Chapter, Paragraph
1 Intro | Aan de bisschoppen, de priesters
2 Intro,1 | spontaan de gedachte op aan de woorden van de apostel
3 I,2 | verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden;
4 I,2 | van God er onmiddellijk aan toegevoegd: "Vrees niet,
5 I,3 | eigen kosmische betekenis aan het gebeuren dat 2000 jaar
6 I,3 | schepping hernieuwt. De brief aan de Efeziërs spreekt over
7 I,4 | Hnd 4,12). In de brief aan de Efeziërs lezen we: Ò"
8 I,4 | Christus de volmaakte mens die aan de kinderen van Adam de
9 I,4 | onzen geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de
10 I,5 | gouverneur van Bithynia, die aan keizer Trajanus tussen 111
11 I,5 | kernachtig gezegd in de brief aan de Hebreeën: "Nadat God
12 I,6 | vervulling van de belofte die aan Abraham was gedaan en waaraan
13 I,6 | Woord spreekt. Hier raken we aan hetgeen het wezenlijk verschil
14 I,6 | hele schepping antwoord aan God. Jezus Christus is het
15 I,6 | opgenomen en teruggegeven aan de Schepper, van wie ze
16 I,6 | ja, geven zij zichzelf aan God. Zo keert alles terug
17 I,7 | eigendom is. De mens hoort aan God toe op grond van een
18 I,7 | een lichaam en een ziel aan te nemen in de schoot van
19 I,8 | wijze getuigt hij dat hij aan zijn zoonschap door de heilige
20 I,8 | bewerkt dat de mens deel heeft aan het eigen leven van God.
21 II,9 | mensen die gedacht hebben aan geheimzinnige kosmische
22 II,9 | Sommigen hebben gedacht aan verschillende vormen van
23 II,10 | terugkeer van Gods Zoon aan het einde der tijden. In
24 II,10 | breken de "laatste dagen" aan (vgl. Heb 1,2), "het laatste
25 II,10 | de kerk die duren zal tot aan zijn wederkomst.~Uit de
26 II,10 | bepaalde tijden, dagen, weken aan God worden toegewijd, zoals
27 II,10 | Iedere zondag herinnert aan de dag waarop de Heer is
28 II,11 | wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating
29 II,11 | vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer
30 II,11 | verkondigt het blijde nieuws aan de armen. Hij brengt vrijheid
31 II,11 | armen. Hij brengt vrijheid aan hen die geen vrijheid kennen,
32 II,11 | onderdrukten, Hij geeft aan de blinden het licht terug
33 II,12 | die op bijzondere wijze aan God was gewijd. Volgens
34 II,12 | kwijtraken, want deze behoorde aan God, en de Israëlieten konden
35 II,13 | mogelijkheden te bieden aan families die hun bezittingen
36 II,13 | allen gedeelde overtuiging: aan God alleen komt als Schepper
37 II,13 | Voorzienigheid de aarde aan de mensen had geschonken
38 II,13 | geschonken betekende dat Hij haar aan allen had gegeven. Daarom
39 II,13 | dat de geschapen goederen aan allen op rechtvaardige wijze
40 II,14 | vijfentwintig jaar herinneren aan het geheim van de menswording,
41 II,14 | die genade in ruimere mate aan alle gelovigen ten goede
42 II,15 | jubilea gewoonlijk gebonden aan de geboortedatum, maar ook
43 II,15 | altijd een religieus karakter aan. Vanuit christelijk oogpunt
44 II,16 | woord 'jubileum' doet denken aan blijdschap, niet alleen
45 II,16 | opdat iedereen deel heeft aan de kracht van het heil.
46 II,16 | dit uitzonderlijke moment, aan de vooravond van een nieuw
47 II,16 | Op die wijze zou dit jaar aan de wereld nog overtuigender
48 III,18 | gebeurtenissen tonen overduidelijk aan dat de wereld meer dan ooit
49 III,18 | dan ooit behoefte heeft aan loutering, aan bekering.~
