1| hij door: "En het bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft
3 I,2 | besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling moest
4 I,3 | evangelist spreekt over het Woord dat in het begin bij God was,
5 I,3 | wie het leven was, leven dat het licht was van de mensen (
6 I,3 | schrijft de apostel Paulus dat Hij was "de eerstgeborene
7 I,3 | tijd geschapen is.~Het feit dat in de volheid der tijden
8 I,3 | betekenis aan het gebeuren dat 2000 jaar geleden te Betlehem
9 I,3 | geschapen wereld als 'kosmos', dat wil zeggen als geordend
10 I,3 | het door mens te worden, dat het Woord de kosmische ordening
11 I,3 | Efeziërs spreekt over het plan dat God van tevoren in Christus
12 I,5 | 5. Het feit dat de Zoon van God "één van
13 I,5 | is dus niet verwonderlijk dat de profane geschiedschrijving,
14 I,5 | van keizer Claudius mee dat de joden uit Rome werden
15 I,5 | uitleg van overtuigd te zijn dat deze tekst betrekking heeft
16 I,5 | tussen 111 en 113 meldt dat een groot aantal mensen
17 I,5 | mens en zijn geschiedenis. Dat wordt kernachtig gezegd
18 I,6 | waarlangs hij Hem kan bereiken. Dat is wat de proloog van het
19 I,6 | vervulling van het verlangen dat bij alle godsdiensten van
20 I,6 | Schepper en Vader; een antwoord dat mogelijk is geworden door
21 I,7 | 1-7). Het is een zoeken dat begint in het hart van God
22 I,7 | begint in het hart van God en dat zijn hoogtepunt bereikt
23 I,7 | gelijkenis is geschapen, doet Hij dat omdat Hij hem van de eeuwigheid
24 I,7 | hem ervan te overtuigen dat hijzelf god zou zijn, en
25 I,7 | hijzelf god zou zijn, en dat hij, zoals God, goed en
26 I,7 | tot het inzicht brengen dat hij op de verkeerde weg
27 I,7 | betekent het kwaad overwinnen dat overal in de mensengeschiedenis
28 I,7 | heerst. Het kwaad overwinnen: dat is de betekenis van de Verlossing.
29 I,7 | het offer van Christus, dat de overwinning van het kwaad,
30 I,8 | op die wijze getuigt hij dat hij aan zijn zoonschap door
31 I,8 | gezonden heeft, bewerkt dat de mens deel heeft aan het
32 I,8 | leven van God. Hij bewerkt dat de mens ook, zoals Christus,
33 I,8 | verkeren in het hart van God', dat begint met de menswording
34 II,9 | genomen (vgl. Gn 3,19): dat is een onmiddellijk duidelijk
35 II,9 | bereikt. Uit dit geloof, dat bij een aantal oosterse
36 II,9 | geworteld is, blijkt ondermeer dat de mens niet wil berusten
37 II,9 | mogelijk is. Het is in God dat de mens volledig wordt tot
38 II,9 | volledig wordt tot wat hij is: dat is de door Christus geopenbaarde
39 II,9 | de volheid van de tijd', dat is alleen de eeuwigheid,
40 II,9 | sterker nog de Eeuwige, dat wil zeggen God. In de 'volheid
41 II,10 | voort, de tijd te heiligen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als
42 II,10 | worden toegewijd, zoals dat reeds gebeurde in de godsdienst
43 II,10 | het Oude Verbond, en zoals dat, zij het op een andere wijze,
44 II,10 | brengt helder tot uitdrukking dat Christus de Heer van de
45 II,10 | door het liturgisch jaar, dat in zekere zin heel het mysterie
46 II,11 | eraan toe: "Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt,
47 II,11 | gaf daarmee te verstaan dat Hijzelf de beloofde Messias
48 II,11 | beloofde Messias was en dat de 'tijd' waarnaar zo lang
49 II,11 | daden. Het jubileumjaar, dat wil zeggen 'een genadejaar
50 II,12 | omschreven voorschriften. En dat alles moest gebeuren ter
51 II,12 | We lezen in Leviticus: "Dat vijftigste jaar moet een
52 II,12 | ge in het land afkondigen dat alle bewoners hun slaven
53 II,13 | jubeljaar de rijken eraan dat de tijd zou komen waarop
54 II,13 | verkeerden, ter hulp komen. Dat was een eis van rechtvaardig
55 II,13 | het 'dominium altum' toe, dat wil zeggen de heerschappij
56 II,13 | bijzonder (vgl. Lev 25,23). Dat God in zijn Voorzienigheid
57 II,13 | had geschonken betekende dat Hij haar aan allen had gegeven.
58 II,13 | handelen. God wil immers dat de geschapen goederen aan
59 II,14 | het jubileumjaar precies dat ÔgenadejaarÕ, een jaar van
