Chapter, Paragraph
1 I,4(2) | Pastorale Constitutie over de kerk in de wereld van deze tijd,
2 II,10 | komst begint de tijd van de kerk die duren zal tot aan zijn
3 II,10 | ook beleeft en viert de kerk de liturgie binnen de loop
4 II,11 | in de geschiedenis van de kerk. Toen Jezus van Nazaret
5 II,14 | afkondigen van de Heer". Voor de kerk is het jubileumjaar precies
6 II,14 | gelegenheden kondigt de kerk een 'genadejaar van de Heer'
7 II,15 | gemeente werd gesticht. In de kerk vieren we de jubilea van
8 II,16 | Daarmee wordt zichtbaar dat de kerk zich verheugt over het heil.
9 II,16 | dan welk jaar ook. Want de kerk respecteert de maten van
10 II,16 | geest verblijdt zich de kerk, brengt ze dank, vraagt
11 II,16 | vurigste gebeden van de kerk tot de Heer dat onder alle
12 III,17 | In de geschiedenis van de kerk wordt ieder jubileum door
13 III,18 | gebeurtenis was waarmee de kerk de meer onmiddellijke voorbereiding
14 III,18 | geheim van Christus en zijn kerk, en dat tegelijk open stond
15 III,18 | tijdperk in het leven van de kerk heeft ingeluid. Dat is juist,
16 III,18 | In de geschiedenis van de kerk zijn het 'oude' en het '
17 III,19 | aan haar Meester heeft de kerk tijdens het Concilie de
18 III,19 | tradities waarbinnen de kerk haar missionaire opdracht
19 III,20 | het leven van de gehele kerk. Met het Concilie is in
20 III,21 | Vaticaans Concilie op de kerk. Ze ruimen een grote plaats
21 III,21 | verantwoordelijkheid in de kerk vaststellen. Zij zijn een
22 III,21 | op het vlak van de gehele kerk en van de plaatselijke kerk,
23 III,21 | kerk en van de plaatselijke kerk, en de kerk wordt bezield
24 III,21 | plaatselijke kerk, en de kerk wordt bezield door een nieuw
25 III,21 | verzoening in het leven van kerk en mensheid, en in de exhortatie
26 III,22 | begin van deze eeuw. De kerk was zich bewust van haar
27 III,22 | heel de sociale leer van de kerk uiteengezet. In deze tekst
28 III,25 | het christendom en van de kerk die haar weg vervolgt door
29 III,26 | geheim van Christus en van de kerk: tweeduizend jaar geleden
30 III,28 | willen zetten van wat de kerk leert over het gezin, en
31 III,28 | Op Vaticanum II heeft de kerk erkend dat een van haar
32 IV,32 | voor het geschenk van de kerk, die door Christus gesticht
33 IV,32(14)| Dogmatische Constitutie over de kerk, Lumen gentium, 1.~
34 IV,32 | post-conciliaire geschiedenis van de kerk. Opnieuw werd daar de nog
35 IV,33 | van het christendom, de kerk zich levendiger bewust toont
36 IV,33 | schandaal was.~Weliswaar is de kerk heilig omdat zij is ingelijfd
37 IV,33 | gentium zegt daarover: "De kerk omvat zondaars in haar eigen
38 IV,33 | laten. Het is passend dat de kerk deze overgang maakt in het
39 IV,34 | van het millennium moet de kerk met groter vurigheid de
40 IV,34 | verbondenheid met de katholieke kerk levende christenen gewaardeerd
41 IV,35 | zonen en dochters van de kerk niet anders dan met een
42 IV,35 | omstandigheden ontslaat de kerk niet van de plicht, haar
43 IV,36 | gewetensonderzoek vooral voor de kerk van vandaag. Aan de vooravond
44 IV,36 | zonen en dochters van de kerk dienen zich zelf af te vragen
45 IV,36 | van het leergezag van de kerk verspreid worden.~Wat het
46 IV,36 | Wat het getuigenis van de kerk in onze tijd betreft: is
