24. De reizen van de paus zijn een belangrijk onderdeel
geworden van het streven om het Tweede Vaticaans Concilie toe te passen.
Johannes XXIII is ermee begonnen, toen hij op de vooravond van het Concilie een
veelzeggende pelgrimstocht maakte naar Loreto en Assisi (1962). Onder Paulus VI
is hun aantal sterk toegenomen: na eerst het Heilig Land te hebben bezocht
(1964), maakte hij negen andere grote apostolische reizen, die hem in directe
aanraking brachten met de bevolking van de verschillende werelddelen.
Onder het huidige pontificaat is dat programma aanzienlijk uitgebreid, te
beginnen met Mexico bij gelegenheid van de derde Algemene Vergadering van de
Latijnsamerikaans Bisschoppen te Puebla in 1979. Daarop volgde in hetzelfde
jaar de reis naar Polen tijdens de viering van negenhonderdste gedenkdag van de
dood van de heilige Stanislaus, bisschop en martelaar.
Het is bekend naar welke plaatsen deze reizen verder hebben gevoerd. De
pauselijke reizen hebben een systematisch karakter gekregen, en hebben het
mogelijk gemaakt in contact te treden met de particuliere kerken in alle
werelddelen, waarbij zorgvuldig aandacht werd besteed aan het ontwikkelen
van oecumenische betrekkingen met de christenen van de verschillende
confessies. Wat dit laatste betreft waren van bijzonder belang de reizen naar
Turkije (1979), Duitsland (1980), Engeland, Schotland en Wales (1982),
Zwitserland (1984), de Scandinavische landen (1989), en kort geleden naar de
Baltische staten (1993).
Op het ogenblik verlang ik er vurig naar Sarajevo in Bosnië-Herzegovina te
bezoeken, alsmede het Nabije Oosten: Libanon, Jeruzalem en het Heilig Land. Het
zou van grote betekenis zijn als het in het jaar 2000 mogelijk zou zijn alle
plaatsen te bezoeken langs de weg die het Volk van God uit het Oude Verbond
is gegaan, te beginnen bij de gebieden waar Abraham en Mozes doorheen zijn
getrokken, over Egypte en de berg Sinaï tot naar Damascus, de stad die getuige
was van Paulus' bekering.
|