35. Er is nog een ander droevig onderwerp waarop de zonen en
dochters van de kerk niet anders dan met een berouwvol hart kunnen terugzien:
het feit dat er, met name in bepaalde eeuwen, ingestemd werd met methodes
van onverdraagzaamheid en zelfs geweld in dienst van de waarheid.
Natuurlijk: wil men de geschiedenis juist beoordelen, dan moeten de culturele
omstandigheden van een bepaald tijdperk zorgvuldig in de beschouwing worden
betrokken: onder invloed daarvan hebben velen in goede trouw kunnen menen dat,
terwille van een oprecht getuigenis voor de waarheid, zij de mening van een
ander het zwijgen dienden op te leggen of minstens ter zijde moesten schuiven.
Vaak was er een samengaan van verschillende beweegredenen dat leidde tot een
klimaat van onverdraagzaamheid en hevige emoties; alleen waarlijk vrije en van
God vervulde geesten wisten zich daaraan op een of andere wijze te onttrekken.
Maar het beschouwen van de verzachtende omstandigheden ontslaat de kerk niet
van de plicht, haar diepe spijt te betuigen voor de zwakheden van zoveel van haar
zonen en dochters, die haar gelaat hebben misvormd en haar hebben verhinderd,
geheel en al het beeld te weerspiegelen van haar gekruisigde Heer, Hij die op
onovertroffen wijze blijk gaf van geduldige liefde en nederige zachtheid. Uit
deze betreurenswaardige momenten uit het verleden kan een les getrokken worden
voor de toekomst, een les die iedere christen opwekt, zich geheel te houden aan
de door het Concilie vastgestelde gulden regel: "de waarheid legt zich op
geen enkele andere wijze op dan door de kracht van de waarheid zelf, die zacht
en sterk tegelijk de geest binnendringt". 19
|