60 II,14 | Heer' af, en zorgt ervoor dat die genade in ruimere mate
61 II,14 | de traditie in het jaar dat op de viering in Urbe volgde.~
62 II,15 | instellingen. Zo viert men dat honderd of duizend jaar
63 II,15 | mensheid. Het is opmerkelijk dat de tijdrekening bijna overal
64 II,15 | meest gebruikt wordt. Is ook dat niet een teken van de ongeëvenaarde
65 II,16 | Joh 1,1). Het is dus goed dat van deze blijdschap over
66 II,16 | Daarmee wordt zichtbaar dat de kerk zich verheugt over
67 II,16 | kracht van het heil. Vandaar dat het jaar 2000 gevierd zal
68 II,16 | dagen, jaren, eeuwen. In dat opzicht vervolgt zij samen
69 II,16 | zich ervan bewust maakt dat elk van deze afgebakende
70 II,16 | van de kerk tot de Heer dat onder alle christenen van
71 II,16 | gemeenschap worden. Ik bid dat het Jubileumjaar een goede
72 II,16 | overtuigender doen blijken dat alle volgelingen van Christus
73 II,16 | stand te brengen, wetende dat 'bij God niets onmogelijk
74 III,17 | Voorzienigheid voorbereid. Dat geldt ook voor het grote
75 III,18 | dit betreft kan men zeggen dat het Tweede Vaticaans Concilie
76 III,18 | anders. Het was een Concilie dat geconcentreerd was op het
77 III,18 | Christus en zijn kerk, en dat tegelijk open stond naar
78 III,18 | tonen overduidelijk aan dat de wereld meer dan ooit
79 III,18 | bekering.~Vaak wordt gezegd dat Vaticanum II een nieuw tijdperk
80 III,18 | de kerk heeft ingeluid. Dat is juist, maar tegelijk
81 III,18 | aan worden voorbij gegaan dat de Concilievergadering in
82 III,18 | betrokken waren. Als eerste was dat Johannes XXIII, vervolgens
83 III,18 | de huidige paus. Het werk dat zij tijdens en na het Concilie
84 III,19 | Christus, "het Lam Gods dat wegneemt de zonde der wereld" (
85 III,19 | heeft zij opnieuw bevestigd dat allen tot heiligheid geroepen
86 III,19 | van het ambt van diaken en dat van priester en bisschop;
87 III,20 | millennium zal dus moeten zijn dat met nieuw elan de leer van
88 III,20 | zoeken, zou men kunnen zeggen dat de jaarlijks terugkerende
89 III,22 | heeft met zijn programma dat erop gericht was alle dingen
90 III,23 | Natuurlijk is er geen sprake van dat we ons zouden lenen voor
91 III,23 | nieuw millennarisme zoals dat op het einde van het eerste
92 III,24 | het huidige pontificaat is dat programma aanzienlijk uitgebreid,
93 III,25 | wordt binnenkort herdacht dat Clovis, de koning der Franken,
94 III,25 | geleden werd gedoopt (496), dat de heilige Augustinus 1400
95 III,25 | getroffen om te gedenken dat de verspreiding van het
96 III,25 | Ethiopiërs, en van het feit dat 500 jaar geleden de evangelisering
97 III,25 | en Burkina Faso herdacht dat de eerste missionarissen
98 III,25 | werkelijk het "vlietend water" dat "de stad Gods verblijdt" (
99 III,26 | jaar 2000. Het Heilig Jaar dat Paulus VI in 1975 afkondigde,
100 III,27 | moeilijk omheen, op te merken dat het Mariajaar onmiddellijk
101 III,27 | overdreven nationalisme, zoals dat helaas blijkt uit wat er
102 III,27 | andere naburige gebieden. Dat dwingt de Europese staten
103 III,27 | waarbij zij moeten erkennen dat er op economisch en politiek
104 III,28 | mag dus de hoop koesteren dat het in Nazaret begonnen
105 III,28 | II heeft de kerk erkend dat een van haar opdrachten
106 III,28 | praktijk te brengen. Vandaar dat bij de voorbereiding op
107 IV,29 | Consistorie bijeen waren, dankbaar dat zij hieromtrent talrijke
108 IV,30 | 2000; men meende daarom dat het goed zou zijn deze periode
109 IV,30 | was namelijk van oordeel dat de opstapeling van allerlei
110 IV,30 | gehalte.~Men oordeelde daarom dat het beste was, naar de historische
111 IV,31 | zekere zin gaat het erom dat hetgeen gedaan werd tijdens
112 IV,32 | gesticht is als "het sacrament, dat wil zeggen het teken en
113 IV,33 | 33. Het is dus goed dat, bij het naderend einde
114 IV,33 | schouwspel hebben geboden dat een waar anti-getuigenis
115 IV,33 | voor de mensen erkent zij dat haar zondige zonen en dochters
116 IV,33 | zich laten. Het is passend dat de kerk deze overgang maakt
