22. Met betrekking tot het grote Jubileumjaar 2000 heeft het ambt
van de bisschop van Rome bijzondere taken en verantwoordelijkheden. Alle
pausen uit de nu ten einde lopende eeuw hebben in zekere zin dit Jubileum
voorbereid. Pius X heeft met zijn programma dat erop gericht was alle dingen in
Christus te vernieuwen, de tragische ontwikkelingen trachten tegen te gaan die
voortkwamen uit de internationale situatie van het begin van deze eeuw. De kerk
was zich bewust van haar plicht, vastberaden te moeten handelen om de
fundamentele waarden van vrede en gerechtigheid te bevorderen en die te
verdedigen tegen de daartegenin gaande tendenzen die zich in de wereld van die
tijd steeds sterker deden gelden. Zo ook hebben de pausen uit de aan het
Concilie voorafgaande tijd vastberaden hun krachten gewijd aan de bijzondere
problemen waarvoor ze gesteld werden. Benedictus XV werd geconfronteerd met het
drama van de Eerste Wereldoorlog; Pius XI moest de strijd aanbinden met de
dreiging van totalitaire systemen of van systemen die de menselijke vrijheid
niet respecteerden, in Duitsland, Rusland, Italië, Spanje, en daarvoor nog in
Mexico. Pius XII kwam in het geweer tegen het grote onrecht van totale
minachting voor de menselijke waardigheid ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Hij gaf zeer duidelijke richtlijnen om te komen tot een nieuwe wereldorde na de
val van de voorafgaande politieke systemen.
Daarnaast hebben de pausen in deze eeuw, in navolging van Leo XIII, zich
regelmatig en systematisch bezig gehouden met onderwerpen uit de katholieke
sociale leer, en hebben zij uiteengezet wat de kenmerken zijn van een rechtvaardig
systeem op het gebied van de verhoudingen tussen arbeid en kapitaal. Men
hoeft slechts te denken aan de encycliek Quadragesimo anno van Pius XI,
aan de talrijke toespraken van Pius XII, aan de encyclieken Mater et
magistra en Pacem in terris van Johannes XXIII, aan Populorum
progressio en de Apostolische brief Octogesima adveniens van Paulus
VI. Zelf ben ik heel vaak op dit onderwerp teruggekomen: ik heb de encycliek Laborem
exercens in het bijzonder gewijd aan het belang van de menselijke arbeid,
terwijl ik met Centesimus annus, honderd jaar na verschijning, opnieuw
de betekenis heb willen bekrachtigen van de leer van Rerum novarum.
Daaraan voorafgaand had ik, tegen de achtergrond van de tegenstelling tussen
het West- en Oostblok en van het gevaar van een kernoorlog, in de encycliek Sollicitudo
rei socialis opnieuw en systematisch heel de sociale leer van de kerk
uiteengezet. In deze tekst zijn de twee elementen van de kerkelijke sociale leer
- de bescherming van menselijke waardigheid en rechten in het kader van een
juiste verhouding tussen kapitaal en arbeid, en de bevordering van de vrede -
terug te vinden en worden zij nauw met elkaar in verband gebracht. Ook de
pauselijke Nieuwjaarsboodschappen, waarmee in 1968 onder het pontificaat van
Paulus VI begonnen werd, zijn bedoeld om de vrede te dienen.
|