Tweede
jaar: de heilige Geest
44. Het jaar 1998, het tweede
jaar uit de voorbereidingsfase, zal speciaal gewijd zijn aan de heilige
Geest en aan zijn heiligmakende aanwezigheid binnen de gemeenschap van
Christus' volgelingen. "Het grote Jubileum dat het tweede millennium zal besluiten",
- zoals ik schreef in de encycliek Dominum et vivificantem - "...
heeft een pneumatologisch karakter, omdat het mysterie van de
menswording geschied is 'door de heilige Geest'. Het is 'bewerkt' door de Geest
die, één in wezen met de Vader en de Zoon, in het absolute mysterie van de
drieëne God de persoon is die liefde is, de ongeschapen gave die de eeuwige
bron is van iedere schenking welke van God komt in de orde van de schepping, en
het onmiddellijk beginsel en in zekere zin het subject van de zelfmededeling
van God in de orde van de genade. Het mysterie van de menswording vormt het
hoogtepunt van deze schenking, van deze goddelijke zelfmededeling."
30
De kerk kan zich op het komende Jubileum "niet anders voorbereiden dan in
de heilige Geest. Wat zich 'op de volheid van de tijd' voltrokken heeft door de
heilige Geest, kan nu alleen door Hem oprijzen uit het geheugen van de
kerk." 31
Inderdaad is het de Geest die in de kerk van alle tijden en plaatsen de enige
Openbaring tegenwoordig stelt die Christus aan de mensen heeft gebracht, door
haar in ieders hart te doen leven en werkzaam te doen zijn. "De Helper, de
heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u
alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb" (Joh 14, 26).
|