Chapter, Paragraph
1 Intro,1| verkrijgen. Daarna gaat hij door: "En het bewijs dat
2 Intro,1| bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft de Geest van zijn
3 Intro,1| roept: Abba, Vader!" En hij trekt daaruit de werkelijk
4 I,2 | Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en
5 I,2 | geslacht van David, ging hij van Galilea uit de stad
6 I,2 | bij de aankondiging, toen hij tot de maagd van Nazaret
7 I,2 | de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van
8 I,3 | geheim van de menswording. Hij schrijft: "Het Woord is
9 I,3 | schrijft de apostel Paulus dat Hij was "de eerstgeborene van
10 I,3 | God en Licht uit Licht, is Hij het beginsel en oerbeeld
11 I,4 | van zijn genade. Die heeft Hij ons meegedeeld als een overvloed
12 I,4 | van wijsheid en inzicht. Hij heeft ons zijn geheim raadsbesluit
13 I,4 | kennen, de beslissing die Hij in Christus had genomen
14 I,4 | indrukwekkend formuleert: "Hij maakt de mens voor zichzelf
15 I,4 | zijn zeer hoge roeping". 2 Hij laat hem die roeping zien
16 I,4 | menselijke handen heeft Hij werk verricht, met een menselijke
17 I,4 | een menselijke geest heeft Hij gedacht, met een menselijke
18 I,4 | een menselijke wil heeft Hij gehandeld, met een menselijk
19 I,4 | een menselijk hart heeft Hij liefgehad. Geboren uit de
20 I,4 | Geboren uit de maagd Maria, is Hij werkelijk één van de onzen
21 I,5 | de geschiedenis, waarvan Hij de "Alfa en Omega" (Apk
22 I,5 | door de profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden,
23 I,6 | zoals de profeten, maar Hij is God zelf die in zijn
24 I,6 | hem de weg tonen waarlangs hij Hem kan bereiken. Dat is
25 I,6 | de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen" (
26 I,6 | vgl. Ef 1,10); tegelijk is Hij de voltooiing van alle dingen
27 I,7 | tot de mens, maar zoekt Hij hem op. De menswording van
28 I,7 | zoeken bedoelt Jezus als Hij over het terugvinden van
29 I,7 | gelijkenis is geschapen, doet Hij dat omdat Hij hem van de
30 I,7 | geschapen, doet Hij dat omdat Hij hem van de eeuwigheid af
31 I,7 | het Woord liefheeft, en Hij wil hem in Christus verheffen
32 I,7 | Vaderhart.~Waarom zoekt Hij hem? Omdat de mens zich
33 I,7 | hijzelf god zou zijn, en dat hij, zoals God, goed en kwaad
34 I,7 | door de Zoon zoekt, wil Hij hem ertoe brengen om de
35 I,7 | het inzicht brengen dat hij op de verkeerde weg is;
36 I,7 | en tegelijkertijd schenkt Hij het, want Hij verrijst,
37 I,7 | tegelijkertijd schenkt Hij het, want Hij verrijst, en de dood heeft
38 I,8 | en op die wijze getuigt hij dat hij aan zijn zoonschap
39 I,8 | die wijze getuigt hij dat hij aan zijn zoonschap door
40 I,8 | het eigen leven van God. Hij bewerkt dat de mens ook,
41 II,9 | Gods Zoon spreekt, plaatst hij dit gebeuren in de "volheid
42 II,9 | terug naar de grond waaruit hij is genomen (vgl. Gn 3,19):
43 II,9 | iemands vorige bestaan zal hij een nieuw leven ontvangen
44 II,9 | verhevener of nederiger vorm tot hij de volkomen loutering heeft
45 II,9 | onherroepelijk karakter van de dood. Hij is overtuigd van zijn wezenlijk
46 II,9 | lotsbestemming voltrekt hij door de belangeloze gave
47 II,9 | mens volledig wordt tot wat hij is: dat is de door Christus
48 II,10 | verrezen Christus, zegent, zegt hij luid: "Christus gisteren
49 II,10 | uitspreken van die woorden grift hij op de kaars de cijfers van
50 II,11 | zijn stad was gegaan, stond Hij op om voor te lezen (vgl.
51 II,11 | Jesaja toe, en daaruit las Hij de volgende passage (61,
52 II,11 | Jahwe heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de
53 II,11 | gezonden door de Vader'. Hij verkondigt het blijde nieuws
54 II,11 | blijde nieuws aan de armen. Hij brengt vrijheid aan hen
55 II,11 | die geen vrijheid kennen, Hij bevrijdt de onderdrukten,
56 II,11 | bevrijdt de onderdrukten, Hij geeft aan de blinden het
57 II,11 | 22). Op deze wijze brengt Hij 'een genadejaar van de Heer'
58 II,11 | van de Heer' tot stand; Hij kondigt het niet alleen
59 II,12 | zijn voorouders terug, als hij hem had verkocht of was
60 II,12 | was kwijt geraakt doordat hij slaaf was geworden. Hij
61 II,12 | hij slaaf was geworden. Hij kon de grond niet voorgoed
62 II,13 | de psalmist zegt: "Redt hij niet de nooddruftige die
63 II,13 | lijdt, in deernis bewaart hij het leven der schamelen" (
64 II,13 | geschonken betekende dat Hij haar aan allen had gegeven.
65 III,21 | heeft geschonken, waarbij Hij het liet delen in zijn zending
66 III,22 | de Tweede Wereldoorlog. Hij gaf zeer duidelijke richtlijnen
67 III,24 | is ermee begonnen, toen hij op de vooravond van het
68 III,24 | hebben bezocht (1964), maakte hij negen andere grote apostolische
69 IV,35 | van haar gekruisigde Heer, Hij die op onovertroffen wijze
70 IV,38 | en te verdiepen, waarbij Hij duidelijk onderscheiden
71 IV,40 | werkelijk te leren kennen zoals Hij is, dienen de christenen,
72 IV,40 | verwijlt met ons, waarbij Hij ons de natuur doet kennen
73 IV,44 | in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles
74 IV,45 | het werken van de Geest. Hij is in de kerk werkzaam door
75 IV,45 | dezelfde Geest het lichaam één: Hij is het die de liefde tussen
76 IV,45 | Christus voorbereidt, doordat Hij de mensen van binnenuit
77 IV,49 | vgl. Mt 5,45), door Wie Hij is gezonden en naar Wie
78 IV,49 | is gezonden en naar Wie Hij is teruggekeerd (vgl. Joh
79 IV,49 | geestelijke zegening. In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de
80 IV,55 | uitgenodigd om te doen wat hij kan opdat niet voorbij gegaan
81 V,56 | heilsplan van God, waarbij hij benadrukt dat er verschillende
82 V,56 | de eerste Adam, betrekt Hij in zijn heilbrengende macht. 37
83 V,58 | van de jonge mensen, zoals Hij die had van de jonge man
84 V,58 | de weg weten te gaan die Hij hun toont, zullen zij tot
85 V,59 | wat de Geest hun ingeeft. Hij zal zeer zeker de harten
|