Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Tertio Millennio Adveniente

IntraText CT - Text

  • II Het Jubileumjaar 2000
    • 9
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

II Het Jubileumjaar 2000

9. Wanneer Paulus over de geboorte van Gods Zoon spreekt, plaatst hij dit gebeuren in de "volheid van de tijd" (vgl. Gal 4,4). Inderdaad is juist doordat God door de menswording in de geschiedenis der mensen is binnengetreden, de tijd vervuld. De eeuwigheid is in de tijd binnengegaan: is er een grotere 'vervulling' denkbaar? En is wel een andere 'vervulling' mogelijk? Er zijn mensen die gedacht hebben aan geheimzinnige kosmische kringlopen, waarbij de geschiedenis van het universum en met name van de mens zich voortdurend zou herhalen. De mens keert terug naar de grond waaruit hij is genomen (vgl. Gn 3,19): dat is een onmiddellijk duidelijk gegeven. Maar er is in de mens een onweerstaanbaar verlangen om voorgoed te leven. Hoe moet men zich een voortleven na de dood voorstellen? Sommigen hebben gedacht aan verschillende vormen van reïncarnatie: afhankelijk van iemands vorige bestaan zal hij een nieuw leven ontvangen in verhevener of nederiger vorm tot hij de volkomen loutering heeft bereikt. Uit dit geloof, dat bij een aantal oosterse godsdiensten diep geworteld is, blijkt ondermeer dat de mens niet wil berusten in het onherroepelijk karakter van de dood. Hij is overtuigd van zijn wezenlijk geestelijke en onsterfelijke natuur.
De christelijke openbaring sluit reïncarnatie uit, en spreekt over een zelfontplooiing die de mens in de loop van één enkel aards bestaan dient na te streven. De ontplooiing van zijn lotsbestemming voltrekt hij door de belangeloze gave van zichzelf, een gave die alleen in de ontmoeting met God mogelijk is. Het is in God dat de mens volledig wordt tot wat hij is: dat is de door Christus geopenbaarde waarheid. De mens ontplooit zich in God, die hem tegemoet is gekomen door zijn eeuwige Zoon. Dankzij Gods komst op aarde heeft de tijd der mensen, die bij de schepping begon, zijn volheid bereikt. Immers: 'de volheid van de tijd', dat is alleen de eeuwigheid, sterker nog de Eeuwige, dat wil zeggen God. In de 'volheid van de tijd' binnengaan betekent dus het einde van de tijd bereiken en de grenzen ervan overschrijden om zijn vervulling te vinden in de eeuwigheid van God.




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License