117 IV,34 | getuigenis in de wereld is dat van doorslaggevende betekenis.
118 IV,34 | genomen; men mag wel zeggen dat heel het doen en laten van
119 IV,34 | Maar wij weten allemaal dat het bereiken van dit doel
120 IV,34 | Van ons wordt gevraagd dat wij het schenken van die
121 IV,34 | waarheid. Gevraagd wordt dat we de door het Concilie
122 IV,34 | christenen gewaardeerd worden.~Dat is dus een van de opdrachten
123 IV,34 | zullen zijn gekomen, maar dat toch het overwinnen van
124 IV,34 | zijn. Iedereen begrijpt dat daarvoor een grote inspanning
125 IV,35 | kunnen terugzien: het feit dat er, met name in bepaalde
126 IV,35 | goede trouw kunnen menen dat, terwille van een oprecht
127 IV,35 | verschillende beweegredenen dat leidde tot een klimaat van
128 IV,36 | ogen te zien. Daarbij komt dat men vrij algemeen het besef
129 IV,36 | het menselijk bestaan, en dat er op ethisch gebied verwarring
130 IV,36 | Het valt niet te ontkennen dat in het geestelijk leven
131 IV,36 | hun geloof. Dit geloof, dat al op de proef wordt gesteld
132 IV,36 | duistere kanten van deze tijd dat zoveel christenen medeverantwoordelijk
133 IV,37 | prijs moet voorkomen worden dat hun getuigenis in de kerk
134 IV,37 | documentatie bijeenbrengen. En dat zal zeker een duidelijk
135 IV,37 | men ervoor moeten zorgen dat de heldhaftige deugden erkend
136 IV,38 | bisschoppen hebben er op gewezen dat er ook behoefte is aan andere
137 IV,38 | godsdienstige vormen die, en dat is zeer opmerkelijk, gekenmerkt
138 IV,39 | noodzakelijkerwijze theologisch, dat wil zeggen trinitair van
139 IV,40 | kondigen, nauw verweven met dat van het Jubileum, een dieper
140 IV,41 | de Katholieke Kerk erop dat "het doopsel de grondslag
141 IV,43 | geworden! Als er gesteld wordt dat Christus de centrale plaats
142 IV,44 | volgelingen. "Het grote Jubileum dat het tweede millennium zal
143 IV,45 | ontluiken van het volle heil dat aan het einde van de tijden
144 IV,46 | aan om het laatste doel, dat aan heel zijn leven zin
145 IV,46 | omvorming van de werkelijkheid dat deze beantwoordt aan Gods
146 IV,46 | Paulus: "Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en
147 IV,46 | van het koninkrijk van God dat zij van dag tot dag voorbereiden
148 IV,47 | uitdrukkelijk onderstreept dat de eenheid van het Lichaam
149 IV,49 | Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware
150 IV,50 | van keuze voor het goede dat gevonden wordt in de zedelijke
151 IV,51 | ons het feit herinneren dat Jezus gekomen is "om de
152 IV,51 | 22, is het onontkoombaar dat uitdrukkelijker wordt gewezen
153 IV,52 | aftekent in het Westen, dat hoger ontwikkeld is op technisch
154 IV,53 | worden ingeruimd. God geve dat, om de oprechtheid van deze
155 IV,53 | steeds op moeten worden gelet dat er geen gevaarlijke misverstanden
156 IV,54 | 1,38). Haar moederschap, dat in Nazaret begon en het
157 IV,55 | belangrijk gebeuren; vandaar dat, om misverstanden te vermijden,
158 V,56 | encycliek Ecclesiam suam uiteen dat heel de mensheid betrokken
159 V,56 | God, waarbij hij benadrukt dat er verschillende cirkels
160 V,56 | verbreidt daarbij het heilswerk dat in het paasmysterie is voltrokken.
161 V,57 | het Noorden en Zuiden van dat grote werelddeel. Terwijl
162 V,57 | volkeren van Afrika. Al dat werk heeft vruchten gedragen
163 V,57 | missionair karakter hebben: dat behoort immers tot haar
164 V,58 | Op het prachtige antwoord dat Jezus hem gaf ben ik ingegaan
165 V,59 | et spes: "De kerk gelooft dat Christus, voor allen gestorven
166 V,59 | roeping te beantwoorden; en dat in het ondermaanse aan de
167 V,59 | gered. Tevens gelooft zij dat de sleutel, het centrum
168 V,59 | houdt de kerk eraan vast, dat er bij alle veranderingen
169 V,59 | alle veranderingen veel is dat niet verandert en dat zijn
170 V,59 | is dat niet verandert en dat zijn eigenlijke fundament
171 V,59 | harten zo weten te treffen dat zij met een hernieuwd geloof
172 V,59 | Hem die "het ware licht is dat ieder mens verlicht" (Joh
|