47 IV,36 | van de sociale leer van de kerk werkelijk kennen en consequent
48 IV,36 | de heilige Geest aan de kerk tegen het einde van het
49 IV,36 | Ziet men in de universele kerk en in de particuliere kerken
50 IV,36 | katholieke visie van de kerk en de ware geest van het
51 IV,36 | de betrekkingen tussen de kerk en de wereld. De door Gaudium
52 IV,37 | 37. De kerk van het eerste millennium
53 IV,37 | een ontwikkeling van de kerk zoals die in het eerste
54 IV,37 | tweede millennium is de kerk weer een kerk van martelaren
55 IV,37 | millennium is de kerk weer een kerk van martelaren geworden.
56 IV,37 | vergetelheid raken. Hoewel de kerk van de eerste eeuwen grote
57 IV,37 | heiligen en zaligen uit de kerk zijn niet alleen zij opgenomen
58 IV,37 | dat hun getuigenis in de kerk verloren gaat. Zoals bij
59 IV,37 | en te vereren bewees de kerk aan God zelf de hoogste
60 IV,37 | bestaat in de katholieke kerk en in de orthodoxe kerken.
61 IV,37 | werken voor de universele kerk, en daarbij veel aandacht
62 IV,37 | stellen en om ze aan de hele kerk voor te houden als voorbeeld
63 IV,38 | oprechte eerbied beschouwt de kerk de waarheidselementen die
64 IV,38(23)| Verklaring over de houding van de kerk ten opzichte van de niet-christelijke
65 IV,41 | Katechismus van de Katholieke Kerk erop dat "het doopsel de
66 IV,41 | gemeenschap met de katholieke kerk leven". 26 Juist oecumenisch
67 IV,41(26)| Katechismus van de Katholieke Kerk, 1271.~
68 IV,42 | Katechismus van de Katholieke Kerk zeer nuttig zijn: deze "
69 IV,42 | levende overlevering van de kerk en van het ware leerambt,
70 IV,42 | kerkvaders, de heiligen van de kerk, om het christelijk geheim
71 IV,42 | bezwaren tegen Hem en tegen de kerk op te helderen.~
72 IV,43 | van doorleefd geloof. "De kerk, die in vrome overweging
73 IV,44 | goddelijke zelfmededeling." 30~De kerk kan zich op het komende
74 IV,44 | uit het geheugen van de kerk." 31~Inderdaad is het de
75 IV,44 | is het de Geest die in de kerk van alle tijden en plaatsen
76 IV,45 | van de Geest. Hij is in de kerk werkzaam door de sacramenten,
77 IV,45 | voor het welzijn van de kerk worden verwekt. "Eén is
78 IV,45 | uitdeelt ten bate van de kerk (vgl. 1 Kor 12,1-11). Tussen
79 IV,47 | inwendige eenheid van de kerk, waarop de verschillende,
80 IV,51 | de voorkeurskeuze van de kerk voor de armen en buitengestotenen.
81 IV,53 | over de betrekkingen van de kerk met de niet-christelijke
82 IV,55 | Vader. De christen en de kerk vinden hun doel en voltooiing
83 IV,55 | heilbrengende aanwezigheid in de kerk en in de wereld te benadrukken.
84 IV,55 | Heer is verbonden voor de kerk en de hele mensheid.~
85 V,56 | 56. De kerk bestaat reeds tweeduizend
86 V,56 | het lidmaatschap van de kerk en de gerichtheid van alle
87 V,56 | Dogmatische Constitutie over de kerk het volgende: "Tot deze
88 V,56 | eeuwigheid" (Heb 13, 8). "De kerk van haar kant heeft slechts
89 V,57 | apostelen de zending van de kerk ononderbroken door binnen
90 V,57 | Ook in de toekomst zal de kerk een missionair karakter
91 V,58 | De toekomst van wereld en kerk behoort toe aan de jonge
92 V,59 | Constitutie Gaudium et spes: "De kerk gelooft dat Christus, voor
93 V,59 | Meester. Bovendien houdt de kerk eraan vast, dat er bij alle
94 V,59 | Deze opdracht van de gehele kerk vertrouw ik toe aan de voorspraak
|