59. Tot slot is het goed om de woorden aan te halen van de
Pastorale Constitutie Gaudium et spes: "De kerk gelooft dat Christus,
voor allen gestorven en verrezen, door zijn Geest de mens licht en kracht kan
verschaffen om aan zijn hoge roeping te beantwoorden; en dat in het ondermaanse
aan de mensen geen andere naam is gegeven waardoor zij moeten worden gered.
Tevens gelooft zij dat de sleutel, het centrum en de voltooiing van heel de
geschiedenis van het mensdom te vinden zijn in haar Heer en Meester. Bovendien
houdt de kerk eraan vast, dat er bij alle veranderingen veel is dat niet
verandert en dat zijn eigenlijke fundament in Christus heeft, die gisteren en
heden en in eeuwigheid dezelfde is. In het licht dus van Christus, evenbeeld
van de onzichtbare God, Eerstgeborene van de gehele schepping, wil het Concilie
spreken tot allen, om het mysterie van de mens te verduidelijken en om mee te
helpen bij het vinden van een oplossing voor de voornaamste problemen van onze
tijd." 41
Ik nodig de gelovigen uit, met aandrang tot de Heer te bidden om het inzicht en
de steun die nodig zijn voor de voorbereiding en viering van het op handen
zijnde Jubileum. Daarnaast spoor ik mijn vereerde broeders in het bisschopsambt
en de hun toevertrouwde kerkelijke gemeenschappen aan, hun hart open te stellen
voor wat de Geest hun ingeeft. Hij zal zeer zeker de harten zo weten te treffen
dat zij met een hernieuwd geloof en een daadwerkelijke edelmoedigheid het grote
Jubileum zullen kunnen vieren.
Deze opdracht van de gehele kerk vertrouw ik toe aan de voorspraak van Maria,
de moeder van de Verlosser. Zij, de Moeder van de schone liefde, zal voor de
christenen op de weg naar het derde millennium, de Sterre zijn die hun schreden
veilig zal leiden tot de Heer. Moge de nederige Maagd uit Nazaret die
tweeduizend jaar geleden aan de wereld het mensgeworden Woord heeft geschonken,
de mensheid in het nieuwe millennium leiden naar Hem die "het ware licht
is dat ieder mens verlicht" (Joh 1,9).
Met deze wensen
schenk ik aan allen mijn zegen.
Vanuit het
Vaticaan, 10 november 1994, in het zeventiende jaar van mijn pontificaat.
Johannes Paulus
II
|