53. Wat anderzijds het religieus besef betreft, zal de
vooravond van het jaar 2000, eveneens in het licht van de gebeurtenissen van de
afgelopen decennia, een zeer gunstige gelegenheid zijn voor de interreligieuze
dialoog, overeenkomstig de duidelijke richtlijnen die Vaticanum II heeft
gegeven in de Verklaring Nostra aetate over de betrekkingen van de kerk
met de niet-christelijke godsdiensten.
In deze dialoog zal voor de joden en de moslims een eerste plaats moeten worden
ingeruimd. God geve dat, om de oprechtheid van deze bedoelingen te bevestigen,
er ook gemeenschappelijke ontmoetingen gehouden kunnen worden op
plaatsen die voor de grote monotheïstische godsdiensten een eigen betekenis
hebben.
Om het gesprek met de joden en de volgelingen van de islam kracht bij te
zetten, moet daarom worden onderzocht of er historische bijeenkomsten te
organiseren zijn op plaatsen met een zeer grote symbolische betekenis als
Betlehem, Jeruzalem en op de berg Sinaï, alsook ontmoetingen met de
vertegenwoordigers van de grote wereldgodsdiensten in andere steden. Toch zal
er steeds op moeten worden gelet dat er geen gevaarlijke misverstanden
ontstaan, door te waken voor het gevaar van syncretisme en van een oppervlakkig
en bedrieglijk irenisme.
|