6. Jezus is in het uitverkoren volk geboren als vervulling
van de belofte die aan Abraham was gedaan en waaraan de profeten voortdurend
hadden herinnerd. Zij spraken uit Gods naam en in zijn plaats. Want het
heilsplan van het Oude Testament is wezenlijk gericht op de voorbereiding en
aankondiging van de komst van Christus, de Verlosser van het heelal, en van
zijn messiaans Rijk. De boeken van het Oude Verbond zijn zo de blijvende
getuigenissen van het ware opvoedingsplan van God. 8 Deze pedagogie
bereikt haar doel in Christus. Jezus spreekt immers niet alleen 'in naam
van God' zoals de profeten, maar Hij is God zelf die in zijn mensgeworden Woord
spreekt. Hier raken we aan hetgeen het wezenlijk verschil is tussen het
christendom en de andere godsdiensten, waarin vanaf het begin het zoeken
van de mens naar God vorm heeft gekregen. Het uitgangspunt in het
christendom is de menswording van het Woord. Hier zoekt niet alleen de mens
naar God, maar God komt in eigen persoon over zichzelf spreken tot de mens en
hem de weg tonen waarlangs hij Hem kan bereiken. Dat is wat de proloog van het
Johannesevangelie verkondigt: "Niemand heeft ooit God gezien; de
Eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen
kennen" (1,18). Het mensgeworden Woord is dus de vervulling van het
verlangen dat bij alle godsdiensten van de mensheid leeft: die vervulling
is het werk van God, en gaat alles wat een mens kan verhopen, te boven. Het is
een geheim van genade.
In Christus is godsdienst niet langer "een tastend zoeken naar God"
(vgl. Hnd 17,27), maar een antwoord in geloof op de zich openbarende
God: een antwoord waarbij de mens tot God spreekt als tot zijn Schepper en
Vader; een antwoord dat mogelijk is geworden door deze éne Mens die tegelijk
het Woord is, één in wezen met de Vader, in wie God tot iedere mens spreekt en
in wie iedere mens de mogelijkheid heeft God antwoord te geven. Sterker nog, in
deze Mens geeft de hele schepping antwoord aan God. Jezus Christus is het
nieuwe begin van alles: in Hem komen alle dingen tot zichzelf, worden opgenomen
en teruggegeven aan de Schepper, van wie ze zijn voortgekomen. Op die wijze is Christus
de vervulling van het verlangen van alle godsdiensten ter wereld, en juist
daardoor hun enige en definitieve eindpunt. Juist zoals God in Christus
over zichzelf spreekt tot de mensheid, spreken heel de mensheid en heel de
schepping in Christus over zichzelf tot God, ja, geven zij zichzelf aan God. Zo
keert alles terug tot zijn oorsprong. In Christus wordt alles onder éÉn
hoofd gebracht (vgl. Ef 1,10); tegelijk is Hij de voltooiing van alle
dingen in God, een voltooiing die de glorie is van God. De godsdienst die op
Jezus Christus is gefundeerd is de religie van de heerlijkheid; het is
een bestaan in de nieuwheid van leven tot lof van Gods heerlijkheid (vgl. Ef
1,12). Heel de schepping is in werkelijkheid een openbaring van zijn
heerlijkheid. Met name de mens (vivens homo) is een zichtbaar worden van
Gods heerlijkheid en is geroepen om te leven uit de volheid van het leven in
God.
|