37. De kerk van het eerste millennium werd geboren uit het
bloed van de martelaren: "Sanguis martyrum - semen christianorum".
21 De met de figuur van Constantijn de Grote verbonden historische
gebeurtenissen zouden nooit hebben kunnen leiden tot een ontwikkeling van de
kerk zoals die in het eerste millennium plaats vond, wanneer er niet het
door de martelaren uitgezaaide zaad was geweest en de erfschat aan heiligheid
waardoor de eerste christengeneraties gekenmerkt werden. Aan het einde van
het tweede millennium is de kerk weer een kerk van martelaren geworden.
De vervolging van gelovigen - priesters, religieuzen en leken - heeft in
verschillende delen van de wereld tot een rijk zaad aan martelaren geleid. Het
met zijn bloed getuigen van Christus is tot een gemeenschappelijk erfdeel
geworden voor katholieken, orthodoxen, anglicanen en protestanten, zoals Paulus
VI in zijn homilie bij de heiligverklaring van de Oegandese martelaren reeds
opmerkte. 22
Dit getuigenis mag niet in vergetelheid raken. Hoewel de kerk van de
eerste eeuwen grote moeilijkheden ondervond op organisatorisch terrein, heeft
zij ervoor gezorgd in de martyrologia het getuigenis van de martelaren
vast te leggen. In de loop der eeuwen zijn die martyrologia steeds
bijgewerkt, en in de lijst van heiligen en zaligen uit de kerk zijn niet alleen
zij opgenomen die hun bloed hebben vergoten voor Christus, maar ook voorgangers
in het geloof, missionarissen, belijders, bisschoppen, priesters, maagden, gehuwden,
weduwen, kinderen.
In onze eeuw zijn de martelaren weer teruggekeerd; vaak onbekend als 'de
onbekende soldaten' van de grote zaak Gods. Tot elke prijs moet voorkomen
worden dat hun getuigenis in de kerk verloren gaat. Zoals bij het Consistorie werd
aangegeven, moeten de plaatselijke kerken doen wat in hun vermogen ligt om
de herinnering aan hen die het martelaarschap hebben ondergaan niet verloren te
laten gaan, en daarvoor de nodige documentatie bijeenbrengen. En dat zal
zeker een duidelijk oecumenisch karakter hebben. Misschien is de meest
overtuigende vorm van oecumene die van de heiligen, de
martelaren. De stem van de communio sanctorum klinkt luider dan die van
alles wat verdeeldheid veroorzaakt. Het martyrologium van de eerste
eeuwen ligt ten grondslag aan de heiligenverering. Door de heiligheid van haar
zonen en dochters te verkondigen en te vereren bewees de kerk aan God zelf de
hoogste eer; in de martelaren vereerde zij Christus die de oorsprong van hun
martelaarschap en heiligheid was. Later is de praktijk ontstaan van de
heiligverklaring, een praktijk die nog steeds bestaat in de katholieke kerk en
in de orthodoxe kerken. Het aantal heilig- en zaligverklaringen is in de
laatste jaren gegroeid. Ze bewijzen de vitaliteit van de plaatselijke
kerken, die thans veel groter in aantal zijn dan in de eerste eeuwen en in
het eerste millennium. Geen groter eerbewijs zullen alle kerken aan de
vooravond van het derde millennium aan Christus kunnen geven, dan de
alvermogende aanwezigheid te laten zien van de Verlosser door de vruchten van
geloof, hoop en liefde bij mannen en vrouwen uit allerlei talen en rassen die
Christus hebben gevolgd in de verschillende vormen van de christelijke roeping.
De Apostolische Stoel zal tot taak hebben om, met het oog op het derde
millennium, de martyrologia bij te werken voor de universele kerk, en
daarbij veel aandacht te besteden aan de heiligheid van hen die ook in onze
tijd de volle waarheid van Christus hebben beleefd. Heel speciaal zal men
ervoor moeten zorgen dat de heldhaftige deugden erkend worden van mannen en
vrouwen die hun christelijke roeping in het huwelijk hebben beleefd:
omdat wij overtuigd van de overvloedige vruchten van heiligheid ook in deze
levensstaat, voelen we ons gedrongen, naar de meest geschikte wegen te zoeken
om die in helder daglicht te stellen en om ze aan de hele kerk voor te houden
als voorbeeld en prikkel voor andere christelijke echtparen.
|