8. De godsdienst die in het geheim van de verlossende
menswording haar oorsprong heeft is de godsdienst waardoor men 'verblijft in
het hart van God' en deelt in zijn eigen leven. Paulus spreekt daarover in
de passage die in de aanhef werd geciteerd: "God heeft de Geest van zijn
Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader!" (Gal 4,6). De mens
verheft zijn stem zoals Christus, die met name in Gethsemani en op het kruis
zich "onder luid geroep en geween" (Heb 5,7) tot God richtte: de mens
roept tot God zoals Christus geroepen heeft, en op die wijze getuigt hij dat
hij aan zijn zoonschap door de heilige Geest deel heeft. De heilige Geest die
de Vader in naam van de Zoon gezonden heeft, bewerkt dat de mens deel heeft aan
het eigen leven van God. Hij bewerkt dat de mens ook, zoals Christus, zoon
is en erfgenaam van al hetgeen de Zoon toebehoort (vgl. Gal 4,7). Hierin
bestaat de godsdienst van 'het verkeren in het hart van God', dat begint met de
menswording van Gods Zoon. De heilige Geest die de diepste geheimen van God
doorgrondt (vgl. 1 Kor 2,10), leidt ons, mensen daarin binnen uit kracht van
Christus' offer.
|