36. Veel kardinalen en bisschoppen hebben het verlangen geuit
naar een ernstig gewetensonderzoek vooral voor de kerk van vandaag. Aan
de vooravond van het nieuwe millennium moeten de christenen zich voor de Heer
nederig afvragen wat voor verantwoordelijkheid ook zij hebben voor de rampen
van onze tijd. Want naast talrijke lichtpunten zijn er in deze tijd ook
veel schaduwzijden.
Kan men bijvoorbeeld stilzwijgend voorbijgaan aan de religieuze
onverschilligheid, waardoor veel mensen tegenwoordig leven alsof God niet
bestaat, of waardoor zij genoegen nemen met een vage godsdienstigheid die hun
niet helpt om het probleem van de waarheid of de eis van innerlijke samenhang
onder ogen te zien. Daarbij komt dat men vrij algemeen het besef heeft verloren
voor de transcendente betekenis van het menselijk bestaan, en dat er op ethisch
gebied verwarring heerst, zelfs wat de fundamentele waarden van eerbied voor het
leven en voor het gezin betreft. De zonen en dochters van de kerk dienen zich
zelf af te vragen in hoeverre zij zelf niet besmet zijn door het klimaat van
secularisme en ethisch relativisme. En in hoeverre zij medeverantwoordelijk
zijn voor de toenemende ongodsdienstigheid, doordat zij het ware gezicht van
God niet hebben getoond "door een gebrekkig godsdienstig, moreel en
sociaal leven". 20
Het valt niet te ontkennen dat in het geestelijk leven van veel christenen onzekerheid
heerst, hetgeen niet alleen van invloed is op hun zedelijk leven maar ook op
hun bidden en zelfs op de theologische juistheid van hun geloof. Dit geloof, dat al op de proef wordt gesteld door de
confrontatie met onze tijd, raakt soms in verwarring door onjuiste theologische
stellingnamen, die onder meer tengevolge van de gehoorzaamheidscrisis ten
opzichte van het leergezag van de kerk verspreid worden.
Wat het getuigenis van de kerk in onze tijd betreft: is het niet bitter te zien
hoe er, tegenover de schending van de fundamentele mensenrechten door
totalitaire systemen, bij veel christenen een gebrek aan
onderscheidingsvermogen is zodat zij er soms werkelijk mee instemmen? En is
het ook niet een van de duistere kanten van deze tijd dat zoveel christenen
medeverantwoordelijk zijn voor ernstige vormen van sociale
onrechtvaardigheid en uitsluiting? Men kan zich afvragen hoevelen van hen de
richtlijnen van de sociale leer van de kerk werkelijk kennen en consequent in
praktijk brengen.
In het gewetensonderzoek moet het ook gaan over de doorwerking van het
Concilie, die grote gave die de heilige Geest aan de kerk tegen het einde
van het tweede millennium schonk. In welke mate is het Woord Gods geheel en al
de ziel geworden van de theologie en de inspiratie voor heel het christelijk
leven, zoals Dei Verbum wilde? Wordt de liturgie beleefd als 'bron en
hoogtepunt' van het kerkelijk leven, zoals Sacrosanctum Concilium
leerde? Ziet men in de universele kerk en in de particuliere kerken de
ecclesiologie van de communio volgens de Constitutie Lumen gentium
krachtiger tot gelding komen door de hun toekomende ruimte te schenken aan de
charisma's, de bedieningen, de verschillende vormen van deelname van het Volk
van God, zonder daarmee een aan democratie en sociologie ontleende vorm aan te
nemen die niet overeenstemt met de katholieke visie van de kerk en de ware
geest van het Tweede Vaticaans Concilie? Een andere vitale kwestie betreft de
stijl van de betrekkingen tussen de kerk en de wereld. De door Gaudium et
spes en andere documenten gegeven richtlijnen van het Concilie voor een
open, respectvolle en hartelijke dialoog, die te allen tijde gepaard gaat met
een zorgvuldige onderscheiding en een moedig getuigenis van de waarheid, zijn
nog steeds geldig en betekenen voor ons een uitnodiging tot nog grotere inzet.
|