50 III,18 | behoefte heeft aan loutering, aan bekering.~Vaak wordt gezegd
51 III,18 | tegelijk kan er moeilijk aan worden voorbij gegaan dat
52 III,18 | duidelijke bijdrage betekend aan de voorbereiding op een
53 III,19 | waarmee Johannes de Doper aan de oever van de Jordaan
54 III,19 | verlangen volledig trouw te zijn aan haar Meester heeft de kerk
55 III,21 | van de kracht die Christus aan heel het Godsvolk heeft
56 III,21 | exhortaties die gewijd zijn aan de zending van de leken,
57 III,21 | exhortatie die binnenkort aan het godgewijde leven zal
58 III,22 | hebben de pausen uit de aan het Concilie voorafgaande
59 III,22 | vastberaden hun krachten gewijd aan de bijzondere problemen
60 III,22 | hoeft slechts te denken aan de encycliek Quadragesimo
61 III,22 | Quadragesimo anno van Pius XI, aan de talrijke toespraken van
62 III,22 | toespraken van Pius XII, aan de encyclieken Mater et
63 III,22 | terris van Johannes XXIII, aan Populorum progressio en
64 III,22 | in het bijzonder gewijd aan het belang van de menselijke
65 III,23 | onderwerp heel vaak opnieuw aan de orde gesteld, en is er
66 III,23 | benadrukken wat de Geest aan de verschillende soorten
67 III,24 | zorgvuldig aandacht werd besteed aan het ontwikkelen van oecumenische
68 III,25 | van het jaar 2000 komt ook aan de afzonderlijke kerken
69 III,25 | moet ook herinnerd worden aan andere, die weliswaar geen
70 III,25 | apostoliciteit, herinneren aan Christus' gang door de eeuwen,
71 III,25 | uit in het grote Jubileum aan het einde van het tweede
72 III,25 | en diepere verbondenheid aan de oevers van deze grote
73 III,27 | onmiddellijk voorafging aan de gebeurtenissen van 1989.
74 III,27 | betekenis toe te kennen aan de encycliek Rerum novarum:
75 III,27 | die met moederlijke zorg aan het werk was: "Zal een vrouw
76 III,28 | bedoeling heb ik een Brief aan de gezinnen geschreven,
77 IV,30 | uiteindelijk afbreuk zou doen aan het spirituele gehalte.~
78 IV,30 | algemene aard bij de gelovigen aan de orde zouden worden gesteld,
79 IV,31 | geschiedenis. Omdat het herinnert aan de geboorte van Christus
80 IV,33 | haar kinderen, terugdenkend aan al die situaties in de loop
81 IV,33 | evangelie, en, in plaats van aan de wereld een getuigenis
82 IV,33 | overgaan zonder haar kinderen aan te sporen zich met berouwvol
83 IV,34 | soms niet zonder schuld aan beide zijden" 17 smartelijke
84 IV,34(17)| de katholieke deelneming aan de oecumenische beweging,
85 IV,34 | zich vooral meer wijden aan het gebed om de eenheid
86 IV,34 | steeds meer christenen dienen aan dit gebed deel te nemen,
87 IV,35 | opwekt, zich geheel te houden aan de door het Concilie vastgestelde
88 IV,36 | voor de kerk van vandaag. Aan de vooravond van het nieuwe
89 IV,36 | stilzwijgend voorbijgaan aan de religieuze onverschilligheid,
90 IV,36 | veel christenen een gebrek aan onderscheidingsvermogen
91 IV,36 | gave die de heilige Geest aan de kerk tegen het einde
92 IV,36 | toekomende ruimte te schenken aan de charisma's, de bedieningen,
93 IV,36 | God, zonder daarmee een aan democratie en sociologie
94 IV,36 | sociologie ontleende vorm aan te nemen die niet overeenstemt
95 IV,37 | was geweest en de erfschat aan heiligheid waardoor de eerste
96 IV,37 | christengeneraties gekenmerkt werden. Aan het einde van het tweede
