46. In dit eschatologisch perspectief worden de
gelovigen opgeroepen om de goddelijke deugd van de hoop weer te ontdekken,
waarvan zij "hebben vernomen, toen het evangelie, het woord van de
waarheid tot hen kwam" (Kol 1,5). De grondhouding van hoop spoort de
christen enerzijds aan om het laatste doel, dat aan heel zijn leven zin en
betekenis geeft, niet uit het oog te verliezen, en anderzijds biedt zij hem
hecht gefundeerde redenen om iedere dag opnieuw zo te werken aan de omvorming
van de werkelijkheid dat deze beantwoordt aan Gods bedoeling.
Zo schrijft Paulus: "Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en
barensweeën lijdt, altijd door. En niet alleen zij, ook wij zelf, die toch
reeds de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten over ons
eigen lot, zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam. In deze hoop zijn
wij gered" (Rom 8,22-24). De christenen worden opgeroepen zich op het grote
Jubileum van het derde millennium voor te bereiden door hun hoop te
verlevendigen op de definitieve komst van het koninkrijk van God dat zij
van dag tot dag voorbereiden in hun inwendig leven, in de gemeenschap waartoe
zij behoren, in hun eigen maatschappelijke situatie, en zo ook in de
geschiedenis van de wereld.
Daarnaast dient men ook de tekenen van hoop te laten zien en beter te
doen verstaan, die ondanks de schaduwen waardoor ze vaak voor onze ogen
verborgen blijven, in het laatste deel van deze eeuw aanwezig zijn. Zulke tekenen van hoop
zijn op wereldlijk terrein de vorderingen op wetenschappelijk en
technisch gebied en vooral op het gebied van de geneeskunde in dienst van het
menselijk leven; een groter verantwoordelijkheidsbesef voor het milieu; datgene
wat er gedaan wordt om vrede en gerechtigheid te herstellen overal waar deze
geschonden worden; het verlangen naar verzoening en solidariteit tussen de
verschillende volkeren, met name bij de ingewikkelde betrekkingen tussen Noord
en Zuid in de wereld, enzovoorts. Op kerkelijk terrein zijn deze
tekenen: een aandachtiger luisteren naar de stem van de Geest door de openheid
voor charisma's en de emancipatie van de leken; de intensieve inzet voor de
zaak van de eenheid van alle christenen; de grote aandacht voor het gesprek met
de andere godsdiensten en de moderne cultuur, enzovoorts.
|