7. In Jezus Christus spreekt God niet alleen tot de
mens, maar zoekt Hij hem op. De menswording van Gods Zoon getuigt
daarvan: God zoekt de mens. Dit zoeken bedoelt Jezus als Hij over het terugvinden van
het verloren schaap spreekt (vgl. Lc 15,1-7). Het is een zoeken dat begint
in het hart van God en dat zijn hoogtepunt bereikt in de menswording van
het Woord. Als God op zoek gaat naar de mens, die naar zijn beeld en gelijkenis
is geschapen, doet Hij dat omdat Hij hem van de eeuwigheid af in het Woord
liefheeft, en Hij wil hem in Christus verheffen tot de waardigheid van
aangenomen kind. God zoekt dus de mens, die anders dan welk ander schepsel zijn
bijzonder eigendom is. De mens hoort aan God toe op grond van een
uitverkiezing uit liefde: God zoekt de mens, daartoe bewogen door zijn
Vaderhart.
Waarom zoekt Hij hem? Omdat de mens zich van Hem heeft afgekeerd, zich zoals
Adam verbergend tussen de bomen van het aards paradijs (vgl. Gn 3,8-10). De
mens heeft zich op een dwaalspoor laten leiden door de vijand van God (vgl.
Gn 3,13). Satan heeft hem bedrogen door hem ervan te overtuigen dat hijzelf god
zou zijn, en dat hij, zoals God, goed en kwaad zou kunnen kennen en de wereld
zou kunnen inrichten naar eigen believen zonder rekening te hoeven houden met
Gods wil (vgl. Gn 3,5). Als God de mens door de Zoon zoekt, wil Hij hem ertoe
brengen om de wegen van het kwaad te verlaten die hem steeds verder wegvoeren.
"Hem ertoe brengen die wegen te verlaten" betekent, hem tot het
inzicht brengen dat hij op de verkeerde weg is; het betekent het kwaad
overwinnen dat overal in de mensengeschiedenis heerst. Het kwaad
overwinnen: dat is de betekenis van de Verlossing. Deze geschiedt door het
offer van Christus, waardoor de mens de zondeschuld aflost en met God wordt
verzoend. De Zoon van God is juist daartoe mens geworden door een lichaam en
een ziel aan te nemen in de schoot van de Maagd: om zelf het volmaakte offer
van verlossing te worden. De godsdienst van de menswording is de godsdienst van
de Verlossing van de wereld door het offer van Christus, dat de
overwinning van het kwaad, van de zonde, ja, van de dood zelf inhoudt. Door de
dood op het kruis te aanvaarden, openbaart Christus het leven en tegelijkertijd
schenkt Hij het, want Hij verrijst, en de dood heeft niet langer macht over
Hem.
|