97 IV,37 | wereld tot een rijk zaad aan martelaren geleid. Het met
98 IV,37 | vermogen ligt om de herinnering aan hen die het martelaarschap
99 IV,37 | eeuwen ligt ten grondslag aan de heiligenverering. Door
100 IV,37 | te vereren bewees de kerk aan God zelf de hoogste eer;
101 IV,37 | eerbewijs zullen alle kerken aan de vooravond van het derde
102 IV,37 | van het derde millennium aan Christus kunnen geven, dan
103 IV,37 | veel aandacht te besteden aan de heiligheid van hen die
104 IV,37 | daglicht te stellen en om ze aan de hele kerk voor te houden
105 IV,38 | gewezen dat er ook behoefte is aan andere Synoden met continentaal
106 IV,38 | heel eigen wijze herinneren aan bepaalde aspecten van de
107 IV,38 | continent zou zeker het thema aan de orde moeten komen van
108 IV,40 | 1997, zal dus gewijd zijn aan het nadenken over Christus,
109 IV,40 | gezonden om de Blijde Boodschap aan te kondigen, nauw verweven
110 IV,40 | te nemen, "ofwel door de aan het woord van God zo rijke
111 IV,43 | goed wordt verstaan, wordt "aan de waardigheid en werkdadigheid
112 IV,43 | goddelijke Zoon, en zij wordt aan alle gelovigen voorgehouden
113 IV,44 | zal speciaal gewijd zijn aan de heilige Geest en aan
114 IV,44 | aan de heilige Geest en aan zijn heiligmakende aanwezigheid
115 IV,44 | tegenwoordig stelt die Christus aan de mensen heeft gebracht,
116 IV,45 | apostelen de voornaamste: aan hun gezag onderwerpt de
117 IV,45 | ontluiken van het volle heil dat aan het einde van de tijden
118 IV,46 | spoort de christen enerzijds aan om het laatste doel, dat
119 IV,46 | om het laatste doel, dat aan heel zijn leven zin en betekenis
120 IV,46 | dag opnieuw zo te werken aan de omvorming van de werkelijkheid
121 IV,46 | werkelijkheid dat deze beantwoordt aan Gods bedoeling.~Zo schrijft
122 IV,48 | als de vrouw die trouw was aan de stem van de Geest, als
123 IV,51 | om de Blijde boodschap aan de armen te verkondigen" (
124 IV,54 | beleefd werd te Jeruzalem aan de voet van het kruis, zal
125 IV,55 | sacrament van de Eucharistie aan de mensheid aanbieden als
126 IV,55 | bron van goddelijk leven.~Aan het oecumenisch en universeel
127 IV,55 | aandacht zullen willen schenken aan de vreugde van alle volgelingen
128 IV,55 | niet voorbij gegaan wordt aan de uitdaging van het jaar
129 V,56 | macht. 37 De toekomst hoort aan Hem toe: "Jezus Christus
130 V,57 | de ontdekking van Amerika aan het einde van de vijftiende
131 V,57 | het dringend noodzakelijk, aan de mannen en vrouwen in
132 V,57 | hoe meer het missiegebied aan het worden is in de gedaante
133 V,58 | wereld en kerk behoort toe aan de jonge generaties. Ze
134 V,58 | en eveneens in de Brief aan alle jongeren van de wereld
135 V,58 | ook blijven jonge mensen aan Christus vragen stellen:
136 V,58 | in de eeuwen daarna tot aan de voltooiing der tijden. "
137 V,59 | is het goed om de woorden aan te halen van de Pastorale
138 V,59 | kracht kan verschaffen om aan zijn hoge roeping te beantwoorden;
139 V,59 | en dat in het ondermaanse aan de mensen geen andere naam
140 V,59 | kerkelijke gemeenschappen aan, hun hart open te stellen
141 V,59 | gehele kerk vertrouw ik toe aan de voorspraak van Maria,
142 V,59 | tweeduizend jaar geleden aan de wereld het mensgeworden
143 V,59 | Met deze wensen schenk ik aan allen mijn zegen.~Vanuit
|