18. Wat dit betreft kan men zeggen dat het Tweede
Vaticaans Concilie een providentiële gebeurtenis was waarmee de kerk de meer
onmiddellijke voorbereiding begon op het Jubileum van het tweede
millennium. Immers: hoewel het een Concilie was als de daaraan voorafgaande was
het toch heel anders. Het was een Concilie dat geconcentreerd was op het
geheim van Christus en zijn kerk, en dat tegelijk open stond naar de wereld.
Deze openheid was de evangelische reactie op de moderne ontwikkelingen in de
wereld, met de geweldige beroeringen die de twintigste eeuw kenmerkten, een
eeuw die de beproevingen moest doormaken van de Eerste en Tweede Wereldoorlog,
van de ervaringen van de concentratiekampen en een eeuw die weerzinwekkende
bloedbaden moest aanschouwen. Al die gebeurtenissen tonen overduidelijk aan dat
de wereld meer dan ooit behoefte heeft aan loutering, aan bekering.
Vaak wordt gezegd dat Vaticanum II een nieuw tijdperk in het leven van de kerk
heeft ingeluid. Dat is juist, maar tegelijk kan er moeilijk aan worden voorbij
gegaan dat de Concilievergadering in ruime mate gebruik heeft gemaakt van de
ervaringen en het denken uit de eraan voorafgaande tijd, met name van het
gedachtengoed van Pius XII. In de geschiedenis van de kerk zijn het 'oude' en
het 'nieuwe' steeds innig met elkaar verweven. Het 'nieuwe' komt voort uit het
'oude', het 'oude' vindt in het 'nieuwe' een volkomener vorm. Hetzelfde is het
geval met het Tweede Vaticaans Concilie en met hetgeen de pausen hebben gedaan
die bij de Concilievergadering betrokken waren. Als eerste was dat Johannes
XXIII, vervolgens Paulus VI en Johannes Paulus I, en tenslotte de huidige paus.
Het werk dat zij tijdens en na het Concilie verricht hebben ' in het leerambt
evenzeer als in de pastorale activiteit van ieder van hen ' heeft een
duidelijke bijdrage betekend aan de voorbereiding op een nieuwe lente in het
christelijk leven die door het grote Jubileumjaar zichtbaar zal moeten
worden, indien de christenen zich willen laten leiden door het werken van de
heilige Geest.
|