Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
glorie 1
glorievolle 1
gn 4
god 123
goddelijk 3
goddelijke 9
godgewijde 1
Frequency    [«  »]
167 op
145 met
143 aan
123 god
118 door
110 voor
108 christus
Ioannes Paulus PP. II
Tertio Millennio Adveniente

IntraText - Concordances

god

    Chapter, Paragraph
1 Intro,1| tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren 2 Intro,1| erfgenaam, door toedoen van God" (Gal 4,6-7).~Paulus' uiteenzetting 3 I,2 | had de boodschapper van God er onmiddellijk aan toegevoegd: " 4 I,2 | hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden 5 I,2 | genoemd worden, Zoon van God" (1,30-32.35). Het antwoord 6 I,3 | Woord dat in het begin bij God was, door wie alles is geworden 7 I,3 | Over de eengeboren Zoon, God uit God, schrijft de apostel 8 I,3 | eengeboren Zoon, God uit God, schrijft de apostel Paulus 9 I,3 | de schepping" (Kol 1,15). God schept de wereld door het 10 I,3 | Gedachte en het Wezensbeeld van God, "de afstraling van Gods 11 I,3 | eeuwigheid bemind door de Vader, God uit God en Licht uit Licht, 12 I,3 | bemind door de Vader, God uit God en Licht uit Licht, is Hij 13 I,3 | oerbeeld van alles wat door God in de tijd geschapen is.~ 14 I,3 | spreekt over het plan dat God van tevoren in Christus 15 I,4 | de enige middelaar tussen God en de mensen, en er is geen 16 I,4 | beeld van de onzichtbare God is Christus de volmaakte 17 I,4 | misvormde gelijkenis met God heeft teruggeschonken. In 18 I,4 | menswording heeft de Zoon van God zich in zekere zin met iedere 19 I,5 | Het feit dat de Zoon van God "één van de onzen" is geworden, 20 I,5 | tot Christus als tot een God". 7~Maar de grote gebeurtenis, 21 I,5 | verhalen. Christus, ware God en ware mens, Heer van het 22 I,5 | aan de Hebreeën: "Nadat God eertijds vele malen en op 23 I,6 | ware opvoedingsplan van God. 8 Deze pedagogie bereikt 24 I,6 | niet alleen 'in naam van God' zoals de profeten, maar 25 I,6 | de profeten, maar Hij is God zelf die in zijn mensgeworden 26 I,6 | zoeken van de mens naar God vorm heeft gekregen. Het 27 I,6 | niet alleen de mens naar God, maar God komt in eigen 28 I,6 | alleen de mens naar God, maar God komt in eigen persoon over 29 I,6 | verkondigt: "Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren Zoon, 30 I,6 | vervulling is het werk van God, en gaat alles wat een mens 31 I,6 | een tastend zoeken naar God" (vgl. Hnd 17,27), maar 32 I,6 | geloof op de zich openbarende God: een antwoord waarbij de 33 I,6 | antwoord waarbij de mens tot God spreekt als tot zijn Schepper 34 I,6 | wezen met de Vader, in wie God tot iedere mens spreekt 35 I,6 | mens de mogelijkheid heeft God antwoord te geven. Sterker 36 I,6 | hele schepping antwoord aan God. Jezus Christus is het nieuwe 37 I,6 | definitieve eindpunt. Juist zoals God in Christus over zichzelf 38 I,6 | Christus over zichzelf tot God, ja, geven zij zichzelf 39 I,6 | geven zij zichzelf aan God. Zo keert alles terug tot 40 I,6 | voltooiing van alle dingen in God, een voltooiing die de glorie 41 I,6 | voltooiing die de glorie is van God. De godsdienst die op Jezus 42 I,6 | volheid van het leven in God.~ 43 I,7 | In Jezus Christus spreekt God niet alleen tot de mens, 44 I,7 | Gods Zoon getuigt daarvan: God zoekt de mens. Dit zoeken 45 I,7 | dat begint in het hart van God en dat zijn hoogtepunt bereikt 46 I,7 | menswording van het Woord. Als God op zoek gaat naar de mens, 47 I,7 | waardigheid van aangenomen kind. God zoekt dus de mens, die anders 48 I,7 | eigendom is. De mens hoort aan God toe op grond van een uitverkiezing 49 I,7 | uitverkiezing uit liefde: God zoekt de mens, daartoe bewogen 50 I,7 | leiden door de vijand van God (vgl. Gn 3,13). Satan heeft 51 I,7 | te overtuigen dat hijzelf god zou zijn, en dat hij, zoals 52 I,7 | zijn, en dat hij, zoals God, goed en kwaad zou kunnen 53 I,7 | Gods wil (vgl. Gn 3,5). Als God de mens door de Zoon zoekt, 54 I,7 | zondeschuld aflost en met God wordt verzoend. De Zoon 55 I,7 | wordt verzoend. De Zoon van God is juist daartoe mens geworden 56 I,8 | verblijft in het hart van God' en deelt in zijn eigen 57 I,8 | aanhef werd geciteerd: "God heeft de Geest van zijn 58 I,8 | en geween" (Heb 5,7) tot God richtte: de mens roept tot 59 I,8 | richtte: de mens roept tot God zoals Christus geroepen 60 I,8 | aan het eigen leven van God. Hij bewerkt dat de mens 61 I,8 | verkeren in het hart van God', dat begint met de menswording 62 I,8 | de diepste geheimen van God doorgrondt (vgl. 1 Kor 2, 63 II,9 | Inderdaad is juist doordat God door de menswording in de 64 II,9 | alleen in de ontmoeting met God mogelijk is. Het is in God 65 II,9 | God mogelijk is. Het is in God dat de mens volledig wordt 66 II,9 | De mens ontplooit zich in God, die hem tegemoet is gekomen 67 II,9 | Eeuwige, dat wil zeggen God. In de 'volheid van de tijd' 68 II,9 | vinden in de eeuwigheid van God.~ 69 II,10 | de tijd een dimensie van God, die in zichzelf eeuwig 70 II,10 | wederkomst.~Uit de relatie van God met de tijd vloeit de plicht 71 II,10 | tijden, dagen, weken aan God worden toegewijd, zoals 72 II,12 | op bijzondere wijze aan God was gewijd. Volgens de wet 73 II,12 | moest gebeuren ter ere van God. Wat betrekking had op het 74 II,12 | want deze behoorde aan God, en de Israëlieten konden 75 II,12 | slavernij verkeren, want God had hen bij de bevrijding 76 II,13 | gedeelde overtuiging: aan God alleen komt als Schepper 77 II,13 | bijzonder (vgl. Lev 25,23). Dat God in zijn Voorzienigheid de 78 II,13 | verplicht was in naam van God, de enige ware eigenaar, 79 II,13 | ware eigenaar, te handelen. God wil immers dat de geschapen 80 II,16 | wordt, want de komst van God is een ook uitwendig, zichtbaar, 81 II,16 | brengen, wetende dat 'bij God niets onmogelijk is'.~ 82 III,19 | luisterend naar het Woord van God, heeft zij opnieuw bevestigd 83 III,20 | boodschap van het Concilie wordt God getoond in zijn absolute 84 III,23 | openbaring van de kinderen van God, en leeft zij uit die verwachting, 85 III,24 | de weg die het Volk van God uit het Oude Verbond is 86 IV,31 | bevestigen in hun geloof in God die zich in Christus heeft 87 IV,32 | de innige vereniging met God en van de eenheid van heel 88 IV,32 | mensen en gemeenschappen met God.~ 89 IV,33 | moede boete te doen: voor God en voor de mensen erkent 90 IV,34 | zeker die welke de door God voor zijn volk gewilde eenheid 91 IV,35 | alleen waarlijk vrije en van God vervulde geesten wisten 92 IV,36 | tegenwoordig leven alsof God niet bestaat, of waardoor 93 IV,36 | zij het ware gezicht van God niet hebben getoond "door 94 IV,36 | deelname van het Volk van God, zonder daarmee een aan 95 IV,37 | vereren bewees de kerk aan God zelf de hoogste eer; in 96 IV,38 | als enige Middelaar tussen God en de mensen en als enige 97 IV,39 | de mensgeworden Zoon van God, als het centrale thema, 98 IV,40 | menswording vieren van de Zoon van God, heilsmysterie voor heel 99 IV,40 | door de aan het woord van God zo rijke heilige liturgie, 100 IV,41 | Christus, van het Woord van God en van het geloof wordt 101 IV,42 | geloof van het Volk van God te verlevendigen". 27 Om 102 IV,44 | mysterie van de drieëne God de persoon is die liefde 103 IV,44 | iedere schenking welke van God komt in de orde van de schepping, 104 IV,44 | van de zelfmededeling van God in de orde van de genade. 105 IV,45 | degene die het Rijk van God in de loop van de geschiedenis 106 IV,46 | komst van het koninkrijk van God dat zij van dag tot dag 107 IV,47 | de leden van het Volk van God ongetwijfeld tot een rijper 108 IV,48 | zoals Abraham de wil van God wist te aanvaarden, "hopend 109 IV,48 | stellen op de beloften van God.~ 110 IV,49 | Derde jaar: God de Vader~49. 1999, het derde 111 IV,49 | U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, 112 IV,49 | van de Vader: "Gezegend is God de Vader van onze Heer Jezus 113 IV,50 | eerste brief van Johannes: "God is liefde" (4,8.16). De 114 IV,50 | dubbel aspect van liefde voor God en voor de naaste, is de 115 IV,50 | van de gelovige. Zij heeft God als oorsprong en als voltooiing.~ 116 IV,52 | verschraald doordat het God heeft vergeten of gemarginaliseerd. 117 IV,53 | moeten worden ingeruimd. God geve dat, om de oprechtheid 118 IV,54 | voorbeeld van de liefde voor God en voor de naaste. Zoals 119 IV,55 | voltooiing in de drieëne God; de jubileumviering actualiseert 120 V,56 | alle mensen op het volk God, zegt Vaticanum II in de 121 V,56 | eenheid van het volk van God ... zijn dus alle mensen 122 V,56 | is bij het heilsplan van God, waarbij hij benadrukt dat 123 V,59 | evenbeeld van de onzichtbare God, Eerstgeborene van de gehele


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License